Tijdens mijn pelgrimstocht liep ik aids op | Deel 2

Het was een nacht die ik mijn leven niet zal vergeten. Maar, dit avontuur kreeg een flinke staart.

vrouw wandeling in de zon strand cliff

‘God, wat lijkt me dat zalig!’ Deze opmerking ontviel me spontaan tijdens de intake voor mijn moeders’ ziekenhuisopname. De verpleegkundige vroeg of mama gereanimeerd wilde worden, mocht ze een hartstilstand krijgen op de operatietafel. En nog voordat mijn moeder antwoord kon geven zei ik; ‘God wat lijkt me dat zalig’. Ik schrok van mezelf. Omdat ik het nog meende ook.

Deel 1 gemist? Lees hem hier.

Deel 2

Met één persoon, Yaro, een sympathieke Afrikaan, kon ik het erg goed vinden. Hij was weliswaar een stuk jonger dan mij -begin dertig- maar volwassen. Een oude ziel. We voerden heel geanimeerde gesprekken en hadden daarnaast dezelfde humor. Bovendien was Yaro een bijzonder mooie verschijning. Tijdens onze tocht wandelden we geregeld samen. Om elkaar vervolgens weer los te laten voor een paar dagen. Af en toe, wanneer ik volledig uitgeput, het bijltje er voor die dag bij neer wilde leggen, gaf hij me de kracht om toch die laatste tien kilometer af te leggen. Ik trok me aan hem op en voelde me veilig in zijn nabijheid.

Bloed, zweet en tranen

Slapen deed ik in eenvoudige herbergen, evenals Yaro. Soms sliepen we in hetzelfde onderkomen, andere keren had ik geen idee waar hij de nacht doorbracht. En dat maakte me ook niet uit. We kwamen elkaar toch wel weer tegen. Toen het einde van de pelgrimstocht in zicht kwam en dus ook Santiago de Compostela was ik helemaal kapot, maar ook ontzettend blij. En trots tegelijk. Ik had het volbracht! Net als Yaro en vele andere pelgrims, die het evengoed bloed, zweet en tranen had gekost.

Missie volbracht

Yaro en ik staken kaarsen op in de kathedraal uit dankbaarheid en omhelsden elkaar innig. Ons avontuur zat erop. Hij zou nog een dag in Spanje blijven, ik was van plan om twee dagen bij te komen. In een echt hotel, met een heerlijk bed, zonder gezamenlijk toilet. Daarna was het voor mij tijd om huiswaarts te keren. En voor mijn gevoel was het ook goed geweest zo. Ik had echt zin om Peter en de kinderen weer in mijn armen te sluiten en zélfs weer in de dagelijkse routine.

Onvergetelijke nacht

Die laatste avond stelde ik Yaro voor om samen een hapje te eten in het hotel waar ik zou overnachten. Als afscheid, we hadden immers zoveel gedeeld. En de kans dat we elkaar ooit weer zouden zien, was nihil. Hij stemde in en gunde zichzelf ook een kamer. Die kamer had hij achteraf niet hoeven boeken, want we belandden, na teveel wijn en teveel euforie, bij elkaar in mijn bed. De seks die we hadden was bijna net zo’n groot avontuur als de hele pelgrimstocht. Zonder hierover in detail te treden, was het een nacht die ik mijn leven niet zal vergeten. Maar, dit avontuur kreeg een flinke staart.

Algehele malaise

Thuisgekomen, en weer in mijn oude ritme, weigerden mijn lijf en mijn hoofd. Zo fit als ik was voor m’n vertrek, zo lusteloos en brak voelde ik me terug in Nederland. Ik omschreef het als algehele malaise, wanneer Peter me vroeg wat me in vredesnaam mankeerde. Oververmoeid met enorme spier- en gewrichtspijnen sleepte ik me door de dagen. Bovendien dreef ik -hevig transpirerend- ’s nachts mijn bed uit en ‘down under’ was de zaak volledig opgedroogd. Vrijen ging absoluut niet. Het deed ontzéttend pijn.

Toch geen aids?

Googelend op de symptomen kwam ik al snel op de overgang uit. Dat moest het zijn, want, ondanks dat ik nog regelmatig menstrueerde, had ik wel de leeftijd. Enigszins opgelucht liet ik het bij deze conclusie. Maar, telkens wanneer ik terugdacht aan de seks met Yaro spookte er iets heel anders door mijn hoofd. Temeer omdat dezelfde klachten ook kunnen wijzen op aids.

Geen argwaan

Terugkomend op die ene nacht met Yaro, moet ik eerlijk bekennen dat ik -bij thuiskomst- totaal geen schuldgevoel had. Dat verbaasde me van mezelf, omdat ik een open boek ben. En vreemdgaan staat daar niet in. Maar omdat ik zeker wist dat Yaro nooit meer mijn leven zou passeren kon ik, na alle stappen die ik had gezet,deze misstap achter me laten. Peter had absoluut geen reden voor argwaan, want ik deed doodnormaal.

Seks ging niet meer

Totdat ik eindelijk de moed had verzameld om naar de huisarts te gaan met mijn klachten. Peter drong er ook op aan, omdat hij me niet meer herkende. We hadden sinds mijn thuiskomst geen seks meer gehad. Dat wil zeggen, de pogingen die we ondernamen, waren teleurstellend omdat het gewoon niet ging.

Positief getest op Hiv

De huisarts, een fijne jonge vrouw, waarbij ik nog nooit een consult had gehad, luisterde naar mijn biecht. Ze reageerde zonder te oordelen, maar trad wel accuraat op. Er volgden de nodige (bloed)onderzoeken en waar ik intuïtief bang voor was, dat bleek. Ik werd positief getest op Hiv. De bodem werd onder mijn voeten weggeslagenen de paniek sloeg me om het hart. De huisarts begreep me volkomen, maar wees me op de verplichting om thuis te vertellen wat er werkelijke speelde. Omdat het komende traject intensief zal zijn en bovendien moet ook Peter getest worden,ondanks dat de seks te verwaarlozen valt. En met hetgeen ik nu weet, houd ik helemaal bewust afstand.

Te vreselijk voor woorden

‘Het is inderdaad de overgang’ loog ik thuis. ‘Alle bloeduitslagen wijzen erop. En met een beetje pech ben ik er nog jaren mee onder de pannen.’ Peter haalde opgelucht adem; blij met deze ‘gezonde’ kwaal. Het zou vast binnen afzienbare tijd wel beter worden. Maar dat wordt het dus niet. Binnenkort moet ik me melden bij een gespecialiseerde polikliniek voor nader onderzoek en een behandelplan. Ik val van de ene leugen in de andere. Want thuis heb ik het over een doorverwijs naar de gynaecoloog om te kijken of bio-identieke hormonen positief kunnen bijdragen aan de malaise in mijn hoofd en in mijn lijf. Peter bood aan om met me mee te gaan. Het is te verschrikkelijk voor woorden.

Kapot schamen

Ik zit gevangen in een web waarvan ik werkelijk niet weet hoe ik daaruit kan ontsnappen. Eerlijk opbiechten wat er is gebeurd in Spanje is een no-go. Ik zou met de grond gelijk gemaakt worden. Door Peter, door de jongens, door mijn schoonouders en ja ook door mijn eigen ouders. Want ondanks dat zij stukken ruimdenkender zijn, zouden ze zich kapot schamen voor hun dochter. En dan de omgeving, onze vrienden, mijn werk in de Jeugdzorg. Ik kom hier niet uit!

Uitzichtloze situatie

En zo ontviel me spontaan de uitdrukking; ‘Lijkt me zalig’ tijdens mijn moeders’ intakegesprek, vlak voor haar operatie. Bidden heb ik nooit veel gedaan in mijn leven. Wanneer ik naast Peter in de kerkbank zat, dommelde ik vaker weg dan dat ik luisterde naar de preek. Nu bid ik alle dagen, hopend op beter. Maar het wordt niet beter én ik word niet beter. Voor mijn gevoel zit ik in een uitzichtloze situatie. Suïcidaal ben ik (nog) niet. Maar als ik morgen spontaan wordt gehaald zou het een zegen zijn. Van boven.

 

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!