Nooit eerder haalde Britt naar iemand uit

Maar nu wel...

britt bottelier

Hoofdstuk 38

Hugo brengt zijn hand naar zijn wang; geschrokken, geschokt. Nog nooit eerder haalde ik naar iemand uit.

‘Wat flik jij nou?’

Nu zeg ik het wel: ‘Sorry.’ Dan word ik weer boos. ‘Maar eigenlijk zou jij sorry moeten zeggen. Hoe durf je Hugo? Hoe durf je me aan te spreken op wat ik eventueel met een andere man doe? En in welk bed? Zou je niet eerst een beetje kunnen spiegelen op wat je mij allemaal geflikt hebt?’ Ik draai me om. Loop de kamer uit. Chrissy is halverwege op de trap gaan zitten.

‘Hebben jullie ruzie?’

‘Ik geloof het wel. Gaat wel weer over. Ik hoop dat jullie iets leuks gaan doen.’ Ik geef haar een zoen. Knuffel haar even. Voel me schuldig. Heb intens met haar te doen. Boven ga ik op de rand van de badkuip zitten totdat ik de voordeur hoor dichtslaan. Mijn handen trillen. Alles is onwerkelijk. Ik voel me onrustig. De muren komen op me af. Ik pak mijn jasje en mijn tas en loop de deur uit, de stad in. Zonder doel en zonder plan. Door het Vondelpark richting het Leidseplein de Leidsestraat in en vandaar via de Prinsengracht de Jordaan in. Op de hoek van de Elandsgracht ga ik op een terras zitten. Ik bestel een biertje. En daarna nog een. Ik scroll door mijn mails. De fotograaf waarmee ik naar de Chianti ga stelt voor om elkaar overmorgen bij de gate te zien. Ze denkt dat het daarna vanzelf goed komt als we eenmaal aan het werk zijn. Haar bericht stelt me gerust. Ik reken af en loop terug naar de Leidsestraat waar ik de tram naar huis neem. Ik kan er mijn draai nog steeds niet vinden. Als Hugo Chrissy thuisbrengt is het half vijf. De uitbarsting van die ochtend ligt me lelijk op mijn maag.

‘Iets drinken? Ik wil dit uit de wereld hebben’.

‘Blijft pappa eten?’ vraagt Chrissy voordat Hugo kan antwoorden. Haar poging om te bemiddelen.

‘Wil je dat?’

‘Dat is misschien wel een goed idee.’ We zijn het er alle drie over eens.

Chrissy verkast naar de voorkamer om tv te kijken. Ik schenk wat in en zeg dat ik nooit had willen uithalen. Dat ik niet snap wat me bezielde maar dat ik flipte. ‘Vrijdag gedroeg je je ook niet kies. Je lijkt wel jaloers.’

‘Tja. Wie zal het zeggen.’

We kijken elkaar aan. Er is genoeg gezegd. We bestellen sushi en eten samen met Chrissy voor de televisie. Als Hugo vertrekt loop ik met hem mee de gang in. Hij houdt me vast.

‘Waar ging je ook alweer naartoe? Italië toch? De Chianti? Van de week toch al?’

‘Overmorgen. Vrijdag weer terug. Bel je me als je iets van de makelaar hoort?’

Hij steekt zijn duim op en weg is ie.

Veel te vroeg komt ik twee dagen later aan op Schiphol en als één van de eerste ben ik bij de gate. Ik herken haar aan haar fotokoffer.

‘Jij moet Mayke zijn.’

‘En dan moet jij Britt zijn.’ Ze kijkt op haar horloge en dan naar het televisiescherm boven de balie. ‘Wil jij even op mijn spullen letten? Ik moet nog even terug naar de shops.’ Tegen de tijd dat ze terugkomt kunnen we boarden. Er zitten vijf rijen tussen haar en mij. Zolang we niet aan het werk zijn, hoeven we nog niets van elkaar. Als we door de wolken breken doe ik mijn ogen dicht. Langzaam sukkel ik weg. Ik mis de service aan boord en schrik pas wakker als we in een luchtzak duiken. Niet veel later tikken we Greve aan. Mayke wacht me op onder aan de trap. We gaan door de douane en dan door naar balie van het verhuurbedrijf waar onze huurauto klaarstaat. Ze vraagt of ik er bezwaar tegen heb als zij rijdt – wat ik absoluut niet heb. Niet veel later ontvouwt zich voor ons een adembenemende lappendeken van wijngaarden, olijfbomen en cipressen. De thermometer in de auto geeft 35 graden aan. Ik zucht. Thuis lijkt heel ver weg. Niemand kan me iets maken hier.

‘Geen probleem als je even je ogen dicht wilt doen,’ zegt Mayke. Ik maak je wel wakker als we in het hotel zijn.’

Mijn kamer is groot en licht en antiek en mijn terras ziet uit over de wijngaarden. Ik stuur Chrissy een appje met een foto van het uitzicht en heel veel hartjes . ‘Lekker mam!’ appt ze terug. Ik app dat ik heel erg veel van haar hou. Ze appt terug dat ze dat heus wel weet en dat ze natuurlijk ook van mij houdt. Later die middag zetten Mayke en ik koers naar een stokoud balsamicohuis. Mayke kijkt, ik luister. Tijdens het diner vloeit de balsamiconet zo rijkelijk als de chianti. Terug in het hotel leggen we onze indrukken eerst naast elkaar om ze daarna moeiteloos ineen te vlechten tot een verhaal met een ziel, een kop en een staart.

‘Dat gaat lekker zo,’ zegt Mayke. ‘Wij kunnen dat.’

De volgende dagen vergaat het ons net zo makkelijk. Van een wijnhuis gaan we naar nóg een wijnhuis en nóg een. En daarna van een restaurant naar een pecorinomaker en een laatste restaurant waar de chef ons mee de keuken inneemt waar hij aan de slag gaat met balsamico, pecorino, salami en ham en – als kers op de taart – Chianina-rundvlees waar hij een Bistecca alla Fiorentina van bereidt waar een hele straat van zou kunnen eten. 

‘Ze mogen ons nog wel eens samen op pad sturen,’ zegt Mayke bij het afscheid op Schiphol. Ik geef haar drie zoenen.

Tegelijkertijd dat ik de maandag erop een klap op de tekst geef, komt Makelaar Marc met een bod. Dat is meer dan de vraagprijs, meer dan ik ooit had durven dromen, meer dan Hugo ooit voor mogelijk had gehouden. Een snelle rekensom maakt dat ik voorzichtig adem kan gaan halen en niet meer in paniek hoef te raken als ik over de toekomst nadenk. Nadat ik van Kreta terug ben, mag Marc meteen voor me aan de slag. Een gevoel van ongelofelijke opluchting stroomt door mijn hele lijf.

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

Geschreven door: Britt Bottelier

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!