songfestivalfeest
songfestivalfeest

Hoe krijg ik het weg?

 

Ja, ook katten hebben af en toe last van een buikje. Frits in ieder geval wel. Misschien kunnen wij vrouwen nog wat opsteken van hoe hij hier mee omgaat.

 

 

Als kater begrijp ik dat jullie vrouwen nogal geobsedeerd kunnen zijn met gewichten en diëten. Nou, dat komt goed uit dan, want ik heb dat ook. De reden is mijn buikje, dat zit me steeds meer in de weg en ik heb steeds meer moeite om dat buikje te verbergen. Dat is eigenlijk ook geen oplossing hè, net doen alsof het er niet is, maar: hoe krijg je het weg?

 

Ik heb het allereerst natuurlijk geprobeerd met mindfulness, dat ik eerst moest opzoeken op Wikipedia. Dit stond er: ‘Mindfulness is een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de bewustwording van de eigen fysieke ervaringen, gevoelens en gedachten, zonder onmiddellijk over te gaan op automatische reacties.’ Ik heb een half uurtje naar die zin zitten staren en heb het toen maar opgegeven, dat mindfulness, dat was eigenlijk mijn automatische reactie. Lukt het bij jullie wel?

 

Ik zou natuurlijk elke ochtend de straat op kunnen gaan en een stukje rennen, maar nou wordt het ingewikkeld: dan zien mensen mijn buikje, ja, misschien hoor ik dan wel: ‘Hé, daar heb je Frits, moet je dat buikje van hem zien!’ En dan krijg ik weer een depressie. En als ik een depressie heb ga ik altijd veel eten, nou, zo blijven we bezig, toch? Kennen jullie dat trouwens, verdrieteten? Heel verdrietig is dat en toch ook wel weer lekker, vooral verse bouillabaisse met een fris chardonnaytje erbij.

 

‘Vrouwendingen, Fritsje, blijf er in godsnaam vér vandaan,’ zei mijn wijze vader altijd

 

Wat ook kan natuurlijk is het een plekje geven, wat een vrouwending schijnt te zijn, iets een plekje geven. Dat kennen jullie dus wel, dat je iets een plekje geeft en dat vervolgens je rugzakje lichter wordt – of is het juist de bedoeling dat je dat plekje opbergt in je rugzakje, maar dan wordt dat rugzakje toch juist zwaarder? Hoe werkt dat dan precies en hoeveel plekjes kunnen er eigenlijk in zo’n rugzakje? En wat doe je dan als-ie vol is? Een paar plekjes er weer uithalen? Maar dan blijf je toch bezig? En nou moet ik ineens denken aan de wijze woorden van mijn vader: ‘Vrouwendingen, Fritsje, blijf er in godsnaam vér vandaan, je kan er als man helemaal gék van worden.’

 

Kom ik toch nog met de oplossing, en als vrouw met wat overgewicht heb je hier echt wat aan hoor, met de oplossing weer verwoord door mijn wijze vader: ‘Fritsje, een probleem is nooit te groot of je kunt er wel van weglopen.’

 

Zeg, vrouwen, hebben jullie hier wat aan? Dat zei mijn wijze vader ook altijd: ‘Fritsje, gedeelde smart is halve smart.’ Nou, dat is toch mooi, nou ik mijn smart met jullie heb gedeeld hebben jullie ineens een halve smart minder, dat voelt al stukken beter, toch? Zo zie je maar dat mijn column zijn nut weer eens heeft verwezen: na lezing ben je opgelucht, ja, kun je er weer lekker tegenaan en voelt dat rugzakje niet meer als zware last maar als een gezellig aanhangsel. En gezelligheid, daar gaat het toch allemaal om.