Hoofdstuk 39
De stad is stil en verlaten. Er rijden nog geen trams. De taxichauffeur die ons voor de vertrekhal van de luchthaven afzet wenst ons prettige vakantie. Ik pak Chrissy’s hand vast maar die trekt ze met een ‘mam!’ meteen weer terug. We checken onze bagage in en zijn binnen no time door de douane. Net als van de week lichtjaren te vroeg – een gewoonte uit angst om te laat te komen.
‘Broodje?’
‘Broodje!’
We eten ons kleffe croissantje zittend voor het raam met uitzicht op de vliegtuigen.
‘Bizar toch?’ Het is Chrissy die ons stilzwijgen doorbreekt.
‘Zo met z’n tweetjes bedoel je toch? Ik vind het ook raar Chris.’
Toen ik vanochtend wakker werd dacht ik terug aan onze zomervakanties samen. Aan hoe we voor dag en dauw de auto inpakten en aan hoe we in de loop van de dag ergens afsloegen om een hotel te zoeken. Die ‘bonnefooitjes’ pakten meestal goed uit en het onderweg zijn paste Hugo als een warme jas omdat die tussenstops nooit lang genoeg duurden om verveeld te raken. Na een glas op het terras bij aankomst, dineren en ontbijten was het weer pleiten en en route. Op de plaats van bestemming kon het een heel ander verhaal worden en dat was als het punt bereikt was dat de ene dag in de andere overvloeide zonder al te veel veranderingen. Als Hugo zich terugtrok en ontoegankelijk werd begon ik me uit ongemak vooral op Chrissy te richten waardoor ikzelf ook ontoegankelijk werd. Pas als thuis het leven weer zijn loop nam kon ik weer ontspannen.
Chrissy wordt uit haar overpeinzingen gehaald door een ‘ping’ die een app aflevert. ‘Veel plezier op Kreta. Groetjes aan mamma. Ik zal jullie missen. Kus pappa.’ Ze vraagt of ze ook van mij een kus terug zal doen wat ik laat gaan.
‘Ik blijf me over pappa verbazen,’ zeg ik meer tegen mezelf dan tegen haar. Ze kijkt even op van haar schermpje. Zonder verder commentaar maakt ze haar app af en stopt daarna haar telefoon in haar tasje.
Het is pas elf uur als we inchecken bij de Club Robinson. Te vroeg om meteen naar onze kamer te kunnen omdat die nog niet schoongemaakt is, maar we kunnen onze bagage bij de receptie achterlaten en alvast op verkenning uitgaan. We zien een zwembad en nog een zwembad. Er zijn strandbarretjes, er is een poolbar en een strandrestaurant van formaat fors uitgevallen schuur. Er zijn animatieteams, er is een kidsclub, er zijn boten en bootjes, waterfietsen, een gym, een yogastudio onder een rieten overkapping en een openluchttheater. En er zijn gezinnen. Heel veel gezinnen. Meer gezinnen dan ik gedacht had. Alleen maar gezinnen, zo op het eerste gezicht.
Tegen half een begeven we ons naar het restaurant waar een vrolijke hostess in een ultrakort shortje vraagt ‘ob wir zur Zweit sind’ en vraagt of ze onze polsbandjes mag scannen waarna we zelf mogen uitkiezen waar we gaan zitten. Bij een tafel met een vader en een moeder en drie kinderen vraag ik of ‘diese Plätze frei sind’. Omdat het hartelijke ‘aber sicher’ van hem op precies hetzelfde moment komt als het bitse ‘nein’ van haar draai ik me snel weer om. Chrissy kijkt me vragend aan. ‘Kutwijf,’ mompel ik. ‘Alsof ik erop uit ben om haar vent te kapen.’ Met lange tanden eten we wat, daarna halen we onze kamersleutel bij de receptie en sjouwen onze koffers de lift in. De kamer is niet klein en niet groot. Niet gezellig en ook niet ongezellig. Welbeschouwd een kamer van niks. We pakken onze spullen uit en trekken onze bikini aan.
‘Zullen we naar het zwembad?’
‘Ga je wel mee zwemmen mam?’
‘Ik ga mee zwemmen!’
Als Chrissy net is warmgedraaid in het water, heb ik het wel zo’n beetje gehad, maar dat laat ik niet blijken. Ik doe handstanden en maak koprollen totdat mijn ogen bloeddoorlopen zijn. Alles voor Chrissy die hier net zo min om gevraagd heeft als ik. Halverwege de middag begeven we onze naar een bar voor een drankje en een snackje. Het is er druk, er is muziek, er is jolijt. Een man van formaat Hugo maakt zich op voor een potje poolbiljart met zijn zoon. Du moment dat ik zijn kuiten in het vizier krijg gaat het mis. Die kuiten lijken als twee druppels water en ook de loafers aan zijn zongebruinde voeten zijn een kopie. Het missen is ineens zo heftig dat ik de opkomende tranen maar met moeite weg kan slikken.
‘Wat is er mam?’
Ik wijs op de man met de kuiten. ‘Dat doet me zo aan pappa denken dat ik hem opeens heel erg mis. Of misschien mis ik pappa niet eens zo erg, maar mis ik wat er was en voel ik me gewoon best wel alleen hier met z’n tweetjes. Misschien moeten we het zonder pappa op vakantie gaan nog leren.’
‘Ik vind het echt wel gezellig met jou mam, maar ik vind het ook raar en ik mis pappa ook.’ Ze huilt. Als ik mijn armen om haar heen sla laat ze me begaan. Ik hou haar vast zodat we samen kunnen huilen. Als ik even later naar de bar loop voor een bestelling moet ik mijn zonnebril opzetten om achter te schuilen. De man met de kuiten kijkt mijn kant uit, maar ik doe alsof ik hem niet zie.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







