Hoofdstuk 45
Hoe lang heb ik daar gezeten met mijn rug tegen de voordeur en mijn knieën hoog opgetrokken tegen mijn borst? Als ik terug de keuken inloop geeft het klokje van de oven aan dat het bijna half vijf is. Het zal niet lang meer duren voordat Chrissy en Hugo kunnen boarden. Buiten in de tuin zie ik Teddy terugkeren van haar nachtelijke strooptochten door de binnentuinen. Ik roep haar door de kier van het openstaande raam. Zachtjes mauwend hoor ik haar even later de trap van het souterrain naar de beletage omhoog klimmen. Nieuwsgierig steekt ze haar koppie om de deur van de kamer. ‘Hé snoetebolletje. Ben je daar?’ Ik til haar op. Ze vleit zich tegen me aan en laat me begaan als ik mijn neus diep in de vacht bij haar oortje stop.
Ga ik terug naar bed? Bel ik mijn moeder uit bed? Net als aan het begin van dit jaar toen ik er soms zo doorheen zat dat ik er niet meer uit kon komen in mijn eentje? Of neem ik koffie en maak ik plannen om de komende week een beetje door te komen? Met Teddy nog steeds dicht tegen me aan loop ik besluiteloos naar beneden de tuin in waar een verse zaterdagochtend al door de toppen van de bomen piept. Ik duik weg in mijn favoriete hoekje onder de overkapping. Als er een ochtendzonnetje verwacht kan worden – en daar lijkt het wel op – duikt het hier gegarandeerd als eerste op.
De gedachte dat ik hier over een paar maanden niets meer te zoeken heb, dringt zich aan me op en met een steek in mijn hart besef ik dat als de nieuwe eigenaren mijn rododendrons zat zijn, het hen vrij staat om ze te slopen en dat Teddy haar goddelijke territorium hier vaarwel moet zeggen om het voor de rest met een balkon op twee hoog te doen. Alsof ze mijn gedachten kan lezen springt ze van mijn schoot. Tegen de stam van de lijsterbes gaat ze uitgebreid haar nagels staan scherpen en dan kuiert ze verder, onder de schutting door de brandgang in. Het is geen eenzaamheid die knaagt ter hoogte van mijn borstbeen. Geen paniek of een andere oude bekende. Deze emotie is relatief nieuw voor me en voelt als een innerlijk dolen, alsof ik de vaste grond onder mijn voeten kwijt ben. Het is een leegte. Een gevoel dat er iets ontbreekt. Alsof ik even nergens thuishoor en nergens thuis kan komen.
Ik heb het besluit al genomen voordat ik het goed en wel besef. Met twee treden tegelijk ga ik terug naar de beletage om koffie te zetten, boterhammen met kaas te smeren en eten voor Teddy neer te zetten. Veel eten en in ieder geval genoeg tot maandag. Ik spring onder de douche, trek een jeans aan en een T-shirt en sneakers en pak wat spullen in mijn weekendtas: een sweatshirt, schoon ondergoed, instappers en slippers, nog een jeans, nog een T-shirt en een oversized overhemd. Binnen no time sta ik weer beneden. Telefoon, tas, sleutels, autosleutels. Ik draai het slot van de buitendeur aan de buitenkant twee keer om en speur de straat af op zoek naar mijn auto.
Het is stil in de stad, stil op de Ring, stil op de snelweg. Op de A2 stop ik bij het eerste beste tankstation om mijn tank vol te gooien. Ik kan de verleiding niet weerstaan om een pakje rode Marlboro ’s en een aansteker te kopen. Ik steek er meteen een op voordat ik weer start en draai dan terug de A2 op die ik helemaal tot voorbij Maastricht afrijd. Tegen de tijd dat het heuvelland zich aan me ontvouwt loopt het tegen half acht.
De rode bakstenen van mijn ouderlijk huis worden aangelicht door de ochtendzon. Ik parkeer bij het kippenhok en loop om het huis heen naar de achterkant waar ik door het keukenraam naar binnen kan kijken. Mijn moeder zit aan haar kruiswoordpuzzel – een dagelijks ritueel om haar verstand scherp te houden. De koffiekan staat als altijd voor haar. Een sigaret ligt te dampen in de asbak. Als ze ernaar reikt houdt ze even stil en draait dan haar hoofd naar me toe. Haar glimlach verwarmt mijn hart. Ze gebaart dat ze de voordeur open komt doen die nog op het nachtslot zit. Nog voordat ik een voet over de drempel heb gezet val ik haar in de armen. Ze streelt over mijn haar.
‘Goed dat je thuisgekomen bent. Voelde je je een beetje verloren?’
Ze schenkt koffie voor me in en doet de deur naar het terras open dat uitkijkt over het dal. De paarden komen nieuwsgierig dichterbij en houden halt achter het prikkeldraad. Ik adem mijn thuisland diep in terwijl mijn moeder een lap over de tuintafel haalt en de kussens in de stoelen schikt.
‘Hoe ging het afscheid van Chrissy?’
‘Zij was erbij.’
‘Zij?’
‘Zijn vriendin. Het loeder zat voor mijn huis te wachten in haar auto.’
‘Ze is toch niet mee op vakantie?’ vraagt ze geschrokken.
Mijn vader komt, gewekt door ons gekwek, het terras oplopen. Hij strekt zijn armen naar me uit. ‘Kind!’ Hij houdt me een stukje van hem af om mijn gezicht te kunnen zien en trekt me dan weer naar zich toe. ‘Wat goed om je thuis te hebben!’ Zijn stem slaat over.
‘Die gaat het echt niet worden,’ murmelt mijn moeder op de achtergrond. Ik kijk haar vragend aan.
‘Die vrouw. Die gaat het echt niet worden. Ik geef ze nog hooguit een half jaar en dan is het schluss.’
‘Over wie heb je het?’ vraagt mijn vader.
‘Over Hugo’s vriendin.’
‘Oh die.’ Hij haalt zijn schouders op en laat zijn rechterhand naar achteren wapperen: weg met die vrouw.
Dan pingt mijn app. ‘We zijn er mamma! Het is een heel cool appartement. We gaan nu ontbijten op het strand. Ik bel je straks. Xxxx Je sweety pie dochter Chrissy.’
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40. // klik hier voor deel 41. // klik hier voor deel 42. // klik hier voor deel 43. // klik hier voor deel 44.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier







