Hoofdstuk 35
Vandaag spreek ik Linda: de onbekende beller van een week geleden die op zoek is naar een culinair redacteur voor een glossy. Ik was haar opgevallen door mijn schrijfstijl die haar aanspreekt dus als het me wat lijkt heeft ze meteen al een tripje voor me naar de Chianti. Wijn, Balsamico, een niet te missen slow cooking restaurant, een hotel, een kok. ‘Je kent het wel.’ Ze heeft een fotograaf voor me waar ze op de redactie veel mee werken. ‘Super leuk mens. Je kent haar misschien wel.’ Ik zeg ja tegen Linda. Vol overtuiging en zonder voorbehoud omdat ik a. meer werk nodig heb en b. een tripje wel weer eens goed kan gebruiken. Briefing volgt. Vertrek volgende week woensdag. Ik reken uit dat ik dan nog mooi alles uit kan werken voordat ik met Chrissy naar Kreta ga. Thuisgekomen bel ik Hugo om te vragen of hij vier dagen voor zijn dochter kan zorgen omdat ik weer op trip moet. Hij gaat meteen vol op de rem en ik meteen vol in de aanval, scheld hem uit voor lamlul, druk hem weg en bel meteen daarna met Suzan om te vragen of Chrissy een paar dagen bij haar en Noor mag logeren wat natuurlijk geen probleem is. Chrissy springt een gat in de lucht als ik haar het nieuws vertel. Neuriënd vertrekt ze naar boven naar haar kamer en daar hoor ik haar nog steeds blij doen als Hugo even later komt binnen walsen waar ik maar even niks van zeg. Hij heeft het nog eens op een rijtje gezet en het kan toch. Chrissy kan toch bij hem. En hij heeft de makelaar gesproken. Er komen meer bezichtigingen en Makelaar Marc heeft beloofd tot het gaatje te gaan.
‘Chrissy gaat bij Suzan en Noor logeren en daar heeft iedereen heel veel zin in.’ Ik slaag erin om het als een voldongen feit te laten klinken.
‘Oh.’
‘Ja. En wanneer komen die bezichtigingen? Want daar hoef ik voortaan niet meer bij te zijn.’
‘Want?’
‘Te ingewikkeld. Dus beter van niet.’
‘Oh.’
‘Kwam je daarvoor Hugo? Of was er iets wat niet telefonisch had gekund?’ Ik klink bits en zo voelt het ook.
‘Ben ik hier niet meer welkom in mijn eigen huis bij mijn eigen dochter soms?’
Ik kijk hem alleen aan. IJskoud en zonder een woord. Dan draai ik me om en loop ik de kamer uit. Ik denk aan alle keren dat hij mij hier met de woorden ‘hier heb ik geen zin in’ heeft laten zweten en besef dat de rollen nu zijn omgedraaid en dat me dat een goed gevoel geeft.
‘Je dochter is boven,’ roep ik met mijn hoofd om de hoek van de kamerdeur. ‘Ik ben even een boodschap doen. En haal het niet in je harses om op haar in te praten want ze gaat gewoon naar Suzan en Noor volgende week omdat dat zo afgesproken is en omdat ze zich daar op verheugt.’
Als ik een half uur later thuiskom komt hij net van boven. Voordat hij afdruipt roept hij nog dat het zo langzamerhand tijd wordt om die scheiding rond te breien.
‘Kom maar met een voorstel,’ roep ik terug. ‘Zo moeilijk kon het toch niet zijn, hadden we al besloten?’
Sinds we een paar weken geleden met elkaar gegeten hebben, heb ik hem niet meer gehoord over ‘de andere vrouw’. Ik heb geen idee hoe hij zich tot haar verhoudt. Heb geen idee hoe het met hem gaat en ik vraag het me zelfs steeds minder af. Jarenlang voelde ik de drang om te willen weten hoe het met hem ging. Ik wilde hem begrijpen, grip op hem houden – of in ieder geval krijgen. Door steeds de focus op hem te leggen deed ik mezelf tekort. Ik leverde mezelf in, raakte mezelf kwijt. Ik raakte vriendschappen kwijt en het contact met mijn ouders, mijn zus. Er was niemand die dat van me vroeg. Ik deed het gewoon zonder bij na te denken, zonder me er zelfs van bewust te zijn. Heel veel van wat er speelde probeerde ik verborgen te houden, voor mezelf te houden. Want ergens wist ik het donders goed, dat ik bleef omdat ik te bang was om weg te gaan. Het was een verlammende angst, die me belette om mezelf te zijn,. Het was makkelijker om me in hem te verplaatsen dan me met mezelf bezig te houden. Nu ik die focus op hem heb kunnen laten gaan komt er ruimte in mijn hoofd, in mijn hart, in mijn leven. Ruimte voor mezelf, voor een nieuw begin en voor een leven waar ik steeds meer naar verlang.
Bobby heeft me net dat zetje gegeven. Het zetje dat ik nodig had om een stap bij Hugo vandaan te doen. Afstand te nemen waardoor ik weer kan spiegelen. Op mezelf en de wereld om me heen. Bobby gaf me het gevoel weer mee te tellen, ertoe te doe en de gedachte aan wat er was maakt me gretig naar meer. Een fysiek samenzijn met alleen maar aandacht voor het lijfelijke. Ik pak mijn telefoon:
‘Zin om je te zien!’
Het duurt een half uur en in dat half uur komen de oude bekenden onzekerheid en angst voorbij. De twee vinkjes geven aan dat hij me heeft gezien. Meteen toen mijn bericht werd afgeleverd, werd het gelezen. Na een half uur word ik uit mijn lijden verlost.
‘Voorstel?’
Het is vandaag vrijdag, ik wil stappen, uit eten, drinken. Ik wil vrij zijn, me jong voelen. Ik bel Suzan en leg het uit. Dat er iemand is waar ik zo graag vanavond mee aan de boemel zou willen. Daarna app ik Bobby:
‘Laten we alles doen wat god verboden heeft. Ik ben tot morgen rond de lunch helemaal vrij.’
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







