Hoofdstuk 47
Ik verleng het weekendje terug naar mijn roots tot de maandagochtend. Dan moet ik aan mijn stutten trekken om terug naar Teddy en aan het werk te gaan. Chrissy heeft niets meer laten horen maar sinds ik weet dat ene Saar en haar dochter bij Chrissy en Hugo zijn aangehaakt, voel ik me gesterkt door mijn moeders voorspelling dat de vrouw voor wie ik verlaten ben, geen blijvertje is. Zij was degene die Hugo wist over te halen om weg te gaan uit zijn huwelijk en bij mij, maar niet degene bij wie alles beter was. Was het niet Susan-de-heks-Smit die zei dat relaties die starten met een breuk, een breuk in zich dragen en een scheef fundament vormen waarop geen stabiele verbintenis kan gedijen? Aan het begin van dit jaar belichaamde die andere vrouw nog het idee dat ik niet genoeg was en dat raakte diep aan mijn gevoel voor eigenwaarde. Ze stond symbool voor de teloorgang van mijn leven en dat deed zoveel pijn dat zij de bliksemafleider werd van mijn verdriet. Door haar te haten kon ik dat verdriet een beetje bij mezelf wegduwen en in stukjes opknippen om die daarna, ergens gaandeweg de rouw, weer een voor een op te pakken en te verteren. Ik wil mezelf wijsmaken dat ik er ben, dat het nu gedaan is met de rouw. Dat is niet zo. Maar na dat gevoel van totale verlorenheid van zaterdagochtend, en na het warme bad van ouderliefde wat me daarna wachtte, voelde ik me gisteren plotseling bevrijd. Nooit meer wachten op Hugo’s telefoontje. Geen verwachtingen meer hoeven te koesteren. Nooit meer wakker liggen en wachten op de sleutel in de voordeur, de stappen op het marmer in de gang en de zure lucht van drank die hij uitademde als hij naast me in bed schoof om zijn roes uit te slapen. Nu dat allemaal niet meer hoeft houd ik ruimte over voor mezelf, om te genieten, na te denken, plannen te maken. Ruimte om tot rust te komen.
Thuisgekomen tref ik het cadeautasje van de slijter om de hoek aan de deurknop van mijn voordeur. De fles blijkt zijn huiscava te zijn en als ik mijn hand in het tasje stop stuit op een briefje:
Lieve Britt,
We dachten dat het de hoogste tijd werd om onze vriendschap nieuw leven in te blazen want het is veel te lang geleden en we missen je.
Liefs Jeanny en Lieke
In een reflex zoen ik het briefje en druk het tasje aan mijn borst. Jeanny en Lieke! Ik heb de laatste maanden even zo vaak op het punt gestaan om hen te appen dan ik ervan afzag om het te doen. Want stel dat ze niet meer op me stonden te wachten? Stel dat ik een bericht stuurde zonder er iets op terug te krijgen?
We gaan heel lang terug, wij drietjes. Tot aan de introductieweken van de universiteit om precies te zijn. Alle drie alleen, onwennig, onzeker, zoekende en alle drie desondanks niet van zins om lid te worden van het corps waardoor we ons eigen dispuutje maar hadden gesticht en we vanaf dag één onafscheidelijk waren. In het begin van Hugo was alles nog als vanouds geweest, maar naarmate ik meer in Hugo opging, raakte ik verder van hen weg. Zonder dat er ooit iets voorviel en zonder te weten waarom liet ik het contact tussen hen en mij steeds verder voor wat het was. Eerst deed vooral Jeanny nog haar best maar op een dag moet ze het hebben opgegeven en bleef het stil. En dat liet ik zo. Nog voordat ik mijn tas goed en wel en heb neergezet scroll ik naar onze groepsapp en begin ik te typen:
Lieve vriendinnen,
Hoe fijn is deze verrassing!? Een fles met briefje. Zomaar aan mijn voordeur na een weekend bij mijn ouders. Ik heb vanavond tijd en verder elke verdere avond van deze week. Wanneer? Ik kan niet wachten.
Xxx Britt
Lieke antwoordt ongeveer per omgaande dat ze om zes uur bij me kan zijn – ‘tenminste als de geruchten kloppen dat Hugo het pand heeft verlaten?’ Jeanny haakt een half uur later aan. ‘Ik zeg mijn yoga er voor af. Kan half 7 worden.’
Ik pak mijn tas even snel uit als ik hem zaterdag inpakte, zet de wasmachine aan, geef Teddy, die in geen velden of wegen te bekennen is, verse brokjes en water, ruim de vaatwasser uit en ga dan de deur uit om boodschappen te doen voor nu en straks. Als ik daarvan terug kom installeer ik me met mijn laptop in de serre. Het loopt tegen vijven als ik mijn uitgewerkte tekst mail en mezelf een glas wijn gun. Dan ga ik de keuken in om Jamie Olliver’s pasta bolognese voor te bereiden. Ik heb net de pan uitgezet en mijn handen gewassen als de voordeurbel gaat. Lieke kijkt me aan zonder een woord en strekt haar armen naar me uit. We omhelzen elkaar en blijven even woordeloos zo staan.
‘Dat zou godverdomme tijd worden Britt!’
Ik neem haar bij de hand en trek haar mee de huiskamer in. ‘Eerst maar wijn?’
‘Sowieso. En totdat Jeanny er is mag er niets verteld worden wat niet gemist kan worden. dat heb ik haar moeten beloven.’
Bij onze eerste toast wordt er voor de tweede keer aangebeld en zijn we compleet. Startklaar om bij te praten en de draad op te pakken. Doorgaan waar we ooit gebleven waren alsof er niets voorviel en er nooit een adempauze was. Ik hoef niet te vertellen over mijn huwelijk. Ze wisten het wel, dat ik me door Hugo liet afleiden. Dat ik hem voorrang gaf en dat ik het toeliet dat er geen ruimte meer was voor onze vriendschap. Maar ze namen het niet persoonlijk. Ze namen het zoals het kwam en spraken met elkaar af dat ze er gewoon weer zouden zijn als het zo ver was. Want dat die dag zou komen, dat leek onvermijdelijk. Ze gunden het me nooit, dat mijn huwelijk zou stranden. Wat ze me wel gunden was dat ik mezelf weer terug zou vinden en dat ik weer de Britt zou worden die ik was toen we elkaar leerden kennen.
Benieuwd hoe het begon?
Klik dan hier voor deel 1.//klik hier voor deel 2.// klik hier voor deel 3. // klik hier voor deel 4. // klik hier voor deel 5. // klik hier voor deel 6. // klik hier voor deel 7. // klik hier voor deel 8. // klik hier voor deel 9. // klik hier voor deel 10. // klik hier voor deel 11. // klik hier voor deel 12. // klik hier voor deel 13. // klik hier voor deel 14. // Klik hier voor deel 15. // Klik hier voor deel 16. // klik hier voor deel 17. // klik hier voor deel 18. // klik hier voor deel 19. // klik hier voor deel 20. // klik hier voor deel 21. // klik hier voor deel 22. // klik hier voor deel 23. // klik hier voor deel 24. // klik hier voor deel 25. // klik hier voor deel 26. // klik hier voor deel 27. // klik hier voor deel 28. // klik hier voor deel 29. // klik hier voor deel 30. // klik hier voor deel 31. // klik hier voor deel 32. // klik hier voor deel 33. // klik hier voor deel 34. // klik hier voor deel 35. // klik hier voor deel 36. // klik hier voor deel 37. // klik hier voor deel 38. // klik hier voor deel 39. // klik hier voor deel 40. // klik hier voor deel 41. // klik hier voor deel 42. // klik hier voor deel 43. // klik hier voor deel 44. // klik hier voor deel 45. // klik hier voor deel 46.
‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.
Geschreven door: Britt Bottelier






