Hoofdstuk 41
Als er geen Bert en Chantalle, Jordy en Danny waren geweest, dat was Kreta my worst nighmare geworden. Maar ze waren er door er gewoon te zijn, niets van me te hoeven, geen ingewikkelde vragen te stellen. Op de laatste avond, als we na het eten en de verplichte animatie waar ik maar niet warm voor kon lopen deze week, ook al vaste prik in de bar belanden, kijk ik ze aan. Van de een kijk ik naar de ander en weer terug.
‘Nou gaan we het krijgen,’ voorspelt Bert.
Ik lach. ‘Ik wil alleen maar even zeggen dat ik jullie uit de grond van mijn hart oneindig dankbaar ben dat jullie zo aardig waren om mij en Chrissy te adopteren zoals mijn bijna ex het noemde.’
Nu is het aan Bert om te lachen. ‘Geinig,’ murmelt hij. ‘Die gozer moet humor hebben.’
Ik zeg dat ik het meen. En dat ik graag hun telefoonnummer zou krijgen zodat we een keer iets kunnen drinken als we thuis zijn. ‘Tenminste. Als jullie dat leuk vinden.’
‘Drinken altijd,’ zegt Chantalle terwijl ze haar glas naar me heft. ‘Hartstikke leuk mop,’ beaamt Bert.
Voor dag en dauw vertrekken Chrissy en ik naar de luchthaven waar we tot de lunch verplicht rondhangen omdat we mega vertraagd zijn. Ik bel Makelaar Marc om te zeggen dat ik onderweg ben en of hij al iets voor me heeft. ‘Zeker wel, heb ik wat voor je. Maandag komt er een bovenwoning op de markt. De verkopende makelaar staat bij me in het krijt. Als je wilt kunnen we bezichtigen voordat het de markt op gaat. De vraagprijs is binnen je budget. Ik weet wat er overboden moet worden, mocht je het willen hebben. En dan nog past het binnen je budget. Precies wat je wilt. Wat denk je?’
Ik voel dat ik warm word, van excitement nu. Het is pure energie die door mijn lijf giert. Blijdschap, een blij voorgevoel, hoop, geloof. ‘Hoe is de staat?’ weet ik nog te verzinnen.
‘Buiten zeer goed onderhouden, binnen redelijk. De badkamer zou vervangen moeten worden. Stucen en schilderen ook en de vloeren weet ik eigenlijk niet. Hangt ervan af hoe hoog je de lat legt. Het is in ieder geval in bewoonde staat. Geen dakterras alleen. Wel een redelijk balkon op het westen.’
‘Ja!’
‘Ja?’
‘Meteen maandagochtend?’
‘Ik app je nog, maar ga maar uit van acht uur.’
‘We hebben misschien een huis Chris! Maandag kan ik gaan kijken.’
Ze kijkt me vragend aan.
‘Weet je het bakkertje op de hoek van de winkelstraat? Als je die straat inloopt is het een paar huizen van de hoek.’
‘Spannend,’ zegt Chrissy.
‘Nou en of dat spannend is.’ Ik sta op van mijn plastic kuipstoeltje en kijk voor de zoveelste keer op de schermen. We kunnen over niet al te lang boarden. We gaan naar huis. Naar ons nieuwe leven. Een heel nieuw leven. Ik heb er zin in. Echt oprecht zin in. En ik sta te popelen om het huis te zien. Als dat toch eens waar zou zijn. Dat zou toch echt te mooi zijn om waar te zijn?
Thuis staat Hugo ons op te wachten bij de gate. Onaangekondigd en onverwacht staat hij daar te staan in een veel te oranje shirt waar ik hem nog nooit in heb gezien.
‘Pappa!’ Chris rent in zijn armen.
‘Zo zeg. Vanwaar deze eer?’
‘Leuk toch? Ik dacht, kom.’ Hij maakt zijn zin niet af. We lopen samen naar de uitgang, samen naar zijn auto en rijden samen naar ons huis. Hugo en Chris babbelend en ik voornamelijk luisterend omdat ik me overvallen voel door zijn aanwezigheid, zijn aandacht, maar er niets van wil zeggen om voor Chrissy de pret niet te drukken. Dat is vast waarmee hij gerekend heeft. Dat ik hem toelaat, hem zijn plek laat innemen. Hij vraagt niet of hij even mee naar binnen zal, maar maakt de voordeur open en gaat ons voor.
‘Is er wat te drinken in huis?’ Hij loopt naar de ijskast. Zijn vaste gang vanaf de voordeur sinds we hier introkken. Het huis voelt leeg maar licht. Teddy komt voorzichtig om de hoek kijken en mauwt ter begroeting. ‘Ga je mee?’ Chrissy tilt haar op en verdwijnt naar haar eigen wereld een etage hoger. Ik kijk Hugo aan. Vragend. Ik weet dat hij me ziet. Hij doet alsof dat niet zo is. Ik vraag hem of er iets te bespreken valt misschien, dat hij zo maar op Schiphol stond wat hij anders, vroeger, nooit gedaan zou hebben. ‘Nee. Gewoon aardig toch? Of is dat ook weer niet goed?’
‘Weer? Alsof het nooit goed is zeg. Dit is toch zeker opmerkelijk? Of niet?’
‘Gewoon Britt. Geen bijbedoelingen. Nu het huis eruit gaat en alles definitief wordt is het… och, hoe zal ik zeggen?’
“Definitief bedoel je?’ Mijn hersenen raderen op volle toeren. Heeft hij ruzie met haar? Spijt? Of is dit wat zijn oude moeder me ooit voorhield? Dat als ik ooit bang zou zijn om Hugo kwijt te raken, ik dan vooral niet aan hem moest gaan lopen trekken. ‘Zet hem op straat, neem je telefoon niet op en zwijg hem dood en moet jij eens kijken hoe hard hij naar je terug komt.’ Hugo Aardeman is de regie over Britt Bottelier kwijt en dat vindt Hugo Aardeman ingewikkeld.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier








