‘Net als ik denk dat dit wel héél erg in harmonie verloopt’

‘Dus die kandelaar die ik aan jou heb gegeven voor je verjaardag, die blijft van jou?’

britt bottelier

Hoofdstuk 43

In dezelfde week dat ik het huis officieel mijn huis mag noemen, komt ook de papierwinkel voor de scheiding rond. Een scheiding volgens het boekje want verbluffend soepeltjes verlopen, keurig in overleg en zonder noemenswaardige aanvaringen tussen Hugo en mij. We spreken geen omgangsregeling voor Chrissy af. Ze woont bij mij – precies zoals ik dat wil – en gaat naar Hugo als dat zo uitkomt – precies zoals Hugo dat wil. Er is ook geen officiële lijst voor de boedelverdeling, want ook dat zullen we in goed overleg doen en dat staat voor vandaag op de planning daar waar de boedel zich bevindt: in mijn ‘oude’ huis.

Persoonlijke dingen en dingetjes, die kunnen we overslaan, zegt Hugo en vind ik ook. ‘Persoonlijk als in kleding, sieraden, persoonlijke cadeaus en persoonlijke familiedingen?’ vraag ik voor de zekerheid.

‘Yes.’

‘Dus die kandelaar die ik aan jou heb gegeven voor je verjaardag, die blijft van jou?’

Maar net als ik denk dat dit wel héél erg in harmonie en vlotjes gaat, slaat de vlam in de pan en dat gebeurt zo snel en met zo’n heftigheid dat het totaal uit de klauwen giert tussen ons. Het gaat over de auto. Mijn auto. Als een donderslag bij heldere hemel blijkt die opeens niet van mij te zijn, maar van hem.

‘Hoezo? Je hebt toch zeker zelf een auto? Je hebt er toch geen twee nodig?’

‘Nee lieverd.’

‘Ik ben je lieverd niet.’

‘Doe nou even niet zo moeilijk Britt!’

‘Ik moeilijk? Wie doet er hier nou moeilijk?’

‘Die auto staat op mijn naam Britt. Ik heb die auto gekocht en jij mocht erin rijden.’

‘Ik rij al twee jaar in die auto eikel. Wat moet je nou opeens?’

‘We moeten die auto verrekenen.’

‘Verrekenen waarmee? En waarom staat die auto op jouw naam en weet ik dat niet?’

‘Omdat je niet op zat te letten.’

‘Heb je me met die auto nou ook nog verneukt? Ik dacht dat het alleen het buiten de deur neuken was waarmee je me bedonderd hebt. Heb je nog meer geintjes?’

Het heeft een open zenuw bij me geraakt. De woede stuwt met zo’n kracht omhoog dat ik ervan ga trillen. Ik heb mezelf niet meer in de hand. Ik wil hem iets aandoen. Ik begin te huilen. Het huilen gaat over in snikken – met piepende uithalen die door de kamer, het huis, gieren. Ik wend mijn hoofd af. Wil hem niet meer zien. Gebaar dat hij moet opsodemieteren. Dat ik hem nooit meer wil zien.

‘Kom op nou Britt. Doe eens effe rustig nou.’ Hij probeert me vast te pakken. Ik sla zijn hand weg. Zo hard dat mijn eigen hand ervan tintelt. Hij trekt me naar zich toe.

‘Wat gebeurt hier nou?’ Hij is van me geschrokken. Net zo erg als ik van mezelf ben geschrokken.

‘Wil je weggaan? Ik wil dat je weggaat.’

Hij loopt de kamer uit en komt meteen weer terug. ‘Zo gaan we dat niet doen Britt. Zo gaan we niet uit elkaar.’

‘Dan had je je moeten gedragen Hugo. Meen je dat nou? Dat we mijn auto moeten verrekenen? Vind je dat ik te veel krijg? Of jij te weinig?’

‘Nee. Nee dat vind ik niet. Ik vind dat we het best goed gedaan hebben. Dat vind ik.’

‘En als ik nu zeg dat ik mijn eigen auto van jou wil kopen, dan is het helemáál goed geregeld voor je?’

‘Nee laat maar zitten.’

‘Waarom begon je er dan over?’

‘Laat nou maar zitten, zeg ik toch? Zullen we verdergaan?’

De eruptie van die middag dreunt nog lang bij me na. Want wat daar gebeurde stond voor veel meer dan alleen het akkefietje met de auto. Het was de onderhuidse, opgekropte woede die zich in de loop van ons samenzijn in me nestelde, die aan de oppervlakte was gekomen. Het gevolg van het feit dat ik mezelf afleerde om boos te worden omdat boosheid meestal uitmondde in ruzie en nog meer afstand tussen ons. Ik gaf het op om mijn mond open te doen en maakte mezelf wijs dat het ’t sop in de kool niet waard was om hem de waarheid te zeggen.Maar opgekropte woede verdwijnt niet vanzelf. Die lost niet op door hem te onderdrukken maar gaat rotten, maakt de vervreemding tot jezelf en de verwijdering tot die ander tot een gapend gat dat niet meer te overbruggen valt.

Sinds het begin met Hugo gaf ik meer weg dan ik kon missen en het heeft zin om dat terug te willen halen omdat dat schip al lang geleden gevaren is. Onderweg vervreemdde ik van mezelf en werd daardoor een vreemde voor de mensen om me heen. Voor mijn ouders, mijn zus en voor Jeanny en Lieke: oude vriendinnen waarmee het contact steeds verder verwaterde totdat het op een dag was doodgebloed.

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40. // klik hier voor deel 41. // klik hier voor deel 42.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

Geschreven door: Britt Bottelier  

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!