Oud of nieuw, wat is beter?

 

‘Wilt u de goede of de minder goede?’ Ik heb nieuwe batterijen nodig voor in mijn weegschaal, en ze vraagt het echt!

 

 

Maar wat is dat nou voor vraag? Als ik in je winkel kom, dan vraag je als winkelier toch niet of ik goed spul wil kopen of liever troep aanschaf? Het is aan de ene kant natuurlijk eerlijk dat je toegeeft dat je rotzooi verkoopt, maar aan de andere kant… waarom bied je het eigenlijk aan?

 

En hoeveel ruimte neemt dat ook in? Hoeveel personeel heb je nodig om je vakken te vullen met die bende, en hoeveel meter slurpt het op van je magazijn? En hoeveel verzendkosten en brandstof betaal (en verstook!) je met het transport van die meuk? Echt, ik was flabbergasted.

 

Kunnen we daar niet eens vanaf? Van spullen die veel te snel zijn uitgewerkt, of veel te vroeg weer moeten worden weggegooid, omdat ze gewoon niet deugen. Want waarom draait de oude citruspers van mijn oma hier nog steeds vrolijk rondjes, terwijl ik met mijn koffiepadjesapparaat – dat veel later werd uitgevonden – al aan exemplaar nummer zes toe ben? Waarom snijdt het elektrische mes dat ik van mijn tante kreeg toen ik uit huis ging nog altijd mooie plakjes, maar pruttelt mijn nieuwerwetse blender hoestend en proestend over het aanrecht als ik een kiwi en een banaan tot moes wil slaan? Dat kreng doet nu al niks meer, terwijl hij zeker van een lichting of 36 elektrische apparaten later is. Zelfde merk, zelfde inzichten, zelfde goede naam, maar kwaliteit: ho maar. Hij maakt geluid alsof we de riemen moeten gaan vastdoen en de stewardess zo dadelijk het ballet komt uitvoeren, maar voordat we daadwerkelijk gaan opstijgen, neemt hij de afslag naar de landingsbaan alweer. En het resultaat? Een akelig hompje banaan met wat stukken groen erin, dat niets wegheeft van een gezond uitziende smoothie.

 

En het ziet er zo leuk uit in al die reclames. Met de alsmaar betere kwaliteit der dingen zou het leven zó leuk kunnen zijn! Maar mooi niet dus! Ik vrees dat géén van de zaken die ik hier in mijn kast heb verzameld sinds ik op mezelf ben gaan wonen nog leeft als ik kleinkinderen krijg. Hooguit het spul dat ik van mijn oma erfde leeft dan nog. Maar de later door mij nieuw aangeschafte zooi? Echt niet!

 

Nou ja… dan geef ik de Tupperwarebakjes van mijn oma wel weer door. En het rechaud dat door mijn opa als levensgevaarlijk werd bestempeld (maar dat nooit in brand vloog) ook maar weer. Want alle hippe warmhoudoplossingen die daarna zijn aangeschaft, die zijn dan allang weer stuk, verbogen of uitgebrand. En met onze latere inzichten op milieugebied vind ik dat eigenlijk raar.

 

Ik gebruik nog altijd een badlaken dat ik kocht bij de geboorte van mijn eerste kind (héél oud dus). Terwijl alle handdoeken die ik daarna heb aangeschaft allang zijn vergaan, gescheurd of versleten. Die liggen naast de nieuwe tuinstoelen waar ik allang weer doorheen ben gezakt, terwijl de stoel die ik tijdens mijn zwangerschap kocht voor de nachtvoedingen (ook gewoon een tuinstoel, maar die paste zo lekker naast het wiegje) nog steeds in gebruik is.

 

En zeg nou niet dat ik zwaarder ben geworden, en daardoor door die nieuwe ben gezakt, want ik weeg weer precies hetzelfde als toen ik trouwde!

 

Of…

 

O, jee…

 

Zou die nieuwerwetse weegschaal, waar alsmaar nieuwe batterijen in moeten, eigenlijk ook allang stuk zijn?

 

Moet ik dus ook die góede batterijen maar helemaal niet kopen, en de weegschaal van mijn oma maar weer uit de kast halen om te kijken hoeveel ik écht weeg?

 

Hmmm… soms wil je het toch liever bij het oude houden.

 

Of is het dan het nieuwe?

 

Jakkes. Lastig hoor.

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke