‘Verderop zag ik mijn overbuurman met een knaapje in de bosjes verdwijnen.’

 

‘Dat ik elke dag onderweg van mijn werk naar huis langs hetzelfde tankstation kom is natuurlijk weinig bijzonder. Maar over dit tankstation gaan al jaren verhalen in ons dorp: het zou een ontmoetingsplaats voor homo’s zijn en daar wordt in een streng gereformeerde gemeente bepaald niet licht over gedacht en al helemaal niet mee te koop gelopen.

 

Toen ik een paar maanden geleden bij het betreffende tankstation stopte om iets te snacken te halen en weer weg wilde rijden, zag ik even verderop onze overbuurman uit zijn auto stappen. Meteen werd hij aangesproken door een knaapje en een paar tellen later liepen ze samen weg – uit het zicht richting de bosjes. Als verlamd zat ik in mijn auto. Ik wilde wegrijden, wist dat ik moest wegrijden, maar ik deed het niet.

 

Mijn overbuurman die net vader was geworden van zijn tweede dochtertje en voor het oog gelukkig getrouwd is, een brave huisvader met een serieuze baan, een trouwe kerkganger die geen zondag overslaat. Het kon toch niet zo zijn dat dit was wat het leek? Dat hij onderweg naar zijn gezin even stopte om met een knaapje de struiken in te duiken om daar weer ik veel wat uit te vreten? Allerlei nare beelden drongen zich aan me op. Allerlei gedachtes namen bezit van me. In de tussentijd bleef ik maar in mijn auto zitten en durfde ik niet eens meer weg te rijden uit angst dat hij me dan net zou zien. Hooguit tien minuten duurde het, wat hij daar ook deed en toen kwam hij met een uitgestreken gezicht weer tevoorschijn, keek even schichtig om zich heen, stapte in en reed weg.

 

Toen ik die avond aan mijn man vertelde wat er gebeurd was kregen we er ruzie om, want dit had ik vast verkeerd gezien volgens hem en bovendien: waarom was ik blijven staan om te kijken? Was dat niet héél erg onbeschaamd?

 

Vorige week liepen we de overbuurman en zijn vrouw tegen het lijf op straat. Hij was allerhartelijkst en zijn vrouw vroeg of we binnenkort weer eens op de thee wilden komen, want dat leek haar gezellig. Mijn man reageerde enthousiast, maar ik wist niet waar ik kijken moest. Ik kan hem sinds die dag bij het tankstation namelijk niet meer in de ogen kijken en ik wil al helemaal niet meer met hem en zijn vrouw aan de thee om gezellig over koetjes en kalfjes te praten.’

 

 

Vera’s naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.