Zes dagen eerder – Roomwit G8.06.90

Zes dagen eerder – Roomwit G8.06.90

Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schrijft hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.

Maarten van der Starre

Als je weet dat je gaat sterven, is er veel te regelen. Ook ‘stomme’ praktische zaken. Pauline is door Sterre ingehuurd. Dat is heel fijn. Pauline voelt eigen en Sterre vertrouwt haar. Bij het eerste gesprek blijkt Ster voorbereid. Ze heeft lijstjes. Wie de kist mag dragen naar de plek van de condoleance. En wie tijdens de uitvaart. Wie er mag spreken bij het afscheid. En reservelijstjes voor als iemand niet wil, want Ster wil niemand belasten. Er is ook een lijstje met wie absoluut niet mag spreken. Er is er zelfs een waar mensen opstaan die niet mogen komen. ‘Kunnen we iemand bij de deur zetten?’

We denken mee en voeren uit. Staan in de regelstand. Het is zo surreëel. Het voelt helemaal niet alsof we de uitvaart van onze dochter aan het regelen zijn. Misschien omdat ze nog niet gestorven is en we haar nu nog fijn kunnen knuffelen. Meer waarschijnlijk omdat we het niet kunnen toelaten. We zijn zo bang. Voor de pijn. Bang dat we zonder Sterre niet verder kunnen. Hoe doe je dat? Leven zonder je kind? Dat gaat toch niet? Dat zal toch niet?

Sterre begon jaren geleden al aan een Pinterest-pagina voor haar uitvaart. Bloemen, sfeerbeelden, tekeningen. Alles wat een andere jonge vrouw voor haar bruiloft zou doen. Het is overigens niet zo dat Sterre uitkijkt naar haar dood. Dat zit anders. Nee, Ster kan met haar zieke hoofd niet leven. Euthanasie was voor Sterre nooit het doel. Beter worden wel. Daar heeft ze onmenselijk hard voor gevochten. Maar het is op. Geen opties voor herstel. Sterre is moe. Nee, meer dan moe. Verder dan uitgeput. Op.

Het onderwerp begraven ligt op tafel. ‘Nee, echt niet,’ zegt Sterre. ‘Dat gaan we niet doen. Nee, nee. Ik wil gecremeerd worden. De stemmen in mijn hoofd moeten verbranden. Dat moet. En mijn as mag niet worden uitgestrooid. En ook niet in een tattoo. Die stemmen mogen nooit een ander hoofd vinden. Nooit.’

Na twee lange uren is Pauline vertrokken. Ze heeft een en ander achtergelaten. Om uit te zoeken.  Keuzes maken daar blinkt Sterre niet in uit. Ze pakt de brochure met kisten. Diep gezucht terwijl ze bladert. De meeste zijn niet goed, maar uiteindelijk vindt ze haar kist. De PU-10K met kroondeksel. ‘Wie verzint die namen?’ Sterre maakt zich wel direct al zorgen. ‘Straks gaan ze me dragen. Dan voelen ze hoe zwaar ik ben.’ Zelfs voorbij de dood heeft de eetstoornis macht.

Nu de kist is gekozen, moet ook een kleur worden bepaald. Uit de kast komt een kleurenwaaier. ‘Wat een gezeik. Echt he. GEZEIK.’ De kleurenwaaier ploft met een klap op tafel. ‘Hier heb ik echt geen levensenergie voor. Hoeveel kleuren wit zijn er eigenlijk?’ Aan het eind van de dag is Sterre er toch nog snel uit. ‘Mam, pap. Deze wordt het. Roomwit, kleur G8.06.90.’ Snel app ik de code door aan Pauline. Voordat de twijfel toeslaat.

Aan het eind van de zoveelste emotievolle dag vinden Liesbeth en Sterre rust in de tuin. De lage zon verwarmt de avond en geeft de wereld een gouden gloed. Bibbel, een van onze drie poezen, springt bij Ster op schoot. Wopper, Poppie en Bibbel gaan haar zo missen. Ineens slaat de kou om mijn hart. Sterre voelt het. Die gave heeft ze. Ik heb de kleurenwaaier nog in mijn hand. Snel hou ik hem omhoog. ‘Het wordt echt mooi Ster. Meer dan mooi. Prachtig. Dat beloof ik je. Roomwit G8.06.90.’ Ik tover een kleine glimlach op mijn gezicht, maar onder mijn huid schreeuw ik het uit.

newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!