O jee, heb je geen billen?

 

Ik word af en toe een beetje gek van die zogenaamde onderzoekjes.  Zo zou een vrouw met dikke billen, een chaotisch hoofd en een niet te beschrijven afkeer van de sportschool,  hartstikke intelligent zijn. Nou, aangenaam. Dat alles heb ik ruimschoots in huis. En ik ben nog steeds geen professor.

 

Wanneer ben je intelligent?  Zittend op mijn dikke billen en gravend in mijn chaotische brein, zou ik het zo snel niet weten. Mijn man had ooit, héél lang geleden, een baas over wie iedereen zei dat hij zo intelligent was. Sociaal was hij een stuk onbenul, zoals je ze maar zelden tegenkomt. Gespeend van enig gevoel. Een man met als motto: Ik, mij en mijzelf. En broodmager hè? En vrijwel onzichtbare billen, ondanks zijn dagelijkse bezoek aan de sportschool. Dus hoezo intelligent?

 

Wat die intelligente man erg leuk vond: vrouwelijke collega’s in de billen knijpen. Met eentje kreeg hij een verhouding. Hoe ik dat weet? Mijn overbuurvrouw kende hem nog uit een andere stad. De klassieker, iedereen wist het, behalve zijn vrouw. Die bijslaap had een voornaam zoals er dertien in een dozijn gaan. Die noem ik hier niet, want je weet nooit of uitgerekend die vrouw hier meeleest. Kijk, dat is nu zo’n staaltje van vooruitziende slimheid, ontsproten uit een chaotisch hoofd.

 

Ik ga nu twee dingen opbiechten. De feiten zijn verjaard, dus niet meer strafbaar. Ik kon die man niet uitstaan, dat mag duidelijk zijn.

 

Feit 1: er was een etentje met collega’s. En wij vrouwen mochten mee. In een sjiek restaurant. Met eerst een borrel in de aangrenzende serre. Mijn overbuurvrouw was er goddank ook, omdat haar man eveneens deze baas had. Wij vertrouwden de tafelschikking voor geen meter, dus we gingen even poolshoogte nemen in de eetzaal. Lang verhaal kort: wij hebben pijlsnel alle naamkaartjes verwisseld en de baas neergezet tussen twee kletskousen. Tussen overbuuf en mij dus.

 

Feit 2: De intelligente baas werd vijftig. Overbuuf en ik hebben hem rode rozen laten sturen. Naar de afdeling, mèt kaartje: Je weet wel van wie, veel liefs van T. Dat bijzettafeltje van de baas heette T.

 

Conclusies: die onderzoekjes deugen niet en de meeste mensen zonder billen eigenlijk ook niet. Maar aan dat laatste is iets te doen: zie de foto! Bij ons in Zambia te koop op de markt.

 

  

Wieke Biesheuvel is columnist bij Libelle, schrijft boeken, woont in Zambia en helpt de plaatselijke bevolking met medewerking van haar vriendinnen hier aan waterputten.