Mijn zusje laat me zitten met de zorg voor onze moeder 

Liesbeth wordt uitgenodigd voor een afscheidsfeestje van haar zusje. Ze is blij voor haar maar het geeft ook een hele nare bijsmaak.

 

 

Op mijn telefoon zie ik dat ik aan een nieuwe app-groep ben toegevoegd. Mijn zusje nodigt haar vrienden en familie uit voor een afscheidsfeestje. Voor de grap heeft ze de groep een naam gegeven: Ik vertrek, net zoals het televisieprogramma. Alleen hoeft mijn zusje niet meer te werken. Ze gaat samen met haar man van haar pensioen genieten in Zuid-Frankrijk.

 

Haar man heeft zijn bedrijf goed kunnen verkopen en na jaren van hard werken kan het grote genieten dus eindelijk beginnen. Ik gun het ze van harte hoor, maar ik heb er ook een hele nare bijsmaak van. Want mijn zusje vertrekt op het moment dat de mantelzorg voor onze moeder steeds zwaarder wordt.

 

Al jaren woont onze moeder alleen in een veel te groot huis. Ze wil niet weg omdat ze hier haar hele huwelijk met mijn vader heeft gewoond. Mijn zusje en ik zijn er geboren en grootgebracht. Voor mijn moeder kleven er zoveel herinneringen aan het huis, dus ergens begrijp ik het ook wel. Nu ze steeds ouder en vergeetachtiger wordt, vind ik het daar veel te gevaarlijk, maar mijn zusje ziet dat heel anders. Zij vindt dat we onze moeder haar huis niet moeten afpakken. ‘Dan gaat ze maar een jaar eerder dood, dan is ze in ieder geval gelukkig’ zei ze laatst. Makkelijk gezegd, dacht ik toen. Jij vertrekt doodleuk naar het zonnige zuiden om niks te doen, maar je zadelt mij op met nog meer zorg terwijl ik nog jaren door moet werken eer ik met pensioen kan.

 

Al sinds de dood van onze vader doe ik veel meer dan mijn zusje. Ik woon in dezelfde stad en ben dus degene die met onze moeder naar de dokter gaat, die zorgt voor de boodschappen en de was en die ook voor elk wissewasje wordt opgetrommeld. Begrijp me niet verkeerd, ik doe het graag. Maar omdat ik een alleenstaande moeder ben van twee pubers is de extra zorg wel zwaar, want ik houd nauwelijks tijd voor mezelf over.

 

Ik zie er eerlijk gezegd als een berg tegenop dat mijn zusje vertrekt. Niet omdat ik haar ga missen, maar omdat de zorg voor mama dan helemaal op mij neer zal komen. Daar kan ik soms echt wakker van liggen. Zeker als ik weer eens door de buren ben gebeld als onze moeder zonder jas buiten in de regen de plantjes water aan het geven is, of als de buurvrouw aanbelt om te vragen of ze mijn vader misschien ergens hebben gezien.  Hartverscheurend vind ik dat, maar ik kan er nu eenmaal niet altijd zijn om te zorgen dat ze geen gekke dingen doet.

 

Mijn zusje, die aan de andere kant van het land woont, komt eens in de twee weken een dagje langs en neemt haar dan mee uit lunchen. Het huis is dan aan kant, de was ligt dan gestreken in de kast en de administratie is dan gedaan. Voor onze moeder is het natuurlijk heerlijk dat ze op zo’n dag verwend wordt, want daar heb ik de tijd helaas niet voor. Mijn collega’s zullen het nooit hardop zeggen, maar ik merk aan alles dat ze vinden dat ik de kantjes ervan afloop. Vaak moet ik tussendoor even iets voor onze moeder regelen of moet ik toch even bij haar langs omdat er iets niet lukt.

 

Zodra ik klaar ben met mijn werk, begint de rest van mijn dag waarbij ik het haast nog drukker heb. Want naast de zorg voor onze moeder heb ik ook nog mijn jongens thuis. Doodmoe rol ik aan het einde van de avond mijn bed in en de volgende dag begint het weer van voren af aan.

 

Natuurlijk ga ik naar het afscheidsfeestje van mijn zusje en haar man. Maar ik zal er met een dubbel gevoel staan. Want haar keuze voor meer vrijheid betekent dat ik nog meer gevangen zit in de zorg voor onze moeder en dat voelt eigenlijk heel erg oneerlijk…