Hoofdstuk 50 – Het laatste deel
De notaris feliciteert me en van de makelaar Marc krijg ik drie zoenen. Vanaf nu is het huis van mij. Suzan is de eerste die me appt om me te feliciteren en om te vragen of Chrissy en ik aan het einde van de middag langskomen om het te vieren. Daarna belt mijn moeder en appt mijn zus. Buiten staan Lieke en Jeanny me op te wachten. Samen lopen we naar mijn nieuwe huis. Het slot wringt – heen en weer, trekken, duwen en dan floept de deur open. We staan met z’n drietjes in het piepkleine halletje dat bezaaid ligt met reclamefolders en kranten.
‘Klaar voor de klim?’ Tweeëndertig treden tel ik hun voor.
‘Dat sportschoolabonnement kan er morgen uit,’ hijgt Lieke.
In de keuken gaan we op het aanrecht zitten. Even later knalt de kurk met een lange echo door de lege ruimte. Ik gooi de balkondeuren open. De bladeren van de rode beuk in de binnentuinen zijn herfstig bruinrood verkleurd. We drinken onze glazen leeg en gaan dan de trap op naar de bovenste verdieping. De badkamer ziet er nog armetieriger uit dan eerst nu die leeg is.
‘Leuk Britt,’ zegt Jeanny. ‘Niks meer aan doen.’
Het idee dat morgenochtend in alle vroegte drie mannen met sloophamers komen en dat ik overal in mijn eentje over ga, geen rekening hoef te houden en rekenschap hoef af te leggen maakt me licht in het hoofd. Nog drie weken te gaan. Drie weken om te verbouwen en het oude huis leeg te maken. Zoveel dozen, zoveel spullen, zoveel herinneringen om afstand van te nemen. Zoveel nieuwe herinneringen om te maken.
Een jaar geleden begon ik nu zachtjes aan af te aftellen voor de skivakantie. Kleren aanschaffen voor kerst en oud en nieuw, weer een maatje grotere skibroek voor Chrissy, een vers tubetje sun block. De jaren van altijd sneeuw met de kerst en altijd dansend het nieuwe jaar in zitten erop. Net zo goed als de jaren van eindeloos wachten op zijn sleutel in de voordeur en zijn voetstappen op het marmer van de gang. Het is goed zo. Beter.
Op de dag van de verhuizing zit ik om vijf uur ’s ochtends al beneden. Hugo stapt een uur later binnen.
‘Ben je uit je bed gevallen?’
‘Moet jij zeggen.’
We drinken nog even koffie – voordat ik de laatste doos dichtvouw – en maken samen een laatste rondje door het huis. Halverwege wordt het me te veel. Hugo slaat zijn armen om me heen.
‘Niet huilen Britt.’ Zijn stem breekt.
‘Moet jij zeggen.’
De verhuizers bellen om half acht aan. ‘De blauwe verhuisstickers voor uw man en de rode voor u, was het toch?’, vraagt de baas van het stel.
‘Ex man’, antwoord ik.
‘Ex dus. Nou. Dan valt het hier wel mee.’ Ik kijk hem vragend aan.
‘Laats waren we bij een stel waar de derde wereldoorlog werd uitgevochten. De schilderijen vlogen door de lucht en dat bedoel ik letterlijk. We moesten bukken om ze niet tegen onze harses te krijgen.’
We kijken elkaar aan, mijn ex man en ik.
En dan komt het moment om alles wat van ons samen was af te sluiten en achter ons te laten. Met een vrachtwagen vol met meubels en losse spullen en stapels verhuizendozen met rode stickers arriveer ik even later een paar straten verderop waar mijn nieuwe leven staat te popelen om te beginnen. Het behang in het trappenhuis is zilver geschilderd en de donkerbruine jaren zeventig lambrisering is nu hoogglanzend wit. De trap is opnieuw bekleed met zwart gemêleerd tapijt.
‘Het lijkt hier wel Kuifje op de maan,’ hoor ik een van de verhuizers zeggen.
Het huis ruikt naar verf. Schoon en nieuw en fris. Als alles is gelost bevrijd ik Teddy, die de dag panisch mauwend in haar mandje heeft door moeten brengen. Ze schiet, nog steeds in paniek de keuken uit en het gangetje door. Ik begin met de dozen in de keuken. De lege dozen vouw ik op en leg ik op het balkon. De stapel groeit naarmate de keuken vordert. Om half vier wordt er aangebeld. Het is Chrissy die haar eigen sleutel nog niet heeft. Nieuwsgierig steekt ze haar hoofd om de hoek van de keuken. Voordat ik kan voorstellen om samen naar boven te gaan is ze al weg, de trap op naar haar eigen kamer waar alle lampen en de gordijnen al zijn opgehangen en haar bed al staat. De muren zijn geschilderd in Chrissy’s lievelingsblauw. Op de drempel blijft ze staan.
‘Cool mam.’
Ik ga op zoek naar Teddy die ik in de woonkamer onder de bank vind. Ik lok haar, til haar op, probeer haar gerust te stellen en neem haar mee naar boven naar Chrissy. Dan wordt er weer aangebeld. De contouren van zijn silhouet krijgen meer vorm naarmate hij meer treden naar boven heeft afgelegd.
‘Ik dacht, ik kom even bij jullie kijken. Even bij Chrissy kijken.’
Hij hijgt als hij boven komt. Bij de openstaande balkondeuren blijft hij staan staren met zijn rug naar me toe. Dan draait hij zich om en slaat hij, voor de tweede keer die dag, zijn armen om met heen.
‘Eigenlijk hebben we het helemaal zo slecht nog niet gedaan, Britt.’
‘Dat klopt Hugo. In van elkaar scheiden waren we zelfs best goed.’
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40. // klik hier voor deel 41. // klik hier voor deel 42. // klik hier voor deel 43. // klik hier voor deel 44. // klik hier voor deel 45. // klik hier voor deel 46. // klik hier voor deel 47 // klik hier voor deel 48 // klik hier voor deel 49
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







