Hoofdstuk 31
‘Wat is er met jou aan de hand?’ vraagt Chrissy.
‘Wat zou er zijn? Niets. Hoezo vraag je dat?’
‘Je bent zo vrolijk.’
Sinds gisteren is alles anders. De mist van maanden is opgetrokken en ik kan me niet heugen wanneer de laatste keer was dat ik me zo goed voelde. Was ik ooit eerder in mijn leven net zo hotel de botel van iemand? Zo’n intens gevoel van verliefdheid dat ik nergens anders meer aan kan denken? Als ik mijn ogen dichtdoe kan ik hem nog steeds ruiken, voelen. Zijn handen op mijn rug en om me heen, hoe hij zoende, zijn ogen die me kalm en bijna nadenkend observeerden. Er was geen moment van ongemak, geen greintje schaamte. We waren. Samen. Zonder veel woorden, zonder opsmuk. Bij het weggaan had hij me nog een hand gegeven. ‘Ik ben Bobby by the way. Of had ik me wél aan je voorgesteld?’ Bobby. Behalve dat hij fotograaf is heb ik geen idee van Bobby. Dat hij jonger is dan Hugo staat vast, maar hoeveel precies en of hij ook jonger is dan ik? ‘Mag ik je bellen?’ had hij toch gevraagd.
‘Mamma! Jezus waar zit jij? Je hoort me niet eens!’
Ik zeg sorry en vraag wat er met haar is.
‘Zie je wel? je hebt er geen woord van gehoord. Echt waar mam!’
Ik zeg weer sorry en verzeker haar dat ik er weer ben.
‘Vakantie! Ik vroeg dus wat we gaan doen met de vakantie? Het is al bijna zo ver en we hebben nog niet eens plannen. Pappa wil een weekje met me naar Ibiza zegt hij.’
‘Ibiza? Goh. Leuk. En wanneer is dat?’
‘Dat moeten we dus nog boeken maar eerst wil ik weten wat wij gaan doen en wanneer we gaan.’
Het onderwerp vakantie spookt al ongeveer door mijn hoofd sinds de dag dat Hugo zei dat we moesten praten. Telkens als het weer oppopt druk ik het resoluut de kop in. Ik weet niet meer beter dan dat vakantie met z’n drieën is – of met z’n zessen als de reis richting de Alpen gaat. Een paar keer ben ik een lang weekend met Hugo alleen weggeweest maar als ik het voor het kiezen had was Chrissy er altijd bij. Chrissy werkte als katalysator. Door haar bleef Hugo betrokken, bleef hij deelnemen en was er altijd een gesprek, voor haar deed hij zijn best en door haar aanwezigheid op onze hotelkamer kon ik rustig gaan slapen in plaats van te moeten. Zijn niet te stillen honger naar seks en nóg meer seks en dat ik daar, hoe hard ik er ook mijn best voor deed, niet aan kon – en eigenlijk ook niet wilde – beantwoorden, was de eerste barst in onze relatie. Begonnen als een klein sterretje dat misschien nog wel gelijmd had kunnen worden, ontstond er uiteindelijk toch een scheurtje dat steeds verder omhoog kroop. Net zo lang totdat hij me steeds vaker en steeds langer met rust liet. Net zo lang totdat hij zijn heil buiten de deur zocht en hij mij niet meer nodig had om zijn honger nog meer te stillen. Zo moet het gegaan zijn en dat drong nog maar pas geleden tot me door toen ik ’s avonds in mijn bed stapte en voelde hoe fijn het was dat hij er niet meer is om me lastig te vallen.
‘Vakantie! Ja natuurlijk gaan we met vakantie. Ik zat te denken dat het misschien leuk is om naar een soort Club Med te gaan? Een club waar jij andere kinderen kunt ontmoeten? De Club Robinson is misschien een beter idee omdat die Duits is? Duits is toch net iets minder ingewikkeld dan Frans voor je. Zullen we eens kijken wat er is?’
Met ons bord op schoot en de laptop voor ons op het lage tafeltje besluiten we die avond voor Kreta. Volgens het profiel van die club komen er niet alleen gezinnen maar ook singles – al dan niet met kind of kinderen. Ik loop nog niet warm maar weet ook niet echt een alternatief.
‘Zullen we meteen de eerste weken van de vakantie boeken?’
’s Avonds bel ik Hugo om onze plannen te bespreken.
‘Kreta?’ vraagt hij. ‘Ik dacht dat jij niet zo van Griekenland was?’
‘Tegenwoordig is alles anders lijkt het wel. En voordat ik het vergeet. Heb je de nieuwe foto’s al gezien?’ Ik voel mijn hartslag versnellen als ik het uitspreek en op een rare manier bekruipt me ook het gevoel dat ik iets doe, iets gedaan heb, wat niet in de haak is. Een sentiment dat haakt aan bedrog, aan vreemdgaan.
‘Nog niet. Denk je dat hij goed was?’
‘Ik denk dat hij goed was ja.’
Als ik hem weggedrukt heb herhaal ik zachtjes wat ik net tegen hem zie, dat tegenwoordig alles anders lijkt te zijn. ‘En eigenlijk ben je een grote prutser in bed, Aardeman. Je bakt er niks, maar dan ook helemaal niks van en bent alleen maar met jezelf bezig.’ Als ik even later de vakantie boek twijfel ik heel even, maar dan ook echt maar heel even, over de bankrekening waarmee ik zal aanbetalen. Terugdenkend aan de puinhoop van Hugo’s administratie vraag ik me af hoe vaak hij zijn afschrijvingen checkt. Als hij die al checkt. ‘Per slot van rekening zijn we ook nog getrouwd, dus waarom niet?’ En dan gaat mijn mobiel. Hoewel het een onbekend nummer is neem ik op alsof ik door de duvel achterna gezeten word, zo snel.
‘Ha die Britt. Bobby hier.’
‘Hey.’ Klonk ik onnozel? Bakvisachtig? ‘Ik heb veel aan je moeten denken Bobby!’ ik voel geen enkele reden om niet gewoon uit te spreken wat ik ervan vind.
‘Likewise darling.’ Hij had me op darling. Ik voel me van binnen warm worden en moet diep inademen om genoeg lucht te krijgen.
‘Je bent leuk,’ schutter ik.
‘Dito,’ maakt hij er dit keer van.
Ik vraag of hij zomaar belt. Of hij de foto’s al heeft. Of hij…
‘Zal ik ze even langsbrengen?’
‘Nu?’
‘Nu.’
Ja. Ja zeker.’
‘Tot zo Britt. Half uurtje hooguit.’
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







