de logeerpartij van sjors

 

 

 

Of Sjors mag komen logeren, de hond van dochter. Natuurlijk. Wij hadden zeventien jaar lang honden. Hoe moeilijk kan het zijn?

 

 

 

 

 

Dochter en vriend brengen hem. Zijn eten zit keurig afgepast per maaltijd in zakjes. Vorige week moest Sjors zijn ballen inleveren, want hij liep steeds de wijde wereld in. Hij is pas één jaar, maar al groot en sterk.  ‘Hij mag nog niet met andere honden spelen,’ waarschuwt dochter, ‘anders springt de wond misschien open’. Aan de lijn houden dus. We zwaaien dochter en vriend uit en Sjors begint met het inspecteren van het krat met oud papier. Mag niet. Hij vindt mijn schoenen en neemt er eentje mee om deze onder de tafel een knaagbeurt te geven. Mag niet. Dan maar de trap op, want het nieuwe baasje (Man) gaat naar boven en je moet toch weten wat daar gebeurt?  Mag niet. Stokken gooien in de tuin dan? Dat is twee minuten leuk en daarna verdwijnt Sjors in de bosjes. ‘Hierrrrrrr!’, roep ik. Niks hierrrrr, Sjors onderzoekt de tuin, dat moet ook iemand doen. Uiteindelijk vind ik hem op straat. ‘Mag niet Sjors!’ Weet hij veel? Hij stuift achter dansende vlinders aan, verjaagt de doodsbange buurkatten en de duiven laten zich niet meer zien. Een lange wandeling, bedenk ik. We gaan het bos in. Ik durf hem niet los te laten, maar hij trekt me bijna om als er twee spannende herders aankomen. Mag niet. Naar huis. Eten. Hij springt tegen me op en mept zijn etensbak met brokjes uit mijn handen. Mag niet. Geen nood, hij vindt elk brokje terug. Sjors blaft veel. Halverwege de avond begrijpen we waarom. Ernstig aan de rees.

 

Ik ga een heftige nacht tegemoet, want Sjors, met mand verbannen naar de hal, waar hij niets kan mollen, blaft elk uur hard en vaak. Omdat Man niet zo lekker is, sleep ik mezelf naar beneden. Zo kan het gebeuren dat ik om één, twee en drie uur ’s nachts over straat loop in mijn onderbroek – een leuke Sweetie met jungleprint, dus heel gek kan het niet zijn – want er is toch niemand. Weer ernstige raceontladingen. Dan begin je niets met een poepzakje. Van vier tot half zes pauze (waarin ik lig te wachten op geblaf). Op internet zoek ik naar wat je moet doen als een hond dat steeds doet. Niks, lees ik. Negeren. Maar met een hond aan de rees kan dat niet. Om half zes begint hij weer. Heel ziek kan hij niet zijn, want hij is behoorlijk tierig. En hongerig. Hij pikt een boterham van het aanrecht. Mag niet. Om zes uur lopen Sjors ik door het uitgestorven bos. O nee! Een hond! Sjors blijft er bijna in. Mag niet! Maar het is een wilde ree! Dat maakt alle ontberingen goed. Toch hartstikke leuk om een ree te zien om zes uur ’s morgens in een nog mensenloos bos? Ik loop een dik uur met Sjors en bedenk dat ik de afgelopen twaalf uur meer gewandeld heb dan in de hele maand juli. Best lekker eigenlijk. Naar huis maar weer. ‘Ik heb een jetlag’, vertel ik Man, die gelukkig meteen koffie voor me maakt. Sjors heeft zich intussen ontfermd over een zakje geraspte kaas. Mag niet. Halverwege de dag gooien we er nog een fikse wandeling tegenaan. De rees is over. ’s Avonds kijken we naar Line of duty. Sjors legt – aandoenlijk – een kop op mijn been. Ah, lief. Aaien. Maar dan springt hij naast me op de bank. Mag niet. Hij probeert hetzelfde bij Man. Mag niet. De tweede nacht verloopt zonder geblaf. We gaan het redden, Sjors en wij. 

 

 

Maar als Sjors een kind was geweest, wat zou hij zijn ouders dan na afloop van de logeerpartij vertellen? ‘Bij opa en oma mag je echt NIKS’. 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel