Dertig jaar geleden, na mijn studie projectengineering, startte ik m’n loopbaan binnen een technisch bedrijf met voornamelijk mannelijke collega’s. Dat was een kolfje naar mijn hand, omdat mannen recht voor de raap zijn. Daar word ik blij van. Ik ben geen vrouw-vrouw, die houdt van winkelen, gezellige hoekjes in huis en al helemaal niet van roddelen. Ik ben één van de praktijk en dat werd gewaardeerd binnen de organisatie. Nog steeds trouwens, want ik maak me bijzonder hard om projecten succesvol af te ronden. Dat geeft me voldoening.
Ondanks dat ik dus geen echte dame ben, denk ik dat ik wel een aantrekkelijke uitstraling heb. En daar vallen bepaalde mannen op. Mijn inmiddels overleden man in ieder geval. Anderhalf jaar geleden liet hij het leven, na een kort ziekbed. Ondanks mijn verdriet ging ik niet bij de pakken neerzitten en stortte me nog meer op mijn werk. Natuurlijk mocht ik rekenen op het mededogen van mijn collega’s. Ze vonden me een sterke vrouw en hadden bewondering voor de manier waarop ik het leven weer oppakte.
Alleen thuiskomen
Erg lief, maar sommigen worden me momenteel té lief en daar baal ik van. Net na de dood van Jack had ik nog niet door dat achter de kneepjes in mijn hand en de arm om mijn schouder, méér gedachten zaten. Intenties waar ik totaal niet op zat te wachten. En dus ging ik -soms- in op uitnodigingen om na het werk een drankje te doen. Deze uurtjes waren, in het begin, best een verademing. De roes van een paar wijntjes en de fijne gesprekken, verzachtten de rouwrand van het alleen thuiskomen.
Nog geen nieuwe man
Ik nam ze heus niet mee hoor, naar mijn appartement, ondanks dat soms wel op een afzakkertje werd aangedrongen. Ik zat helemaal nog niet te wachten op een nieuwe man. En zéker niet op één van mijn collega’s, die nagenoeg allemaal een relatie hebben.
Afgewezen voelen
Maar, daar draait dit verhaal wel om. Het wordt me steeds duidelijker dat ik inmiddelseen potentiële prooi aan het worden ben. Een vrouw, alleenstaand, voor een keer erbij. Omdat het thuis ook maar armoe is in bed. Want natuurlijk gaat het niet alleen over mij en Jack tijdens de gesprekken na werktijd. Ik luister evengoed naar de verhalen van mijn collega’s. En die gaan steeds vaker -figuurlijk- richting mijn slaapkamer. Omdat ook ik weer aandacht verdien. Vinden zij. En daar zit ik totaal niet op te wachten. De mannen in mijn wereld kennen me als een kordate vrouw. Maar mijn besliste afwijzingen vinden ze allesbehalve leuk. Wellicht omdat zij zich hiermee afgewezen voelen?
Met andere ogen
Zeg het maar. Het komt de sfeer op de werkvloer niet ten goede. Want ondertussen word ik behoorlijk genegeerd door dié collega’s welke ik duidelijk te kennen heb gegeven niet open te staan voor seks. En dat is niet leuk. Niet voor hen, die zich misschien schamen voor hun openhartigheid. En ook niet voor mij, omdat ik mijn collega’s nu met behoorlijk andere ogen zie.
Nieuwe energie
Steeds vaker denk ik erover na om ontslag te nemen en opnieuw te beginnen binnen een organisatie met mensen die niets weten van mijn verleden. Het zou pijn doen, maar aan de andere kant, word ik ook blij van de gedachte. En zo ben ik momenteel stiekem zoekende naar een job waar ik weer energie van krijg. Want daar ben ik ondertussen wel aan toe.







