Hoofdstuk 34
Ons huis is nog niet eens officieel op de markt of Makelaar Marc belt al om de eerste kijkers aan te kondigen. Het zijn ‘very special clients’ die specifiek op zoek zijn naar een familiehuis in deze buurt en ons huis zou wel eens een regelrechte bingo kunnen zijn. Hebben we er bezwaar tegen als deze specials voor de troepen uit komen om te bezichtigen? Dat zou dan al snel kunnen. Morgen bijvoorbeeld?
Ik zeg dat ik moet overleggen, wat ik stantepede doe.
‘Wat denk jij?’ vraagt Hugo die meteen opneemt. Wat ik denk? Vraagt hij nou opeens wat ik ervan vind?
‘Was jij het niet die altijd zegt dat een goed koopman los moet zijn?’
Hij lacht. Even later bel ik Makelaar Marc die kirt van vreugde bij zoveel medewerking. ‘Wat goed joh! Super! Uur of elf morgenochtend oké?’ Hij heeft alleen onze sleutel nog niet, dus als ik het niet héél erg vind, zou ik dan de deur open kunnen doen?
Tien minuten eerder dan afgesproken wordt er de volgende dag aangebeld door een man van dik in de veertig, grijzend bij zijn slapen, tanden net iets te fanatiek gebleekt, strak in het pak en dikke Rolex om zijn pols die niet te missen valt omdat hij er – time is money schat ik hem zo in – non stop omstandig op kijkt. Zijn vrouw is jong. Erg jong, erg blond, erg bruin en graatmager. Behangen met goud, balancerend op torenhoge stiletto’s, gehuld in een loeistrak jurkje dat tot net tot onder haar afgetrainde billen reikt en met aan haar rechterarm een designertas waar ik hoogstwaarschijnlijk een week uitbundig van op vakantie zou kunnen.
‘Makelaar is er nog niet?’ vraag de man met zijn blik op zijn Rolex.
‘Makelaar is er nog niet, maar kom binnen.’ Ik stel me voor. Hij ook, al heb ik niet verstaan wie er voor me staat. Zij houdt het bij een slap handje en een ‘hi’. ‘Zullen we maar doorlopen?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Want hier staan we ook maar te staan.’ Ik ga ze voor naar de kamer en daarna naar de keuken en vraag of ze koffie willen, maar dat wil hij niet – zij onthoudt zich van commentaar.
Ik voel me niet alleen heel erg ongemakkelijk maar ook een beetje wrevelig omdat die lamlul van een makelaar me hiermee opscheept. Terwijl de man begint te drentelen, met de knokkels van zijn rechterhand op een deur kloppend en met de neuzen van zijn peperdure hoogglanzend gepoetste Oxfords op het parket tikkend, gaat godzijdank de bel. Met een ‘sorry schat’ neemt Makelaar Marc het van me over. Neemt het hele huis trouwens van me over en laat me even later aan mijn keukeneiland achter met een gevoel dat ik hier geen enkele rol speel en niets te vertellen heb. Als ze boven zijn ga ik ze onderaan de trap staan afluisteren. Aan het driftige tikken van de stiletto’s kan ik precies horen waar ze zijn.
‘Jij?’ hoor ik de man aan haar vragen. ‘Wat vind jij?’
Ik hoor haar met een onwijs Amsterdamse tongval iets murmelen over het groen van onze badkamertegels dat niet haar smaak is. En daarna dat ze ook wel eens mooiere kranen dan deze gezien heeft. Ze stommelen verder naar de tweede verdieping en bijna een half uur later dalen ze eindelijk weer af om via de gang door te steken naar het souterrain. In de tuin heb ik vanochtend alle tuinkussens uitgestald en de parasols opgezet. Dat leek me wel gezellig maar met dit duo weet ik het nog niet zo net. Bij het afscheid vergeet hij me een hand te geven wat door haar wordt gecompenseerd met nog zo’n slap handje en nu een ‘bye’ in plaats van ‘hi’. Makelaar Marc laat ze uit. Loopt even met ze mee de trapjes af naar de stoep en keert dan terug.
Hij heeft er een goed gevoel over, zegt hij ongevraagd. ’Het zou toch wat zijn?’ mompelt hij meer tegen zichzelf dan tegen mij. ‘Precies wat ze zoeken. Een familiehuis voor zijn nieuwe gezinnetje en waar ook plek is voor de kinderen uit zijn eerste huwelijk. Ze hebben beloofd om vandaag nog iets te laten horen. Ik bel je schat! Dankjewel voor je tijd en flexibiliteit. Waardeer ik! Big times!’
Hugo belt al als ik nog met de deur in mijn handen sta. ‘En?’
‘En? Een loei ordinair mokkel met een Rolexvent op leeftijd.’
‘Dat boeit me even niet. Denk je dat ze geïnteresseerd zijn?’
Ik zeg niet wat ik denk: dat ik er niet aan moet denken dat dit blonde mokkel hier binnenkort de boel komt runnen. Dat ze de tegels uit de badkamer laat slopen om ze door roze marmer te laten vervangen en gouden kranen op de wastafels laat monteren. Dat niets van dit alles straks nog blijft en dat alles anders wordt. Dat de kinderen uit zijn eerste leg de bovenste verdieping krijgen voor de weekenden dat ze bij pappie en zijn nieuwe gezinnetje komen logeren. Dat zij haar vriendinnen uitnodigt om luidkeels te verkondigen wat er allemaal nog gebeuren moet voordat het haar smaak is. En dat ik hier dan niets meer te zoeken heb. Een tijdperk dat afgesloten wordt. Een droom die nooit meer uitkomt.
Ik zeg wat Makelaar Marc zei voordat hij de deur uit ging en beloof Hugo dat ik hem bel zodra ik gebeld ben. Dat gebeurt niet lang na de lunch.
‘Goed nieuws,’ fluit Marc. ‘Alleen over die vraagprijs moeten we het nog wel even hebben, want die is misschien toch een tikje aan de uitbundige kant.’
Als ik Hugo het goede nieuws breng zegt hij dat die kut makelaar erin kan zakken. ‘Lekker makkelijk verdiend met zeggen en schrijven één bezichtiging. Dank je de koekoek dat hij er niet mee zit om wat aan de vraagprijs te doen. In zijn commissie zal hij dat amper voelen. Zeg maar tegen die makelaar dat…’
Ik laat hem niet uitpraten. ‘Nee Hugo. Ik zeg helemaal niks. Jij gaat die kut makelaar maar lekker zelf bellen. Regel het zelf maar.’
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







