Hoofdstuk 23
‘Afspreken op neutraal terrein?’ Hugo belt per omgaande op mijn app of we elkaar kunnen zien.
‘Dat lijkt me goed ja. Dat praat wat rustiger dacht ik.’
‘Dat klinkt serieus zeg. Kun je niet alvast zeggen waar het over gaat?’
‘Maak het niet zo spannend Hugo. We moeten gewoon even praten. Dat zal nog wel eens vaker voorkomen. En daar wil ik even rustig voor gaan zitten. That’s all!’
‘Okay, okay. Vanavond? Morgen?’
Heb ik hem nu onzeker gemaakt? Haha. Hugo laten bungelen betekent dat je ‘m aan de leiband hebt. Ik lieg dat ik de komende dagen te druk ben en vraag of het voor hem eventueel zaterdag schikt. Hij aarzelt en zwicht. Zaterdag is prima. Tot mijn ontsteltenis stelt hij het restaurant voor waar hij me vroeger, toen ik nog zijn meisje was, wel vaker mee naartoe nam. Hetzelfde restaurant waar hij een paar maanden geleden met ‘haar’ was en waarvan ik het bonnetje in zijn jeans vond.
Ik vraag of Chrissy bij Noor mag zaterdag. Dat mag. Suzan vraagt niet naar de reden.
‘Wil je niet weten waarom?’ lach ik.
‘Ja natuurlijk wil ik dat weten, maar je komt er wel mee als je daar aan toe bent, toch?’
Ik praat Suzan even bij over Hugo’s plannen om voor Chrissy ’s verjaardag naar Disneyland te gaan en dat ik gehoord heb dat hij ‘haar’ komende wintersport wil meenemen in mijn plaats.
‘Schaamteloos,’ zegt Suzan. ‘Maar wat denk je daaraan te kunnen doen?’
‘Ik heb besloten open kaart te spelen want van Hugo’s spelletjes weet niemand de spelregels, dus die kan ik maar beter niet proberen mee te spelen.’
‘Dapper van je. Ik ben benieuwd.’
Dat ben ik zelf ook. En tegen de tijd dat ik voor de kast sta om te bedenken wat ik aan zal trekken naar onze date – want zo voelt het gek genoeg een beetje – voel ik me gespannen. Hardop repeteer ik nog een keer wat ik te zeggen heb: de waarheid. Een half uur voordat we hebben afgesproken belt Hugo. Het eerste wat ik denk is dat hij me laat zitten. Tot mijn verbazing vraagt hij of hij me even op zal halen.
‘Doe geen moeite joh. Ik fiets wel. Het is droog en niet koud, dus geen probleem. Ik zie je zo.’
Hij is in gesprek met de sommelier als ik binnenloop. Ik tik Hugo alleen even op zijn schouder ter begroeting en ga dan snel zitten. De sommelier knikt me toe en wenst me een goedenavond. Onwillekeurig moet ik lachen.
‘Dat wens ik mezelf ook,’ mompel ik als de man wegsnelt.
Hugo zwetst wat over de wijn, zegt wel drie keer dat ik er zo goed uitzie – ik voel mezelf ook mooi in mijn nieuwe suède colbert en skinny jeans -, vraagt hoe het met Chrissy gaat, kucht wat, neemt een enorme teug van zijn wodka, schraapt zijn keel en zegt dan dat hij toch wel erg benieuwd is wat ik hem te vertellen heb.
‘Vragen Hugo. Ik wil je wat vragen.’
‘Oh! Nou shoot!’
Ik kan er opeens totaal niet meer opkomen hoe ik me had voorgenomen om te beginnen. Dat was in ieder geval heel anders dan wat ik er nu uitgooi.
‘Eigenlijk zijn het mijn zaken niet Hugo, maar ik wil je toch iets vragen en dat is of je me een beetje wilt ontzien totdat ik mijn leven weer wat meer op orde heb en ik onze scheiding een plek heb gegeven, want ik ben nog niet zo ver.’
Hij kijkt me aan. Zijn blik is non-descript.
‘Chrissy vertelde dat je haar mee wilt nemen naar Disneyland voor haar verjaardag. Ze vond het moeilijk om dat tegen me te zeggen. Ik denk dat ik het fijner zou vinden als we dit soort dingen eerst even samen bespreken. Snap je dat?’
‘Wat is het verschil?’ Zijn blik is nu hard.
‘Het verschil is dat Chrissy dan niet hoeft te vertellen dat je vriendin de plek van haar moeder al heeft ingenomen. Ze weet dondersgoed dat je me daarmee op mijn ziel trapt. Daarom begon ze er liever niet over.’
‘Dat was inderdaad misschien niet zo handig van me.’ Ik weet niet wat ik hoor en bedenk dat ik nu maar het beste kan doorpakken.
‘En dan is er nog iets Hugo. Van de week sprak ik Sammy. Ze vertelde dat je ‘haar’ ook al mee wilt nemen op wintersport. Dat gaat me in feite niets aan. Het zijn mijn zaken niet. Maar ik wil toch dat je weet dat ik die gedachte ongelofelijk pijnlijk vindt. Die wintersport deden wij samen. Ik bracht Chrissy er naar haar skiklasje en ik haalde haar ook weer op. Ik ben er niet aan toe om mijn plek af te moeten staan. En zeker niet aan haar.’ Ik leg het servet op tafel en sta op. ‘Sorry. Ben zo terug.’
Steunend met mijn handen op de rand van het wasmeubel bij de toiletten haal ik zo diep mogelijk adem. En nog eens. Ik hou mijn polsen onder het stromende koude water. Niet huilen Britt. Kom op. Niet huilen nu. Ik werk mijn lippenstift bij en wapper met mijn handen voor mijn ogen. Nog een keer adem in, adem uit. Als ik terugkom aan tafel steekt hij zijn handen naar me uit. Hij legt ze met de palmen naar boven op tafel en kijkt me aan.
‘Sorry,’ zegt hij dan. ‘Ik snap echt wel dat dit allemaal een beetje te snel voor je gaat. Misschien gaat het voor mij ook wel te snel.’
Ik had elke reactie, elk antwoord, voor mogelijk gehouden. Alles behalve dit.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







