‘Zeg Hugo. Vertel even. Was het een goede advocaat?’

Ik lach nog harder nu.

britt bottelier

Hoofdstuk 29

Hugo heeft drie keer gebeld. De eerste keer toen ik onder de douche stond. De andere twee keer stond ik met mijn telefoon in mijn hand en besloot ik om een onverklaarbare reden dat ik niet op zou nemen maar gewoon zou wachten totdat het bellen vanzelf op zou houden. Bij de vierde keer ga ik overstag en neem ik toch op.

‘Ik probeer je al de hele tijd te bereiken Britt.’

‘Dat is dan nu gelukt. Is er brand?’

‘Ik hoor dat er een makelaar over de vloer is geweest. Wat stelt dit voor? Waar ben jij mee bezig?’

Van de schrik voel ik hoe het bloed met een noodgang naar mijn hoofd wordt gepompt. 

‘Hoe weet jij dat?’ stamel ik.

‘Doet dat er toe? Vertel nou maar gewoon waar je mee bezig bent.’ 

Ik voel me overrompeld, schaakmat gezet, schuldig ook. Woorden willen niet komen.

‘Nou?’ blèrt hij. 

Dit keer is het adrenaline die wordt rondgepompt. Is hij gek geworden? Ik klink ijzig kalm als ik zeg dat hij zijn gemak moet houden.

‘Dit huis is net zo goed van mij als van jou. Ik heb je al eerder gezegd dat ik verder wil met mijn leven. Ik moet weten waar ik aan toe ben. Een eerste logische stap is een indicatie van wat het huis kan opbrengen zodat ik weet wat ik ongeveer te besteden heb om in mijn eentje verder te gaan.’ Nu is het aan hem de beurt om stil te vallen.

‘Ben je er nog?’

‘Ja wat dan? Natuurlijk ben ik er nog.’

‘Zullen we het er anders even rustig over hebben binnenkort?’

‘Is die makelaar al met een taxatie gekomen?’

‘Nee. Ik zal je bellen als die er is.’

‘En de scheiding?’ Die zag ik weer niet aankomen. Zou hij er ook lucht van hebben gekregen dat ik een advocaat heb gesproken? 

‘Wat is er met de scheiding?’

‘Kom op nou Britt!’

‘Nee niks kom op nou. Wat bedoel je? Heb jij een voorstel voor de scheiding?’

‘Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn toch?’ Hij verraadt zichzelf. Hij heeft er wel degelijk over nagedacht. Waarschijnlijk heeft hij zich net al mij laten informeren.

‘Nee Hugo. Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn nee. Laat maar horen wat je bedacht hebt.’

‘Moet dat zo?’

‘Wou je er een fles champagne bij opentrekken?’ Ik moet me nu niet verder uit mijn tent laten lokken. Ik laat een stilte vallen en bal mijn linker hand tot een vuist om mezelf te dwingen die stilte niet op te vullen. Ik hoor hem zuchten. Een diepe, geïrriteerde zucht. Zie je wel? Ik leer snel.

‘Zal ik straks even langskomen?’

‘Straks als in?’

‘Einde middag?’

Als ik op het toilet zit hoor ik de voordeur.

‘Kom binnen!’ Het klinkt net zo cynisch als ik het bedoel.

‘Je wist toch dat ik zou komen? Of moet ik dan soms ook al aanbellen?’ 

In plaats van te antwoorden loop ik naar de keuken om wijn in te schenken. Ik blijf tegenover hem staan terwijl hij op een kruk schuift. Verrassend snel komt hij ter zake. Een advocaat hebben we niet nodig, denkt hij. Dat geld kunnen we beter in ons zak houden. Het huis is inderdaad van ons allebei. Als dat verkocht is, is het daarna eigenlijk zo goed als geregeld. Ik weet waar hij op aanstuurt. Geen alimentatie voor mij, geen aanspraak op pensioenvoorzieningen, alleen een toelage voor Chrissy. Ik besluit voor de short cut:

‘Wilde je ook een omgangsregeling voor Chrissy afspreken of denk je dat we daar samen uit kunnen komen zonder elkaar af te maken?’  

Het valt aan zijn gezicht af te lezen dat hij me niet meer kan lezen.

‘Hoezo?’ vraagt hij. Het klinkt schaapachtig.

‘Heel simpel eigenlijk. We verkopen het huis, ik koop een ander huis – tenminste als dat lukt in deze huizenmarkt -, ik verhuis, Chrissy woont bij mij maar ik wil haar jou niet onthouden en vice versa. Dus ziet ze jou als ze daar behoefte aan heeft en het jou ook uitkomt natuurlijk en we spreken een bedrag af dat jij maandelijks aan mij overmaakt als tegemoetkoming in haar onderhoud.’

‘Totdat ze achttien is.’ Hij verraadt zichzelf nog een keer want het is klip en klaar dat hij zich heeft laten informeren.

‘Want na haar achttiende kan ze in haar eigen onderhoud voorzien?’ Ik schiet onwillekeurig in de lach. ‘Zeg Hugo. Vertel even. Was het een goede advocaat die je gesproken hebt?’ Ik lach nog harder nu.

‘Een strottenbijter,’ zegt hij.

‘Hoe kan dan nou? Die strottenbijter had ik al. Zijn er daar zo veel van?’ 

We lachen nu allebei. 

‘Kun je die makelaar niet even bellen?’ vraagt hij. 

‘Natuurlijk kan dat, maar of dat slim is?’

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

 

Geschreven door: Britt Bottelier

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!