Victor (47) “Ik word al jaren mishandeld door mijn vrouw”

Woman reading an unpleasant text message and crying.

“Ik weet dat mensen dit niet snel zullen begrijpen, en misschien veroordeel ik mezelf nog wel het hardst, maar mijn vrouw mishandelt mij al jaren. Ik ben 47 en als je me op straat tegenkomt zie je gewoon een normale man. Ik werk, ik sport, ik groet de buren en maak een praatje bij de bakker. Niemand ziet wat er zich achter onze voordeur afspeelt. En dat is precies hoe ik het al die tijd heb gehouden.

Mijn vrouw komt uit een gezin waar alles met harde hand werd opgelost. Dat wist ik vanaf het begin. Haar vader was streng, onvoorspelbaar, en er werd geschreeuwd en geslagen. Zij heeft zichzelf daaruit omhooggewerkt, gestudeerd, een carrière opgebouwd, en ik denk dat ik haar daarom ook zo bewonderde. Ik zag haar kracht en haar doorzettingsvermogen, en ik dacht dat liefde alles zachter zou maken. Misschien wilde ik dat gewoon heel graag geloven.

De eerste keer dat ze me sloeg, weet ik nog goed. Het was een ruzie die uit de hand liep, over iets kleins, iets wat ik me nu niet eens meer kan herinneren. Wat ik wel weet, is dat ik compleet verstijfde. Ik had nooit geleerd hoe je daarmee omgaat. Als man hoor je sterk te zijn, hoor je controle te hebben. Ik lachte het weg, zei dat ze me goed te pakken had, en we hebben het diezelfde avond nog goedgemaakt. Zij huilde, zei dat het haar speet, dat ze dit niet wilde zijn. En ik troostte haar.

Dat patroon is gebleven. De uitbarstingen, de spijt, de intense verzoening. De dalen zijn diep, maar de pieken zijn ook hoog, bijna verslavend. Op die momenten is ze lief, zorgzaam, attent, en dan voelt het alsof we samen de wereld aankunnen. Dan denk ik dat dit de echte zij is, en dat de rest een soort schaduw is waar ze tegen vecht. Ik ben haar gaan begrijpen, of dat vertel ik mezelf in ieder geval.

Maar begrijpen maakt het niet minder pijnlijk. Ik heb blauwe plekken gehad op plekken die je niet kunt verbergen, schaafwonden, een keer zelfs een gebroken rib. En elke keer verzon ik een verhaal. Ik ben onhandig, zei ik dan. Tegen collega’s, tegen vrienden, zelfs tegen mijn eigen familie. Ik struikelde van de trap, liep tegen een deur aan, had me gestoten tijdens het klussen. Op een gegeven moment werd het bijna een tweede natuur om te liegen.

Ik ben zelfs gaan boksen. Dat klinkt misschien vreemd, maar het gaf me een soort dekmantel. Blauwe plekken horen daar nu eenmaal bij. Niemand stelt vragen als je zegt dat je een klap hebt gekregen tijdens een training. Het gaf me rust, hoe wrang dat ook klinkt, omdat ik minder hoefde te verbergen.

Wat misschien nog wel het moeilijkste is, is de schaamte. Want hoe leg je uit dat je als volwassen man blijft in een situatie waarin je pijn wordt gedaan door de persoon van wie je houdt. Mensen denken al snel dat je gewoon moet weglopen. Dat je sterker moet zijn. Maar zo simpel is het niet. Er zit liefde, loyaliteit, geschiedenis, en ook angst. Niet alleen angst voor haar, maar ook voor wat er gebeurt als ik alles loslaat wat ik heb opgebouwd.

We hebben samen kinderen, twee pubers die bijna gaan studeren. Voor hen heb ik ook altijd geprobeerd de schijn op te houden. Ik wilde niet dat zij dit zagen, niet dat zij zouden denken dat dit normaal is. Tegelijkertijd weet ik dat kinderen meer zien dan je denkt. Dat besef knaagt aan me.

Twintig jaar lang heb ik mezelf verteld dat het beter zou worden. Dat ze hulp nodig had, dat we samen sterker waren dan dit probleem. En soms leek dat ook zo. We hebben gelachen, gereisd, herinneringen gemaakt die oprecht mooi zijn. Dat maakt het ook zo verwarrend. Het is niet alleen maar slecht. Als het alleen maar slecht was, was ik misschien allang weggegaan.

Maar de laatste tijd voel ik dat er iets is veranderd. Misschien komt het doordat de kinderen ouder worden en straks hun eigen weg gaan. Misschien komt het doordat ik zelf ouder word en begin na te denken over hoe ik de rest van mijn leven wil doorbrengen. Ik merk dat ik moe ben. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Het constante op mijn hoede zijn, het inschatten van stemmingen, het vermijden van conflicten, het maakt me leeg.

Ik droom tegenwoordig van rust. En dat klinkt misschien saai, maar voor mij voelt het als luxe. Gewoon thuiskomen zonder spanning, zonder angst dat een klein ding kan escaleren. Een avond op de bank zonder dat ik alert hoef te zijn. Ik verlang naar voorspelbaarheid, naar veiligheid, naar een leven dat misschien niet spectaculair is, maar wel stabiel.

Ik weet nog niet precies hoe ik dat ga doen. De stap om weg te gaan voelt enorm groot. Er zijn praktische dingen, financiële zorgen, de impact op de kinderen. En er is ook nog steeds een deel van mij dat hoopt dat zij verandert, dat het anders kan. Maar ik begin steeds beter te begrijpen dat ik mezelf daarin verlies.

Misschien is dit wel het grootste taboe. Dat een man toegeeft dat hij slachtoffer is in zijn eigen relatie. Dat hij niet heeft ingegrepen, niet is weggegaan, maar is gebleven en heeft volgehouden. Ik heb mezelf vaak die vraag gesteld. Waarom liet ik dit gebeuren. Het enige eerlijke antwoord dat ik kan geven, is dat het langzaam ging. Dat grenzen opschoven zonder dat ik het doorhad. En dat liefde en angst een ingewikkelde combinatie zijn.

Wat ik nu wel weet, is dat ik een ander leven wil. Iets voor mezelf. Iets rustigs. Misschien zelfs iets saais. Alles beter dan deze achtbaan waar ik al twintig jaar in zit.”

newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!