Stiekem tellen we af. De laatste zomer, de laatste keer september, de laatste week, de laatste donderdag en toen -zomaar ineens- is hij daar. Die verdraaide laatste vrijdag. De dag waarvan je wist dat hij zou komen, en die er vandaag ineens is.
We doen maar alsof er niets aan de hand is. “Knoppie om” herhaalt Stella als een mantra elke keer als onze ogen elkaar vinden. “We doen gewoon alsof ik hier morgen weer ben.”
“Ze rookt wel” zei mijn moeder die tijdens het sollicitatiegesprek dat ik twaalf jaar geleden met Stella had stiekem even aan haar jas had gesnuffeld. We waren een kritische crowd. Een nieuwe nanny moest niet alleen mijn lief en mij overtuigen van haar kunnen, mijn ouders deden vanaf de bank in de woonkamer net alsof ze tv keken, maar ondertussen waren ze daar als twee FBI-agenten elk woord aan het wegen en werd elke handeling geobserveerd. Deze Noordwijkse moest wel goed voor onze prinsesjes kunnen zorgen. Want we hadden nogal wat om voor te zorgen. Bel van net vier, Iggy van een jaar en Flo van een jaar of zes die geen rugzakje had maar eerder een kipcaravan achter zich aan sleepte. Geen makkelijke taak. Maar ze deed het. En ze kon het.
Nu, op deze laatste dag, sta ik stil bij wat weg zal vallen. Onze appjes bijvoorbeeld. De dag begon met een appje van Stella met de vraag welke boodschappen er gehaald moesten worden en wat we vanavond zouden willen eten. Een paar uurtjes later, volgde het berichtje dat Stella -met boodschappen en al- thuis was en of ik haar auto even wilde aanmelden bij bezoekersparkeren. Rond een uur of vier volgde een verslag van de dag van de meisjes, hun gemoedstoestand en het verdere plan van de middag. Slecht nieuws bracht Stella pas als de situatie voorbij en opgelost was. En we eindigden de dag met de zin “bijna weekend”. Want welke dag van de week het ook was, we hadden hem volbracht en we koersten in volle vaart richting vrijdag. Dat was ons lievelingsmoment; samen een glaasje drinken, de week die was bekijken en bedenken wat we dit weekend allemaal eens zouden doen. Toen Flo nog thuis woonde, werd Stella ritueel uitgeleide gedaan. Ik stond in de deuropening, Flo liep mee naar Stella’s mintgroene Twingo, deed haar gordel bij haar om, knalde de deur dicht met een stevige zwaai en liep naar de achterkant van de auto om Stella zo de goede kant op te duwen. Terwijl Flo een meter of dertig achter de auto aanrende, liep ik haar richting op om zo samen te zwaaien tot Stella voorbij de magnoliaboom ons pittoreske parkje afdraaide.
Aan het tijdperk Stella is vanaf vandaag een einde. Thuis hebben we eigenlijk geen nanny meer nodig. Flo is uit huis en Bel en Iggy zijn groot genoeg. Stella is een ster in het runnen van je huishouden alsof het een vijfsterrenhotel is, maar haar grootste talent, dat hebben we niet meer nodig. Stella kan mensen licht geven. Licht in een donkere tijd. En nu is er een ander gezin dat haar nodig heeft. Meer dan wij. Maar wij, wij blijven altijd verbonden. In herinnering en in het hart. En al zullen de appjes niet meer vijfmaal daags binnen stromen, ik hoop op minstens maandelijkse updates van Stella. Over het leven, de liefde, over Piet, over Mo, over gedoetjes en gezelligheid. En als ik daar dan een moment voor zou mogen kiezen, dan heel graag op vrijdag rond een uur of zes. Dan is het net weer even hoe het was.







