Gewoon doen!

 

Miriam gooit het roer om en voor ze het in de gaten heeft staat ze neonkleurige sportkleding te passen.

 

Al maanden werd ik wakker met een klachtje. Dan weer met een stijve schouder. Dan weer met een elleboog die niet mee wilde werken. Dan weer omdat ik het inééns zo wàrm had. Dan weer met een chagrijnige kop. ‘Bah. Opstaan. Een hele dag die vóór mij ligt’. Ineens was ik mijzelf beu. Dit was ik niet. Wat nu? ‘Mens sana in corpore sano.’ (Wat? Spreek ik ineens Latijn? Dat zou de grap van de eeuw zijn hè? Nee hoor. Ik googelde gewoon ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ en toen kreeg ik de Latijnse vertaling op mijn scherm en toen dacht ik: die gooi ik er even in) Een gezonde geest in een gezond lichaam klonk wel als een mantra door mijn Nu-Gaat-Het-Roer-Om hoofd. Fit wilde ik worden. Echt mega pega vet fit. Punt. Klaar met al die klachten, zeurkouzerij en dat onvoldane gevoel, ik vind mijn léven helemaal niet léu-heuk, aan het einde van de dag.

Ik trok mijn stoute schoenen aan en toog naar de sportschool. Eigenaar Joep stelde mij onmiddellijk op mijn gemak, blijkbaar ben ik niet de enige vrouw van een zekere leeftijd die met een rood aangelopen hoofd en de opmerking dat ze het allemaal beu was zijn sportschool binnen marcheerde. Aan de hand van mijn ‘doelen’ stelde hij een acht weken durend programma voor mij op. Als ik minstens drie keer per week mijn programma zou volgen, zou ik over acht weken al verschil moeten merken.

 

Een stem in mijn hoofd begint te schreeuwen: ‘Doe het nou gewoon, Miriam!’

 

Oké. Stap twee. Sportkleding. Voor een prikkie kocht ik superleuke Nike sneakers met bloemetjes erop. Nu nog zo’n broekje èn wat van die haltertopjes en mijn nieuwe leven als ‘fitgirl’ kon beginnen. Ik wilde een niet al te opvallend pakje. Gewoon donkerblauw, of grijs. Of, als ik ècht niets kon vinden van mijn goesting, dan maar zwart. Daar begon de ellende wéér. Quelle horreur. Om de één of andere reden denken ontwerpers van sportkleding in het niet al te dure segment: béétje roze hierrrr, beetje oranje dáárrr… Ik wilde géén roze. Of oranje. Of mintgroen, of andere felle kleuren subtiel aangebracht op broekjes en shirtjes. Gewoon blauw zonder infantiele printjes. Of grijs zonder neonkleuren op mijn toges. Na anderhalf uur ronddwalen in de Decathlon zag ik mijzelf in de spiegel. Wat een zeurhoofd. Wat een klaagzang weer.

‘Just do It’ las ik. Ik staarde er secondenlang naar. Een stem in mijn hoofd begon te schreeuwen. ‘Doe het nou gewoon, Miriam.’ Ik griste een zwarte broek, een knalroze èn een hemelsblauwe haltertop van de rekken en rekende af. Vanaf de dag dat ik ben gaan sporten sta ik weer vrolijk op. Heb ik geen rare klachtjes meer, zit ik vol energie èn koester ik mijn gebloemde Nikes en felgekleurde haltertopjes. Zelfs het knalroze streepje op mijn zwarte broekje dat horizontaal over mijn achterste prijkt, neem ik voor lief.

 

Miriam Mars kreeg de liefde voor mode met de paplepel ingegoten. Als een van de eersten liep ze in petticoat en houtje-touwtjejas.

Fotografie: Esmee Franken, visagie: Linda van Iperen, haarstylist: Mandy Huijs