Hoofdstuk 40
‘Ik dacht dat jij wel wat aanspraak kon gebruiken.’ Haar tongval is ontegenzeglijk Amsterdams. Ik kijk naar haar op vanaf mijn ligbed, zet mijn zonnebril af en knipper met mijn ogen tegen het felle zonlicht. ‘Ja, je zult wel denken waar bemoeit die zich mee. Maar we zagen je gisteren door de eetzaal schuiven met die mooie dochter van je en toen zei ik tegen mijn man: ‘die maakt een rot tijd door en voelt zich vast niet om over naar huis te schrijven’ Ik weet even niet wat ik moet zeggen, knik schaapachtig van ‘ja’ en sta dan op.
‘Ik ben Britt.’ Ik strek mijn hand naar haar uit.
‘Chantalle.’
‘Wat aardig van je trouwens. Want ja. Dat heb je goed gezien. We hebben wel eens een betere vakantie gehad.’
‘We liggen daar.’ Ze wijst naar de stretchers aan de rand van het zwembad. ‘Onze twee jongens liggen de hele dag in het water, dus die hebben geen bedje nodig. Als je wilt kunnen jullie lekker bij ons en dan kan zij – ze wijst naar Chrissy – met de jongens zwemmen als ze daar zin in heeft. Kijk maar effe. Moet niet, mag gerust.’ Ze draait zich om en loopt terug naar haar man. De hakjes van haar slippertjes klikklakken achter haar aan. Haar hoogblonde haar wappert in de wind.
‘Wat denk je Chris?’
‘Kan toch? Als we het niks vinden gaan we gewoon weer weg toch?’
‘Hey wijffie. Goed van je dat je hier effe aanschuift. Ik ben Bert.’ Daarna stapt hij op Chrissy toe. ‘Kom lieverd. Ik zal die jongens eens effe roepen. Als je zin hebt kun je lekker met ze gaan poedelen.’ Hij geeft Chrissy een vette knipoog en slaat een arm om haar heen. Dan loopt hij naar de rand van het zwembad en fluit op zijn vingers naar zijn jongens die meteen opkijken. Hij wenkt ze. ‘Kijk eens schat. Dit zijn Jordy en Danny.’ De jongens klimmen uit het water en steken om beurten hun hand uit. ‘Eerst maar een cocktailtje doen jongens?’ Ze knikken. Chrissy knikt mee. Ik glimlach als ik Bert met haar en de jongend nakijk.
‘Wat aardig,’ zeg ik nog maar eens tegen Chantalle.
‘Zo doen we dat toch?’ Ze houdt een Privé voor mijn neus. ‘Iets te lezen?’ Ik pak hem aan en installeer me op het bed naast haar. In mijn binnenste begint het weer stromen. Alles wordt lichter. Het blok op mijn maag wordt kleiner, lost op, verdwijnt. Ik haal diep adem. ‘Opgelucht?’ vraagt Chantalle die vast gedachten kan lezen.
‘Ik kan je niet zeggen hoe opgelaten ik me hier voelde.’
‘Hoeft ook niet. Ik zag het aan je. Net gescheiden?’
‘Nog niet eens, maar wel bijna als het goed is.’ En dan doe ik ongevraagd verslag. Soms kort door de bocht, dan weer met talloze omwegen en onnodige details. Ik praat aan één stuk door. Van de wintersport gaat het naar de eerste maanden, naar de andere vrouw, naar Bobby die het natuurlijk toch niet was want hoe kon het ook anders, naar het huis dat net verkocht is, naar een ander huis wat ik nog niet heb en naar Hugo met wie ik een redelijke verhouding probeer te hebben.
‘Attenooije,’ vat Chantalle mijn relaas samen.
‘Sorry. Ik geloof dat dit wel erg veel informatie in één keer was. Too much?’
‘Voor mij niet. Ik kan wel wat hebben. Dapper van je om toch hierheen te komen. Dat moet ik zeggen. Zullen wij ook effies richting de bar? Drankje voor de kennismaking?’
Chantalle en Bert moeten van goud zijn. Net als hun jongens die altijd al een zussie hadden willen hebben en Chrissy per direct op handen dragen. Als ze die middag met z’n drieën in het zwembad liggen klinkt Chrissy’slach boven alle andere kinderstemmen uit. Het is een lach van blijdschap. Ik doe mijn zonnebril op om mijn ogen te verbergen en sluit ze dan. Wie zei er ook alweer tegen me dat je vaak het meest teleurgesteld wordt door mensen waar je de meeste verwachtingen van hebt? En dat de echte steun vaak uit een totaal onverwachte hoek komt? Het contact met mijn eerst misschien-wel-beste vriendin Claire verloopt al maanden stroef. Walter en Sammy laten het ondanks al onze wintersportvakanties afweten. Suzan van Noor heeft zich mijn steun en toeverlaat bewezen en heeft aan een half woord genoeg waar we eerst amper een woord met elkaar wisselden. En deze mensen komen regelrecht uit de hemel vallen.
Toch gooi ik het na twee dagen maar op tafel. Dat ze ook vast wel een dagje zonder ons willen zijn en dat ze ook gerust een dagje met z’n tweeën eropuit kunnen en dat de kinderen dan natuurlijk bij ons mogen. ‘Schei ’s effe uit,’ zegt Chantalle. ‘Wij komen niks tekort. Zien elkaar al vijfentwintig jaar aan een stuk dag in dag uit. Zullen we gewoon afspreken dat we er zelf wel mee komen als jullie ons te veel worden?’
Die avond hoor ik Chrissy opgewekt tetteren als ik uit de douche kom. Aan haar stem weet ik dat ze met Hugo belt. ‘Héél leuk!’ roept ze. ‘We hebben hele leuke vrienden gemaakt. Die komen ook uit Amsterdam. Wat? Nee een vader en een moeder en twee jongetjes. Vanavond is Griekse avond. Ik ga zo ophangen want we moeten ons nog verkleden en worden allebei een Griekse godin. Wat? Hier komt ze.’ Ze stopt haar telefoon in mijn hand en neemt de badkamer van me over.
‘Ik hoor dat jullie geadopteerd zijn?’ Een typische Hugo-opmerking waar ik vroeger om gelachen zou hebben. Ik antwoord niet. ‘Oké.’ Hij heeft de boodschap blijkbaar begrepen. ‘Makelaar. Hij belde. Het huis is verkocht. We kunnen over een week naar de notaris op voorwaarde dat het transport over drie maanden uiterlijk is. Je bent een rijk wijf Britt.’
Over drie maanden al? Over drie maanden moet de tent leeg zijn? Ontruimd en opgeleverd? En dan moeten Chrissy en ik er dus uit? Die avond ga ik aan de oezo. Die bekomt me zo slecht dat ik ’s nachts een paar keer naar de badkamer moet die ik maar met moeite op tijd haal.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







