Iets onbaatzuchtigs doen?

 

Miloe: de vraag van een vriendin om iets voor een ander te doen in plaats van een cadeau aan haar geven, irriteerde me eerst nogal. Waarom? Tja, ik hou niet van moeten. Maar eerlijk is eerlijk, het ‘pakte goed uit’.

 

‘Het is niet zomaar aardig om iets voor een ander te doen, het is een verplichting.’ Als ik de uitspraak van Lodewijk Asscher lees, weet ik weer waarom ik niet (meer) op de PvdA stem. Dat moeten, dat serieuze, dat belerende. Ik maak zelf wel uit of ik iets voor een ander doe, alles wat ruikt naar verplichting, irriteert me al bij voorbaat. Daarom reageer ik weinig enthousiast als vriendin E appt dat ze geen wensen heeft, maar in plaats daarvan graag wil dat iedereen iets onbaatzuchtigs doet voor een ander. ‘Kijk,’ roep ik licht verontwaardigd tegen mijn man en laat hem de app lezen. Hij glimlacht. ‘Mooi idee.’ Ik brom iets over gedoe, druk, verplichting. ‘Ach joh, jij doet al goed!’ Dat is ook zo, denk ik opgelucht, ik help zeer onbaatzuchtig elke week een vluchteling met haar Nederlands. Mooi, dat kan van de to-do-lijst af.

 

24 Zara jurkjes

Een week later tijdens de verjaardagslunch met quinoasalade en witte wijn blijkt het verzoek behoorlijk wat te hebben losgemaakt. ‘Een cadeautje kopen is een stuk makkelijker,’ zegt de een. ‘Is het nog wel onbaatzuchtig als ik er zelf een goed gevoel van krijg?’ vraagt de ander. ‘Natuurlijk!’ wil ik roepen. ‘We zijn hier niet bij de PvdA!’ Maar ik houd mijn mond en luister naar E’s schoonzusje. ‘Bij mij in de buurt woont een moeder die langzaam blind wordt en haar kinderen niet meer kan voorlezen. Ze wil graag dat iemand de favoriete kinderboeken van haar kinderen inspreekt. Ga ik doen.’ Er komen meer verhalen los. Over op bezoek gaan bij een tante met het syndroom van down, een tas vol kleren (‘wat moet ik toch met 24 jurkjes van de Zara?’) naar de verkoopster van de Daklozenkrant brengen, een broek voor je moeder naaien.

 

Zo gaan de ditjes en datjes op een verjaardag ineens over in wezenlijke gesprekken

 

Rollator

Zien waar we normaal aan voorbij lopen, dat blijkt het effect van E’s appje. ‘Ineens zag ik een oud vrouwtje in de supermarkt worstelen om de boodschappen in haar rollator te krijgen. Ik bood aan om ze met de auto langs te brengen. Dat had ik zonder dit verzoek niet gedaan.’ Tussen de anekdotes door klinkt ook nog wat anders. Ik hoor persoonlijke details over scheidingen, gezondheidsissues en onrustige familierelaties. De verplicht aanvoelende onbaatzuchtige daden veranderen een verjaardag waarop we normaal ditjes en datjes uitwisselen met onbekenden, in een middag met wezenlijke gesprekken over waar we waarde aan hechten, over verleden, over toekomst.

 
Twee dagen later loop ik gehaast het treinstation in. ‘Mevrouw. Misschien 50 cent?’ Ik werp een snelle blik op de man die trillend zijn hand ophoudt, zeg automatisch ‘nee sorry’ en loop verder. Ik koop snel een broodje en zet koers naar het perron. Halverwege de trap keer ik om, koop nog een broodje en een flesje sap. Ik stop ze in de trillende hand. ‘Dank u. Dank u. Mevrouw.’ Ik glimlach.

 
Misschien is die uitspraak van Asscher zo gek nog niet.

 

 

Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.