songfestivalfeest
songfestivalfeest

Zullen we alsjeblieft eens stoppen met overal iets van vinden?

 

Soms lijkt het alsof je tegenwoordig niet meer meetelt als je geen mening hebt. Als er ook maar een beetje door iemand buiten de lijntjes wordt gekleurd, valt de halve wereld daaroverheen. De een vindt het te gek, de ander afschuwelijk en voor je het weet ontstaat er een (online) oorlog. Kappen nou!

 

Valt het jou ook op dat er tegenwoordig overal naar je mening wordt gevraagd? Je kunt geen boek online bestellen, geen bericht op social media lezen of er wordt van je verwacht dat je een enquête invult, een duimpje stuurt of een commentaarveld invult. De hele dag door wordt onze mening gevraagd en van de weeromstuit geven we hem daarom ook maar ongevraagd. Wij – en met ‘wij’ bedoel ik ons allemaal! – vínden het te veel!

 

Op social media kun je bijvoorbeeld niet heel neutraal aangeven dat je een bericht hebt gelezen. Er staat nergens een emoticon of ander symbooltje dat je kunt aanklikken om te laten zien dat je een bericht wel gelezen hebt, maar dat het je verder koud laat.

 

 

Je móet kiezen: duimpje op/duimpje neer/hartje/boos/verdrietig/grappig… Er is geen ‘neutraalteken’.

 

Dat móeten kiezen op social media heeft ons een beetje doen doorslaan. 

 

We kunnen niet meer neutraal ergens op reageren, omdat we gewend zijn geraakt altijd een heel snelle analyse te maken: wat doet dit bericht met mij? Maakt het me boos, blij, verontwaardigd? Om vervolgens de Freud in ons een verklaring voor die emotie te laten zoeken. Voor je het weet, zit je een heel epistel te tikken, druk je op Enter en staat je verklaring als een mening – zwart op wit – online, waarna de verklaringen en meningen van tal van anderen daaroverheen buitelen. En voor je het weet, staan er twee groepen lijnrecht tegenover elkaar en moet jij kiezen: ben je niet voor, dan ben je tegen. Duimpje omhoog of duimpje naar beneden. Iets daartussenin, of géén mening, dat kan tegenwoordig niet meer.

 

Dus iedereen móet kleur bekennen in de Pietendiscussie: zwart of wit. -Daar sta je dan tussen twee rottetomatengooiende kampen, met je genuanceerde tussenin-mening die niet in 140 tekens past.-

 

Over Barbie moet je ook een mening hebben, al heb je het beste meiske nog nooit in het echt ontmoet en is het eigenlijk best vreemd dat je op een feestje wordt gevraagd – als ware het een nichtje van je. ‘Hoe moet dat nou met haar?!’ (echt gebeurd!)

 

Nog zo eentje: Rapper Boef…

Wat zal die gast de afgelopen weken een pret hebben gehad om al die gratis reclame door half Nederland dat over hem viel– wie had voor eind 2017 ooit van hem gehoord?! 

 

Als je erbij stilstaat, is er niets meer waarover je niet een heel duidelijke (en het liefst ook luid verkondigde) mening hoort te hebben.

 

Over het Noord-Koreaanse-versus-Trump-conflict, over vluchtelingen. Over de terugkeer van de wolf, over oplossingen voor het fileprobleem. En tussendoor ook nog even over alle BN-ers en uiteraard over #MeToo… 

 

Je onthouden van ‘stemming’ is een teken van zwakte geworden, in plaats van een blijk van zelfbeheersing. Geen mening hebben lijkt dom, nog dommer dan het hebben van een ongenuanceerde, ongefundeerde mening. Geen mening hebben, lijkt voor watjes zonder lef. En dus braken we er met z’n allen vrolijk – maar doorgaans met een zeer verongelijkte, boze ondertoon – op los, vaak gehinderd door enige kennis.

 

Of ‘ie bestaat, weet ik niet, maar ik pleit voor ‘De dag zonder mening’, om mee te beginnen. Gewoon één dag per jaar waarop je op z’n minst diep hebt ademgehaald en tot tien hebt geteld voordat je ergens ongevraagd commentaar op geeft. Een dag waarop je je voorneemt géén mening te hebben over zaken (en mensen) waar je geen verstand van hebt.

 

Ik zal zelf het goede voorbeeld geven. Op 1 februari. Wie doet mee?

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze werkte jaren bij Libelle, waar Franska haar baas was. In de loop der jaren bloeide er een voorzichtige vriendschap tussen de twee, die zich nog steeds aan het ontwikkelen is.

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter