‘Zet hem op straat, neem je telefoon niet op en zwijg hem dood’

britt bottelier

Hoofdstuk 20

Maart heeft er zin aan dit jaar. De tuin loopt uit alsof hij achter zijn vodden wordt gezeten en weggedoken op een stoel in een hoekje onder de overkapping koestert poes Teddy zich in de zon dat het een lieve lust is. Ik pak haar op en neem haar op schoot. Met mijn ogen dicht en mijn hoofd leunend tegen de muur probeer ik terug te gaan naar drie dagen geleden toen de rododendrons me influisterden dat het tijd wordt om op eigen benen te gaan staan, het huis in de verkoop te doen en de scheiding in gang te zetten. Er zou niets veranderd moeten zijn sindsdien want Hugo verandert net zo makkelijk van mening als een kameleon van kleur. Toen zijn moeder nog leefde hield me op een dag voor dat als ik ooit bang was om Hugo kwijt te raken, ik dan vooral niet aan hem moest gaan lopen trekken. ‘Zet hem op straat, neem je telefoon niet op en zwijg hem dood en moet jij eens kijken hoe hard hij naar je terug komt.’ De oude heks kende haar pappenheimers. Hugo was inderdaad pas weer beschikbaar nadat ik de deur had dichtgedaan en klaar was om hem te laten gaan.

‘Allemaal spelletjes,’ volgens mijn moeder, die ik even later aan de telefoon heb. ‘En leen je er in godsnaam niet voor om daaraan mee te doen, want een huwelijk dat met spelletjes overeind gehouden moet worden… alsjeblieft Britt! Je moest beter weten. En je moet aan je werk in plaats van je dagen te verdoen met wachten op een man die het niet waard is. Je werk verschaft jou en Chrissy een toekomst samen en die toekomst gaat er nog wat rooskleuriger uitzien dan je je nu kunt voorstellen.’

Ik verruil de poes voor mijn laptop en begin waar ik gebleven was met mijn interview met de fotograaf. Eerst aarzelend en dan resoluut, woord na woord, zin na zin, alinea na alinea. Als het concept klaar is ga ik naar binnen om thee te zetten en op het moment dat ik de gemberschijfjes in het kokende water laat glijden en mijn handen wrijf om ze weer warm te maken, weer ik wat me te doen staat. Mijn appje aan Suzan wordt per omgaande beantwoord.

‘Natuurlijk ben je welkom! Als je rond borreltijd komt en Chrissy meeneemt kunnen de meisjes samen spelen terwijl wij praten. We kunnen wat te eten laten bezorgen.’

Chrissy ’s gezicht klaart op als ik haar vertel dat we naar Noor en Suzan toegaan. Onderweg ernaartoe fietsen we langs een bloemenstal waar we een bos pioenen voor Suzan kopen.

‘Moest daar niet een schepje suiker bij?’ vraagt ze terwijl ze de stelen schuin afsnijdt. ‘Trammelant of zo maar?’ vervolgt ze dan. Ze kijkt me even van opzij aan.

‘Had jij een goede advocaat?’ Het hoge woord is eruit.

‘De beste! Een dijk van een wijf dat pas loslaat als er geen leven meer in zit.’ Ze lacht om haar eigen woorden. ‘Je wilt vast wel haar nummer. Ben je al zo ver?’

Ik vertel haar over afgelopen zondagochtend; over de kater na onze nacht in de sociëteit, de eerste lentezon, de rododendrons in de tuin en dat ik opeens had geweten wat me te doen stond.

‘Dan heeft die blonde God van afgelopen zaterdag je toch nog iets gebracht,’ lacht ze. ‘Maar goed. Je wist opeens wat je te doen staat en daarom ben je hier. Je vindt dat het tijd wordt om knopen door te hakken?’

‘Hugo heeft nog wel even fors op de rem getrapt. Toen ik hem belde om te zeggen dat ik de scheiding geregeld wilde hebben en het huis verkocht moest worden, bedacht hij zich opeens dat hij misschien wel zelf in ons huis wil blijven wonen, maar toen ik hem gosteren vroeg om even langs te komen stond hij meteen op de stoep en zei hij dat we echt wel netjes met me zal regelen allemaal. Hij heeft me beloofd dat we het goed gaan oplossen samen.’

‘Voor wat het waard is,’ volgens Suzan. ‘Bereid je er maar op voor dat er nog heel wat afslagen genomen worden voordat de kogel door de kerk is en alles zwart op wit staat en getekend is. Lijkt het je niet beter om met een mediator te beginnen? Als je meteen een advocaat op hem loslaat is de toon natuurlijk wel direct gezet. Het is maar een idee natuurlijk, maar ik heb het wel zo gespeeld. Ik had graag gehad dat dat gewerkt had. Dat had een heleboel ellende en een heleboel geld gescheeld. Als de advocaten eenmaal hun messen hebben geslepen, kan het er aardig ruig aan toe gaan. Een vechtscheiding is het laatste wat je moet willen. Je blijft voor de rest van je leven aan Hugo verbonden, dus kan het maar beter zonder slaande ruzies worden geregeld. Al is het maar voor Chrissy toch?’

De gedachte aan Chrissy houdt me die nacht uit mijn slaap. Ik wil haar beschermen en koesteren en ik wil haar vooral niet laten gaan. Want stel dat het in haar andere huis straks leuker is dan bij mij? Stel dat de ‘andere vrouw’ haar weet in te palmen? Ik stel me Chrissy voor met haar tasje onderweg van het ene naar het andere huis. Altijd in haar eentje. Twee huizen met verschillende regels. Hier haar vertrouwde bed met Teddy om haar gezelschap te houden en daar een leeg bed. Zal Hugo haar bed vaak genoeg verschonen? Zal hij eraan denken om haar schoolspulletjes voor haar klaar te leggen? Zal ze mij missen als ze daar is? Mist ze Hugo nu hij niet meer hier is? Wilde ze afgelopen weekend echt niet bij hem zijn? Of wil ik alleen maar heel graag dat ze dat niet wil?

Ben ik vooral met mezelf bezig? Hou ik wel genoeg rekening met haar? Die vraag overvalt me met zo’n kracht dat ik het voor gezien houd in bed. Het loopt tegen vieren als ik mijn laptop openklap en mijn moeder in gedachten hoor zeggen dat het de hoogste tijd wordt dat ik aan het werk ga. ‘Dat werk verschaft jou en Chrissy een toekomst,’ zei ze en zij kan het weten.’

 

Benieuwd hoe het begon?

 

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19.

 

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

 


Geschreven door: Britt Bottelier

 

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!