‘We zaten er een beetje mee hoe we dit moesten vertellen,’ zegt Sammy

‘Hoe is het nou met je?'

britt bottelier

Hoofdstuk 22

Net als ik – voor de zoveelste keer de laatste dagen – aan Sammy loop te denken, pingt mijn app. Ze schrijft dat het feit dat zij en Walter zo weinig laten horen, niet wil zeggen dat ze niet aan me denken en ze vraagt of ik morgen tijd heb voor een broodje. Ik staar naar het bericht; niet zeker wat ik ervan moet denken. Heb ik er wat aan dat ze aan me denken? Troost me dat? Streelt me dat? Nee natuurlijk niet. Ik koop helemaal geen ene moer voor onuitgesproken gedachten. Dit soort platitudes zijn een dooddoener van jewelste. Ik merk dat ik me gekrenkt voel. Van vrienden waarmee ik vijf jaar – of waren het er inmiddels zes? – kerst en oud en nieuw heb gevierd, waarmee ik lol had, vertrouwelijk was, om wie ik ben gaan geven, mag ik toch zeker wat meer verwachten dan dat ze aan me denken? Nukkig staat ik naar het schermpje voordat ik laf terugapp dat het me heel gezellig lijkt om elkaar morgen te zien.

Tien minuten later dan afgesproken meld ik me de dag erna op het afgesproken adres. Sammy springt op en lacht haar brede lach voordat ze me omhelst.

‘Hey! Veel te lang geleden. Sorry daarvoor.’ Ze neemt een beetje afstand om me te kunnen bekijken en fluit dan zachtjes tussen haar tanden door. ‘Sodeju! Mooi hoor! Hoeveel kilo? Is dat wat ze het echtscheidingsdieet noemen?’ Ik glimlach terug en leg mijn rechterhand demonstratief op mijn inmiddels super platte buik.

‘Dat is wel het minste wat ik eraan over kan houden.’ Ze lacht weer. Nog wat breder nu.

‘My treat,’ zegt ze dan. ‘Heb je de tijd of zit je op het vinkentouw?’ Ik trek mijn jas uit en gooi ‘m over de vrije stoel.

‘Of ik wijn wil? Of bedoelde je dat niet?’

‘Vertel,’ roept ze opgewekt. ‘Hoe is het nou met je? We hebben echt heel vaak aan je gedacht en het over je gehad. Maar wat koop je daarvoor toch?’

‘Geen moer inderdaad.’ Het klinkt botter dan mijn bedoeling was.

‘We zaten er een beetje mee hoe we dit moesten vertellen.’ Net als gisteren,  toen Chrissy me ging vertellen dat ze met Hugo naar Disneyland gaat voor haar verjaardag, zet ik me onbewust schrap. Vragend kijk ik haar aan. Zonder woorden omdat ik bang ben voor mijn eigen stem.

‘Walter en Hugo hebben contact gehad met elkaar laatst. Ze hadden samen afgesproken om te gaan eten. Het was Walters’ initiatief. Hij zat een beetje met het appartement van de wintersport in zijn maag. Ik bedoel. Nu jullie niet meer meegaan is het maar zeer de vraag wie er dan inkomen. En omdat die appartementen toch wel heel erg met elkaar verweven zijn – en wij er natuurlijk ook samen onze herinneringen hebben liggen – leek het Walter geen goed idee om die wintersport op z’n beloop te laten en de volgende keer met wildvreemde buren opgescheept te worden. Vandaar dat hij Hugo eens wilde polsen. En natuurlijk ook om te horen hoe het me Hugo gaat en zo.’

Ik volhard in zwijgen. Niet meer uit nukkigheid maar omdat mijn hart koud is geworden. Sammy kijkt me aan. Het lachen is haar inmiddels vergaan. Ze kucht ongemakkelijk en gaat een paar keer op haar stoel verzitten. Ik zeg nog steeds niets. ‘Zweet jij maar,’ denk ik bij mezelf.

‘Nou ja. Jezus Britt. Hoe zal ik dit nou eens uitleggen? Hugo voelt er wel voor om de wintersporttraditie erin te houden. Dat leek hem ook leuk voor Chrissy. Zijn nieuwe vriendin voelt er ook wel voor begrepen we. Tenminste als dat tegen die tijd zijn vriendin nog is natuurlijk.’ Haar lach is terug maar klinkt opeens ontzettend nep.

‘Waarom vertel je me dit Sammy?’ Ik klink bits en boos.

Ze kijkt me verward aan. ‘Waarom ik je dit vertel?’ Ze stamelt ervan.

‘Ja Sam. Waarom? Het is verdomme begin april en jij komt me nu van streek maken met een zeikverhaal over een appartement dat notabene pas in december speelt. Ik…’ Zonder mijn zin af te maken sta ik van mijn stoel op. Ik pak mijn jas. Langzaam en beheerst. ‘Sorry Sam. Ik heb geloof ik geen trek meer. Doe de groeten aan Walter van me. We spreken elkaar vast wel weer.’

Als ik buiten kom sta ik te trillen op mijn benen. Van woede, van onmacht en omdat ik weer aan het kortste eind trek. Die avond app ik Hugo of we binnenkort even met elkaar kunnen afspreken en dat ik dat graag buiten de deur doe. Op neutraal terrein.

 

Benieuwd hoe het begon?

 

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21.

 

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

 


Geschreven door: Britt Bottelier

 

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!