‘De angst voor de eenzaamheid was groter dan mijn twijfels over zijn gedrag.’

 

 

‘Op mijn vijfendertigste ging ik scheiden. Mijn zoon was toen tien en mijn ex en ik gingen voor co-ouderschap. De dagen dat ik zonder mijn zoon was waren niet om door te komen. Sinds mijn ex en ik samen waren, had ik niet echt meer een eigen leven gehad, en helemaal op mezelf aangewezen zijn zonder de zorg voor mijn zoon, dat trok ik niet. Ik besloot de sportschool op te zoeken om onder de mensen te zijn. Een schot in de roos kun je wel zeggen, want na een paar weken kwam ik daar een vent tegen met wie ik echt een klik had. Er was slechts één maar: hij lag al wel in scheiding, maar die scheiding was er nog niet door. Hoewel ik altijd gezworen had nooit met een getrouwde man aan te pappen, ging ik toch voor hem. Omdat ik dacht dat het niet voor niets kon zijn dat wij het zo leuk hadden samen.

 

Anderhalf jaar zou het nog duren voordat die scheiding eindelijk was uitgesproken. Anderhalf jaar waarin hij bij zijn moeder woonde zodat zijn ex en hun zoontje in het huis konden blijven totdat alles geregeld was. In die tijd sprak ik hem soms een hele week of langer niet. Zijn tijd ging helemaal op aan zijn ex – voor wie hij nog steeds alles overhad en ook alles betaalde – en aan zijn moeder over wie hij altijd heel hoog opgeeft en met wie hij een heel hechte band heeft. Ergens voelde het niet goed, dat ik altijd op de tweede of derde plaats kwam. Maar hij beloofde dat dat zou veranderen zodra hij terug kon verhuizen naar zijn huis, als alles eenmaal helemaal geregeld en achter de rug was, en ik wilde hem maar al te graag geloven.

 

Inmiddels woont hij alweer een half jaar in zijn eigen huis, waarvan de helft van de tijd met zijn zoontje. Zijn moeder is er dan ook, want dat vindt hij makkelijk, zegt hij. Zijn moeder slaapt daar dan ook en hoewel ik haar een paar keer gezien heb, vindt hij het vooral ook voor zijn zoontje toch beter als ik er dan niet ben. Maar ik ben het wachten meer dan zat en geloof zijn beloftes zo langzamerhand ook niet meer.

 

Laatst bleef hij eindelijk weer eens bij me slapen. Ik kon het niet laten om zijn telefoon te checken toen hij stond te douchen. Bij het eerste berichtje had ik moeten stoppen, maar ik kon het niet. Lieve woordjes van ene M., geile woorden van ene B. en boze woorden van weer een ander. Ik flipte. Gooide de telefoon naar zijn hoofd toen hij nog onder de douche stond en schold hem verrot. Even leek hij te schrikken, maar hij herstelde zich heel snel. Terwijl hij zich stond af te drogen keek hij me vol minachting aan en vroeg daarna of ik nou echt dacht dat ik zó interessant, mooi of bijzonder was dat hij aan mij alleen genoeg zou hebben.

 

Ik was volledig in paniek bij de gedachte dat ik nu helemaal niemand meer heb en even heb ik gedacht dat ik niet meer wilde leven. Maar elke dag als ik wakker word gaat het toch een stukje beter. Ik heb achteraf heus wel gevoeld dat er iets niet klopte. Maar de angst voor de eenzaamheid was groter dan de twijfels over hem. Ik heb besloten om hulp te zoeken, want ik wil het nooit meer meemaken dat ik zo afhankelijk raak van iemand. Een goede collega zei dat dat wel het minste is wat ik hiervan geleerd moet hebben – dat geen enkele man het waard is om je eigen leven voor op te geven.’

 

Lies’ naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.