‘Ik voel hoe het bloed uit mijn hoofd wegtrekt’

Heel goed voor haar zorgen?

britt bottelier

Hoofdstuk 44

Chrissy ’s weekje weg met Hugo staat te gebeuren: morgen, zaterdag, vliegen ze samen voor dag en dauw naar Ibiza waar Hugo een appartement in Ibiza Stad heeft geboekt. ‘Weet je het wel zeker? Dat het in de stad is?’ vroeg ik Chrissy toen ze het vertelde. Ze had haar schouders opgehaald. ‘Pappa zei dat een vriendin van hem er ook is met haar dochter en dat die ongeveer net zo oud is als ik. Dat leek pappa wel chill.’

Het lijkt erop dat ze dit hele idee pas tot zich door laat dringen nu we aan het pakken zijn en opeens slaat de twijfel toe en wordt ze onzeker. ‘Ik weet niet of ik met pappa naar Ibiza wil, mam.’ Ze kijkt me niet aan als ze de woorden uitspreekt. Haar wangen zijn rood en ze laat haar schouders laag afhangen.

‘Hoezo twijfel je?’ Als ik haar daar zo zie staan, met haar knalgele bikinietje in haar ene hand en haar favoriete jurkje van witte broderie met ruches aan het minuscule rokje in de andere hand, bekruipt me een ongemakkelijk gevoel. Ik ga op haar bed zitten. Ze volgt mijn voorbeeld.

‘Nou. Dan ga te gewoon niet mee.’

‘Hoe kan dat nou?’ Ze kijkt een beetje wazig langs me heen.

‘Als je niet met pappa op vakantie wilt, bel ik hem af en dan blijf je lekker thuis.’  

‘Dat kan toch niet?’ Ze kijkt me nu aan. Een klein meisje dat moederziel alleen op haar grote bed zit om zich klaar te maken voor wéér een ander onderdeel van haar nieuwe leven waar ze nooit om heeft gevraagd, waar ze akelig alleen in staat en waar ze wonderwel mee wist te dealen – dacht ik. Maar wat weet ik nou echt van haar innerlijke wereld? In hoeverre kan ik haar gedachten nou écht lezen? Spreekt ze zich überhaupt wel eens uit of stopt ze haar gevoelens heel diep weg om ze straks, als ze ouder is, weer op te graven omdat ze haar in de weg zijn gaan zitten en het niet langer lukt om ze te negeren?

‘Dat vind ik zielig voor pappa.’

We gaan verder met inpakken. Als we klaar zijn gaan we naar beneden. Ze wil niets eten, niets drinken. Tegen tienen neem ik haar weer mee naar boven, naar mijn slaapkamer waar ik naast haar in bed kruip. We kijken televisie zonder te zien waar we naar kijken en als Chrissy eindelijk in slaap sukkelt loopt het tegen middernacht. Om half drie ga ik er zelf uit om koffie te zetten. Ik neem mijn mok mee naar boven en ga op de rand van het bed naar mijn kleine meisje zitten kijken waar ik zo erg mee te doen heb.  Ze wordt wakker, wrijft in haar ogen en krabbelt meteen overeind. Ik help haar in de badkamer en help haar haar koffertje dicht te ritsen. Ik zeg dat ik heel erg veel van haar hou. Ik zeg dat ze het vast en zeker heel erg fijn zal hebben met pappa en dat we elke dag samen zullen bellen en dat een week heel snel voorbij is. Ik knuffel haar. Ze zegt ‘au’ en trekt zich los.

Om vijf voor drie gaat de voordeur open. Hij roept naar boven of ze klaar is en dat hij er zin in heeft. Ze houdt zich groot. Zoals ze zich voor Hugo vaak groothoudt omdat dat blijkbaar zo werkt tussen hen.

‘Wil je alsjeblieft heel goed op haar passen? Heel goed voor haar zorgen?’

‘Wat dacht je dan dat ik ging doen?’ Hij klinkt gepikeerd. Dan pakt hij haar koffertje en gaat de grote voordeur weer open. In mijn ochtendjas loop ik de trapjes af naar de stoep. Ze staat pal aan de overkant van de straat geparkeerd en ze zit achter het stuur, met het raampje naar beneden en haar arm half buiten boord. Ze wacht totdat ze zeker weet dat we oogcontact hebben. Dan gaat haar arm iets omhoog en steekt ze twee vingers naar me op ter begroeting – een hooghartig hallo-hier-ben-ik-en-vandaag-ben-ík-weer-aan-zet.

Ik voel hoe het bloed uit mijn hoofd wegtrekt. Als ik Hugo aankijk weet ik geen woord uit te brengen. ‘Ben je er klaar voor?’ Hij slaat zijn arm om Chrissy heen. ‘Caroline brengt ons even weg.’ Het is voor het eerst dat ik hem haar naam hoor uitspreken. Chrissy zegt niets. Ik zeg ook nog steeds niets. Ik pak Chrissy nog een keer vast om te zoenen. Dit keer laat ze me begaan. Als ze de straat zijn overgestoken doe ik een stap terug op het trapje. Met de ochtendjas nog steeds dicht om me heen blijf ik staan kijken hoe hij de kofferbak opent om Chrissy ’s koffertje in te laden. Dan houdt hij het portier open om haar te in laten stappen en stapt hij zelf ook in. Hij gaat naast haar voorin zitten. Voordat ze optrekt zwaait ze nog een keer naar me. Chrissy kijkt van achter het raampje op de achterbank toe.

‘Dag mamma,’ mimet ze.

Ik hou mijn hand op mijn hart en mime terug hoeveel ik van haar houd.

Als ze de straat uit zijn keer ik terug naar binnen. Achter de voordeur zak ik in elkaar. Met mijn knieën hoog opgetrokken tegen mijn borst blijf ik zitten. Net zo lang totdat het bloed weer gaat stromen en mijn zenuwen weer tot leven komen. En dan komen de woorden. Een woedende stroom tegen haar en tegen hem. Net als op die middag nadat mollige Wiesje van de overkant me had aangesproken om me te vertellen over wat ze die nachten ervoor had waargenomen – ze had haar gezien en ook hoe ze zich aan Hugo had vastgeklampt – begin ik weer te wiegen. Te huilen en te wiegen. Net zolang totdat mijn ademhaling weer regelmatig is en de tranen niet meer vloeien blijf ik mezelf, zittend op de harde mat van het tochtportaaltje en mijn rug tegen de zware voordeur,sussen en wiegen.

Benieuwd hoe het begon?

Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40. // klik hier voor deel 41. // klik hier voor deel 42. // klik hier voor deel 43.

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

Geschreven door: Britt Bottelier  

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!