Is jouw huis al klaar voor de herfst?

 

Is jouw Interieur al klaar voor de herfst? Deze vraag wordt me gesteld op een groot bord vlakbij de roltrap.

 

 

 

Ik ga een afgebroken plintje vervangen en bevind me in de hal van een enorm pand met allemaal woonwinkels. De “mijne”- waar ik jaren geleden mijn plinten heb gekocht – zit op de begane grond. Maar daar links, rechts, boven en onder bevinden zich nog meer aanbieders van woongenot.

 

Vroeger noemden we dat gewoon een meubelwinkel, maar tegenwoordig heten zulke zaken woonwinkels. En in woonwinkels kun je naast meubels ook nog de nodige aankleding scoren en je daarbij dan ook nog eens laten adviseren door een interieurstylist.

 

Naast mijn woonwinkel bevinden zich in dat pand dus nog zes andere woonwinkels, en daarom mag het geheel zich nu een woonmall noemen.

 

Ik vind het maar “mallig”-heid.

 

En voor het goede zou je dan eigenlijk ook je interieurhygiëniste (die ik helaas niet heb) mee moeten nemen, omdat zij degene is die al die meuk gaat onderhouden. Wellicht kan zij je dan het beste adviseren over het wel of niet aanschaffen van die zenuwrandjes waar je het stof niet meer tussenuit krijgt. Of het weerkaatsende tafelblad waar je doorlopend vette vingers op ziet als het licht erin valt. En zo kom je samen dan weer uit bij de gordijnafdeling waar ze rolgordijnen voor je kunnen maken, zodat je die vette vingers niet meer ziet, maar de zon ook niet meer.

 

Maar pas op: onderweg naar de raambedekking/draperie word je alvast warmgemaakt voor de lichtinval in je huis. Die vette vingers komen niet alleen in beeld door de zon, maar ook door het licht dat op de tafel schijnt. En om nou ’s avonds het licht uit te laten om de vette vingers uit het zicht te houden tot de interieurhygiëniste weer is geweest, vind ik ook zo’n gedoe. Wellicht dus ook maar even binnenwippen bij die meneer die een lichtplan voor je kan maken. Vroeger kocht je gewoon ergens een lampje, maar nu moet je een heel plan laten aanleggen om het licht te kunnen zien. En ik vind het best ingewikkeld allemaal.

 

Vooral nu ik dus de vraag krijg of mijn interieur al klaar is voor de herfst. Ik schrik daarvan. Ik raak ervan in de war zelfs.

 

Want: Klaar voor de herfst? Hoezo moet ik mijn huis nu ook weer gaan aanpassen aan de seizoenen? Doe ik dat niet al automatisch?

 

Zomers zet ik een extra raam open en slaap ik alleen onder een laken. Dat schept ruimtelijkheid.

 

In de herfst verschijnen de dekentjes weer bij de bank tegen de koude voeten. Lekker rommelig en huiselijk nonchalant.

 

’s Winters takel ik de kerstboom van zolder (die daar nog helemaal opgetuigd onder een laken staat) en steek ik de stekker in het stopcontact. Een “zee van licht en hoop” verschijnt dan in de huiskamer. Extra waxinelichtje op de keukentafel en in het toilet, en we zijn de hele winter in andere sferen.

 

In het voorjaar ruim ik alle waxinelichthoudertjes weer op – zodat niemand ermee kan gooien als er toevallig een gouden koets voorbijkomt – en zet ik op de lege plekken die daardoor ontstaan dan wat mandjes met bloembolletjes neer. Gele narcissen, roze hyacinten, witte ranonkeltjes en blauwe druifjes. Je waant je in sprookjessfeer, maar dan zonder die kerstboom, want die staat dan weer op zolder.

 

Dus eigenlijk breng ik mijn huis al elk seizoen in andere sferen. Toch? Maar ik moet bekennen dat ik nooit aan mijn huis vraag of het er al klaar voor is.

 

O, gut, zouden ze dat ermee bedoelen? Wals ik weer met al mijn interieurideeën dwars over de ziel van mijn huis heen?

 

Je moet tegenwoordig ook overal rekening mee houden.

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke