‘Mijn man kan geen enkel drankje laten staan’

 

Janneke (55) is twintig jaar samen met haar man Marco (57), hun tweeling is het huis uit. Marco heeft een eigen horecazaak die zijn lust en zijn leven is.

 

‘Marco ontmoette ik in — hoe kan het ook anders — de kroeg. De vriend waarmee hij was wilde mijn vriendin versieren, en zo raakten Marco en ik ook aan de praat. Tussen onze vrienden is het nooit iets geworden, maar tussen ons was er gelijk een vonk. De eerste zoen volgde al snel, en binnen een half jaar woonden we samen en was ik zwanger. Dat was overigens wel gepland hoor: ik was vanaf het begin heel open over het feit dat ik kinderen wilde.

 

Toen had Marco al zijn eigen horecazaak, iets wat ik heel leuk aan hem vond. Horeca was zijn lust en zijn leven. Hoe gepassioneerd hij kon vertellen over speciaal bier (wat ik niet eens lust) en verschillende wijnen, ik kon uren naar hem luisteren. Nieuwe menu’s uittesten en voorproeven, ik vond het allemaal heel leuk. Een lekker bourgondisch stel vond ik ons, en ik vond het alleen maar positief dat wij leuke dingen bleven doen. Ook nadat we ouders waren geworden, bleven we veel uit eten gaan en verslonsde onze relatie niet, wat ik om me heen wel veel zag gebeuren.

 

Dat Marco wel van een drankje hield, dat wist ik altijd wel. Dat hij mij makkelijk onder de tafel dronk, dat wist ik ook. Natuurlijk vond ik het niet altijd leuk dat er elke avond wel minimaal drie wijntjes er doorheen gingen, maar echt een probleem vond ik het niet. Hij was een hartstikke leuke vader, stond elke ochtend zonder klagen op en was goed voor mij. Heel naïef misschien, maar ik dacht ook dat het wel over zou waaien. Zelf dronk ik namelijk steeds minder en ik had gedacht dat hij dat ook wel zou gaan doen.

 

Maar dat is niet het geval. Nu beide kinderen een half jaar geleden het huis uit zijn gegaan, is het zelfs veel meer geworden. Hij wordt nooit agressief, boos of onredelijk wanneer hij gedronken heeft, maar ik vind het toch niet meer prettig. Het hoeft toch niet élke avond? Wanneer ik er wat van zeg, wordt Marco meteen heel defensief. Hij vindt het geen probleem, hij staat elke ochtend vrolijk op, en niemand heeft er toch last van? 

 

Nu zijn zaak vanwege het coronavirus dicht is, gaat hij er alsnog heen. Hij mist het, zegt hij. Maar ik zie het nut er niet van in dat hij na het eten nog even daarheen gaat. En wanneer hij terugkomt, ruik ik de alcohollucht al gelijk wanneer hij binnenstapt. Dat hij daar dan alleen zit te drinken vind ik echt een heel onprettige gedachte.

 

Zeker in deze tijden zorgt dat bij ons beiden voor best wel wat irritatie. Naast dat ik het ongezellig vind om vaak alleen te zijn ’s avonds, vind ik het ook echt niet leuk meer dat hij geen enkel drankje kan laten staan. Marco doet het overkomen alsof alcoholisme alleen een echt probleem is wanneer iemand een slechte dronk heeft, of niet meer normaal kan functioneren. En daar is bij hem geen sprake van. Oftewel: zijn verslaving is niet erg omdat hij er niemand mee lastigvalt.

 

Maar dan is het toch alsnog een verslaving? Want daar ben ik inmiddels wel achter. Mijn man heeft een drankprobleem. Dat hij de drank niet kan laten staan weet hij zelf ook wel, maar het woordje ‘probleem’, daar is hij het volslagen mee oneens. En hij zegt dat hij heus wel een avondje de drank kan laten staan, maar ik kan me niet meer herinneren wanneer dat voor het laatst is gebeurd. Er is telkens wel een excuus: stress, verveling, iets te vieren, of weekend. Ik denk dat er iets ergs moet gebeuren, wil Marco stoppen met drinken. En zover komt het niet, hij is te verstandig om domme dingen te doen. Voor mij zit er niets anders op dan te accepteren dat mijn man en zijn drankje onafscheidelijk zijn.’

 

Janneke en Marco’s namen zijn vanwege privacy gefingeerd.
Hun echte naam is bekend bij de redactie.

 

Door: Wieke Veenboer

Wieke Veenboer woont in Amsterdam. Ze is een graag geziene gast in de Amsterdamse horeca en probeert af en toe zelf een keukenprinses te zijn. Ze houdt van reizen, verslindt boeken maar speelt ook Netflix uit.

Afbeelding van Wieke Veenboer