Hoofdstuk 28
‘Wat had je dan gedacht? Dat hij je de helft van zijn vermogen mee zou geven?’ Het is even geleden dat Claire en ik elkaar zagen. Haar toon is scherp. ‘En laten we nou eerlijk zijn, Britt. Zo erg is het nou ook weer niet. Als je de helft van de overwaarde in je zak kunt steken, kom je er nog altijd verrekte goed van af. Ook als dat betekent dat je niet in deze buurt kunt blijven wonen, want dan zijn er echt nog wel een aantal alternatieven en wil dat nog lang niet zeggen dat je in een achterstandswijk eindigt.’
Welbeschouwd valt er niets af te dingen op wat ze me voor wil houden. Maar de manier waarop ze dat doet stuit me tegen de borst. Als ik niet beter zou weten zou ik er iets van triomf in horen.
‘Weet je wat Claire?’ Net als toen Sammy me laatst plompverloren vertelde dat Hugo er wel voor voelde om de wintersporttraditie erin te houden en dat de andere vrouw er wel voor te porren was om mijn plek in te nemen, klink ik feller dan mijn bedoeling was. ‘Misschien wil ik ook wel heel graag in deze buurt blijven voor Chrissy. Omdat zij hier geboren is, omdat ze al haar vriendinnetjes hier heeft, omdat ze lopend naar school kan en omdat er al zoveel voor haar verandert dat ik haar heel erg gun dat in ieder geval de buurt waar ze woont, dezelfde blijft. En dan komt er nog iets bij. Ik gun mezelf ook dat ik hier kan blijven.’
‘Ja maar jij vindt toch ook dat er steeds meer koude kak komt wonen?’ Claire is niet van plan om op te houden. ‘Dat zei je laatst notabene zelf Britt?’
‘Wat is nou je punt Claire? Zeg het maar! Wat wil je me nou door mijn strot douwen?’ Claire is het niet gewoon dat ik zo tegen haar praat. Ze is het überhaupt niet gewoon dat ik haar tegenspreek. Als ik onze vriendschap zou moeten duiden, dan zou ik zeggen dat de weegschaal altijd een beetje naar haar kant doorslaat, dat zij me altijd een stap voor is en dat ik automatisch volg. Zo was dat vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst tegenkwamen toen ik een studentenkamer ging bekijken.
‘Ben je de nieuwe huurder?’ had ze gevraagd.
‘Is het oké hier?’
‘Ik zou het maar doen want veel beter dan dit gaat het niet worden.’
Ik had geen moment aan haar woorden getwijfeld en op de dag dat ik er met mijn bed, een bureau, een oude fauteuil van mijn oma en een stapel dozen mijn intrek had genomen, kwam ze met een fles wijn en twee glazen binnen en voordat we het wisten hadden we elkaars diepste gedachten met elkaar gedeeld. In die voor mij vreemde stad was zij de eerste die me zag staan. Ze nam me mee naar feestjes in het Gooi – waar ze vandaan kwam. Dankzij haar was ik niet alleen en had ik het gevoel dat ik meetelde. Maar er is iets veranderd tussen mij en mijn misschien wel beste vriendin sinds die dag dat ik als meisje uit de provincie in Amsterdam kwam wonen waar alles nieuw was en eigenlijk ook doodeng. Want ik ben dat meisje niet meer en het gevoel dat ik haar iets verschuldigd ben om wat ik aan haar te danken heb, is sleets geraakt.
‘Dus als je het niet erg vindt Claire, dan lig er wél wakker van dat ik geen idee heb waar ik terecht kom straks en dan maak ik me er wél druk over dat ik het voor de rest van mijn inkomen als free lance redacteur moet doen. En nee, ik ga er niet dood aan dat ik het me niet meer kan permitteren om met de kerst en oud en nieuw te gaan skiën, maar godvergeten jammer vind ik het wel degelijk. Want naar die wintersportvakanties keek ik elk jaar heel erg uit. ik heb het daar altijd super gehad en de gedachte dat ik de komende kerst misschien wel bij mijn ouders op de bank zit, daar word ik niet blij van.’
‘Nou ja zeg! Wat is er met jou aan de hand?’ Haar stem gaat de hoogte in van verontwaardiging. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier meer aan de hand is.’
‘Denk je dat? Eigenlijk doe ik niet meer dan wat jij ook altijd doet. Namelijk geen blad voor mijn mond nemen en gewoon zeggen wat ik denk.’
‘Alsof je dat niet altijd al gedaan hebt! Dit is belachelijk!’ Met een ruk springt ze van de barkruk aan mijn keukeneiland af. Ze grist haar tas van de kruk ernaast en gooit haar colbert over haar linker arm. ‘Hier hebben we het nog wel over, maar dit hoef ik niet te pikken.’
Haar koffie is onaangeroerd is. Ik gooi de inhoud van het kopje in de gootsteen en laat de koude kraan net zo lang lopen totdat er geen spoortje koffie meer te zien is. Dan ga ik als een bezetene aan mijn werk. Pas als na ruim een uur mijn telefoon overgaat stop ik met typen. Het is een onbekend nummer. Een vrouw die zich voorstelt als Eva zegt dat ze voor hun redactie op zoek zijn naar een culinaire redacteur en of ik ervoor voel om elkaar binnenkort even te zien voor een koffietje, want dan kunnen we het erover hebben. Mijn hart maakt een sprongetje. Het kon geen toeval zijn dat deze deur zich vanzelf opende nadat ik een andere deur dicht had durven doen.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







