Is Britt wel klaar voor een nieuwe scharrel in haar leven?

Het antwoord zich laat raden

britt bottelier

Hoofdstuk 37

‘Ben je wel klaar voor een nieuwe scharrel in je leven Britt?’ Het was een terechte vraag die Bobby me stelde. Waarop het antwoord zich laat raden. Want natuurlijk ben ik daar niet klaar voor. Ik snak naar erkenning, naar troost, een arm om met heen, maar het is te vroeg om opnieuw te beginnen. Er ligt nog zoveel wat onbegrepen en onverwerkt is dat het echt nog wel even zal duren eer dat allemaal verstouwd is en een plek heeft gekregen.  Maar dat spreek ik niet uit als Bobby met me meeloopt naar mijn huis – voordat we gedanst hebben, zonder dat we plezier maakten en uitvoerig zoenden als opwarmertje voor een hele nacht samen. Er wordt überhaupt weinig gezegd sinds Hugo zijn opwachting maakte. Aslof de woorden tussen ons opeen op zijn en Hugo er een stokje voor heeft gestoken door zijn onbehouwen manieren. ‘Waar heb je Chrissy gedumpt?’ Het was niet eens bedoeld als vraag. Het was een regelrechte aantijging, een veroordeling, een voltreffer midden in mijn zwakke plek. Zoals hij mijn zwakke plekken altijd wist te vinden en nooit schuwde om erop te drukken als hem dat zo uitkwam. Ik heb dat nooit begrepen, dat kleineren van hem. Misschien heb ik er wel nooit goed naar durven kijken omdat ik me ervoor schaamde. Een hele enkele keer deelde ik wel eens een flard van de ontwrichting die dat tussen ons veroorzaakte. De afstand die ik daarna voelde. Een paar woorden tegen mijn moeder, mijn zusje. Eén keer luchtte ik mijn hart tegen Claire. Die keer kwam me duur te staan, maakte me dubbel kwetsbaar omdat ze wilde weten waarom. Waarom laat je dat gebeuren? Waarom doet hij dat? Waarom ga niet weg?

Op de drempel van mijn voordeur blijft Bobby staan.

‘Dag lieve Britt,’ zegt hij alleen maar. ‘Ga maar lekker slapen.’ Hij pakt me even bij mijn schouders, geeft me een zoen en draait zich dan om.

De emoties buitelen over elkaar heen en houden me wakker die nacht, Verdriet, eenzaamheid, opluchting en het gevoel afgewezen te zijn. Ik denk aan Bobby, denk aan Hugo, vergelijk ze met elkaar, mis de een en dan de ander. Ik denk aan ‘haar’- de vrouw die met een slap handje en droge ogen durfde te beweren dat ze het leuk vond om me te ontmoeten. Leuk?

Voor dag en dauw sta ik op. Het is al licht buiten. Een waterig zonnetje piept door de wolken. Het wil niet echt zomeren dit jaar. Even overweeg ik een rondje park maar na de eerste koffie is de zin me al vergaan. Ik heb een hele zaterdagochtend voor mezelf en weet me er niet eens goed raad mee. Ik ga in bad en daarna weer terug naar bed, maar slapen lukt niet meer. Als ik mijn mail check zie ik dat Makelaar Marc twee bezichtigingen heeft gepland. Allebei op dinsdag als ik, als het goed is, onderweg ben naar de Chianti. Ik mail hem terug dat ik in het buitenland ben en of hij me wil appen als er nieuws is. voordat ik Chrissy ga ophalen bij Suzan fiets ik langs de Franse bakker voor stokbroden en croissants en steek daarna door naar de kaasboer voor Hollandse Emmentaler en gezouten roomboter. Stiekem hoop ik erop bij Suzan te kunnen blijven hangen. We lunchen samen met de meisjes. Daarna blijf ik hangen, precies zoals ik gehoopt had. Ik doe mijn relaas over Bobby en Hugo en over Haar. Ze laat me praten. Luistert en zegt dat ik moet proberen om niet aan mezelf te gaan twijfelen omdat ik daar echt geen enkele reden toe heb. Is het geen goed idee om met de meisjes een filmpje te pakken vanmiddag? Even wat anders om op andere gedachten te komen?

Het loopt al tegen tienen als ik met Chrissy naar huis fiets. Ik vraag of ze gezellig bij me in bed komt. ‘Gaat het goed mam?’

‘Het gaat goed lieverd.’

‘Morgen lekker zondag.’

‘Morgen lekker zondag! Zullen we wat leuks gaan doen?’

‘Helemaal vergeten. Pappa vroeg of ik iets met hem wilde doen.’

Ik durf mijn kop erom te verwedden dat dit bij hem ingegeven werd door vrijdag. Hugo wil weten wat er speelt, hij wil controle en aan de touwtjes trekken. Om 11 uur op zondagochtend staat hij op de stoep om haar te halen. Zijn blik is duister. Het is zijn duistere blik die ergernis verraadt. Waar boosheid achter schuilt. Door die blik voelde ik me altijd onveilig en raakte ik op mijn hoede. Er was iets niet goed maar ik kon het niet pakken wat er mis was. Het was de blik waardoor ik me onzeker ging voelen, ging compenseren en op mijn tenen ging lopen. Het was die blik waardoor ik mezelf stukje bij beetje kwijtraakte. De blik waardoor ik mezelf weggaf en in altijd veel meer gaf dan ik kon missen.

Als Chrissy even naar haar kamer gaat om een jasje te halen komt hij voor me staan. ‘Lekker geneukt vrijdag? Ik mag toch zeker hopen dat je dat niet in ons bed hebt gedaan?’

Het gebeurt in een reflex. Onbedoeld en ongecontroleerd haal ik uit. Mijn vlakke hand kets af tegen zijn wang. Het is moeilijk te zeggen wie er meer geschrokken is. Ik wil sorry zeggen maar slik net op tijd om mezelf daarvoor te behoeden. In plaats daarvan sis ik dat hij een onbehouwen pummel is. Een hele grote onbehouwen pummel die totaal, maar dan ook totaal geen recht van spreken heeft. ‘Echt geen enkel recht Hugo!’

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

Geschreven door: Britt Bottelier

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!