Nog voor dat we elkaar goed en wel begroet hebben staan we te zoenen

Dan neem ik neem Bobby mee naar het kantoor van Hugo in het souterrain

britt bottelier

Hoofdstuk 32

Nog voor dat we elkaar goed en wel begroet hebben staan we te zoenen in het tochtportaaltje bij de voordeur. Uit angst om Chrissy wakker te maken en te worden betrapt, neem ik Bobby mee naar Hugo’s kantoor in het souterrain. Zijn foeilelijke tweezits designerbankje dat ik altijd heb vervloekt, staat daar nu alsof het nooit ergens anders voor bedoeld was. We vrijen behoedzamer dan gisteren.

‘Alle Jezus, wat ben jij lekker.’ Ik zou er aanstoot aan kunnen nemen om lekker te worden genoemd, maar ik zie er geen enkele reden voor.

‘Wie heeft jou ingewijd in de liefde?’ wil ik weten.

‘Ingewijd? Grappig. Je bedoelt wie mij geleerd heeft hoe een vrouwenlichaam in elkaar zit? Want daar zit ‘m de clou.’

Ik knik.

‘Ze was mijn lerares Frans op de middelbare school. Getrouwd, bloedmooi en zo geil als boter. Ik was niet de enige van de jongens op school die het met haar deed. Als ze net zo goed les had gegeven in de klas zou ik nu vloeiend Frans spreken, maar halverwege het vierde jaar bleef ze op een dag weg. Ontslagen hoorden we later.’

‘Ik ben haar nu al dankbaar.’ Ik verberg mijn hoofd in zijn nek en klem mijn armen stevig om hem heen. Hij laat me voorgaan naar het hoogtepunt en houdt mijn hoofd met twee handen vast als hij volgt terwijl hij me blijft aankijken. Zijn blik eerst ernstig en daarna zacht. Hij glimlacht, net als gisteren. Ik glimlach terug, net als gisteren. Naast elkaar op Hugo’s foeilelijke tweezitter kijken we naar eindeloze stapels papieren en paperassen.

‘Ik had het al gehoord,’ zegt Bobby.

‘Gehoord wat?’

‘Dat je man goed gedijd bij chaos.’

Ik ga rechtop zitten. ‘Hoe ken jij Hugo eigenlijk?’

‘Ik ken hem niet echt. Fransje is mijn zus, vandaar.’

‘Fransje?’ Fransje is wat Hugo consequent zijn winkelmeisje noemt. ‘Je meent het.’

‘Ik meen het.’ Hij lacht en staat op. Pakt de envelop die hij bovenop zijn jas op Hugo’s stoel had gelegd. ‘Foto’s. Daar begon dit allemaal mee.’ Hij haalt ze uit de envelop en wil ze op de vloer gaan uitstallen maar ik hou hem tegen. Ik word opeens onrustig.

‘Kom. We gaan naar boven naar de keuken. Weg uit dit hol en ook iets drinken toch?’

Hij veegt de foto’s weer bij elkaar tot een stapeltje, raapt zijn spullen bij elkaar en volgt me de trap op door de woonkamer naar de keuken. Als ik een glas voor hem heb ingeschonken hoor ik de voordeur. Ik voel een golf van paniek opkomen. Het bloed stuwt naar mijn hoofd. Ik krijg het warm. Bobby kijkt me vragend aan.

Hugo komt fluitend binnen. Eerst verbaasd om ons te zien en dan argwanend.

‘Kennen wij elkaar?’ Hij geeft Bobby niet eens een hand om zich voor te stellen, maar Bobby blijft in zijn rol.

‘Nu wel. Ik ben Bobby en ik kwam de foto’s even laten zien. Dankjewel voor de opdracht trouwens.’

Hugo staat in dubio. Hij is argwanend en nieuwsgierig tegelijk.

‘Ook iets drinken?’ Ik heb mezelf weten te herpakken. Ik pak een glas en schenk in. Bobby haalt de foto’s weer uit de envelop en begint ze uit te stallen op het aanrechtblad. Ons huis, mijn huis, ontvouwt zich beeld voor beeld en neemt ons mee naar alle etages, elke kamer. Soms in perspectief, een ander keer in close up. Ik let op Hugo, probeer zijn reactie te peilen.

‘Oh,’ zegt hij alleen maar.

‘Oh?’ Grappig om te zien hoe Bobby zich niet van de wijs laat brengen.

‘Hier moeten we deze hut toch mee kunnen verkopen lijkt me. Niet slecht jongen. Je zus heeft niets teveel gezegd.’

‘En jij?’ Bobby kijkt me recht aan. ‘Ook tevreden?’

‘Blij mee! Hartstikke blij. Behalve voor de makelaar heb je ook een prachtig document van dit huis voor ons gemaakt.’ Ik voel hoe de emoties zich samenpakken ter hoogte van mijn borst en langzaam omhoog kruipen langs mijn keel naar de sinussen. Ik zou met gemak kunnen huilen opeens. Moet zelfs een grote slok nemen om de tranen te bedwingen.

‘Echt mooi.’ Mijn stem klinkt alsof hij op het punt staat te breken. Hugo loopt om het keukenblad heen naar me toe. Hij slaat zijn armen om me heen. Kort en stevig. Alsof hij me komt troosten. Maar troostrijk voelt dit allesbehalve. Dit heeft er alle schijn van dat hij tegen een paaltje aan staat te pissen. Zijn territorium, zijn vrouw. Ik schraap mijn keel en maak me van hem los. Hugo heeft ons overgenomen, zoals alleen Hugo dat kan. Ik voel me tekortschietend en tekortgedaan, niet op mijn gemak, op mijn hoede, uit het lood geslagen, klein gemaakt. Dit is wat Hugo met mij kan doen. Dit is waar hij goed in is. Bobby reikt naar zijn jas.

‘Ik laat jullie alleen. Fijn dat de reportage naar tevredenheid is.’ Ik loop achter hem aan om hem uit te laten. Bij de voordeur hoor ik mezelf ‘sorry’ mompelen. Hij kijkt me aan en pakt mijn hoofd even vast zoals hij eerder ook al deed. ‘Hij zou sorry moeten zeggen maar als ik dat zo inschat gaat hij dat niet doen.’

Terug in de keuken zit Hugo doodgemoedereerd aan de wijn. Pissig zeg ik dat hij echt niet meer zomaar binnen moet vallen.

‘Hoezo? Heb je iets te verbergen?’

‘En wat dan nog als ik dat had Hugo? En wat dan nog?’

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

 

Geschreven door: Britt Bottelier

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!