O, nu mankeer ik dus iets

 

O, nu schijn ík iets te mankeren. Tssss.

 

 

 

Ik heb al maanden mijn man in horizontale positie in huis, maar nu schijn ík ineens ergens aan te lijden.

 

Ja, aan hem! Hij kampt nog altijd met de gevolgen van (onder andere) een gebroken hiel, enkel en knieschijf, plus een verbrijzelde bovenbeen en heup, maar ik mankeer dus iets!

 

‘Het moet niet gekker worden!’ roep ik woedend.

 

Ja mensen, als je lang op elkaars lip zit, gaat het niet de hele dag goed. Vroeger konden we onze liefde nog weleens testen met een lekkere vakantie, maar nu moeten we dat dus doen met een revalidatie. En die periode duurt doorgaans langer dan een vakantie.

 

Maar in de vakanties ging het bij ons ook niet altijd goed hoor. Als ik linksaf zei, ging hij steevast rechtsaf omdat hij vond dat ik niet kon kaartlezen. En dat alleen maar omdat ik een keer de landkaart op zijn kop bleek te hebben. Niet omdat ik weer zo snel mogelijk naar huis wilde, maar gewoon omdat er nog geen navigatiesystemen bestonden, en ik op die enorme kaart voor mijn neus (en op het dashboard en voor het raam) echt niet meer zag waar we nou precies zaten. Ik riep dus maar wat, in de hoop dat hij snel zou gaan stoppen en ik eindelijk even ergens kon plassen.

 

Ja, echt… vakantie was ook al niet altijd een feest bij ons. En revalideren is dat dus helemaal niet. Ik sleep al maanden met koffiekopjes, etensborden, boeken, laptops, een rolstoel, een looprek, zware boodschappen, administraties, medicijnen, bijsluiters, afsprakenkaarten, douchekrukjes en wat er al niet meer nodig is tijdens een revalidatie, van links naar rechts, van hot naar her, van boven naar beneden en van hier naar daar of heen en weer. Dat klinkt wat overdreven, maar geloof me: soms voelt het echt zo. Je bent als mantelzorger best wel moe af en toe.

 

En dus neem ik me een keer in de zoveel tijd voor om even lekker voor de tv te gaan hangen en dan net te doen of mijn man niet bestaat. Dat klinkt dan weer net iets onaardiger dan ik het bedoel, maar echt: dat is de enige manier om het vol te blijven houden.

 

En dus keek ik van de week naar een opgenomen Vroege Vogels. Een programma waar ze de zaken uit de natuur bespreken op een uiterst relaxte manier. Ik vreet dat soort programma’s en kom er echt van tot rust.

 

Behalve dan wanneer manlief naast me ligt en zich verveelt.

 

Ik probeerde te luisteren naar de groenling en de nachtegaal die werden gezocht in een afgesloten natuurgebied. De presentator en de boswachter probeerden in stilte de vogels te spotten, en ik doe dan lekker mee met die zoektocht.

 

Maar dat gaat dus niet als je man naast je ligt met een zak chips!

 

Grrrrt, grrrt, kraak, kraak, slik. Grrrrt, grrrrt, kraak, kraak, slik. En dat dan met een snelheid waar Max Verstappen het benauwd van krijgt.

 

‘Jemig, hou eens op!’ riep ik dus na vijfendertig keer. ‘Het resoneert zo erg dat het wel lijkt of je hersenpan leeg is.’ En dat laatste had ik er natuurlijk niet bij hoeven zeggen.

 

Maar hij ligt daar dan met zijn laptopje, en gaat dan meteen googelen. Hoe heet dat ook alweer als je niet tegen geluiden van anderen kunt?

 

‘Misofonie!’ riep hij dus. ‘Jij lijdt aan misofonie!’ riep hij dwars door het geluid van de nachtegaal heen. En ik ergerde me daar zó groen en geel aan dat ik zelf wel voor de groenling door kon.

 

‘Nee, nu mankeer ík dus iets!’ Je kent ze wel, dat soort aanvangsrituelen vlak voor een dikke, vette ruzie.

 

Maar zover heb ik het niet laten komen hoor.

 

Ik haal gewoon voortaan geen chips meer in huis! Hij krijgt nu alleen nog noga en taaitaai.

 

Ahhhhhh… arme man.

 

Maar misofonie??? Ik wil er gewoon niet van horen!

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke