‘Er was altijd wel wat met mijn moeder aan de hand. Soms viel ze flauw, haar rugklachten waren chronisch, haar menstruaties ongekend heftig. Ze vreesde een hernia – wat nooit bevestigd werd – en was bang dat haar baarmoeder verwijderd moest worden – wat nooit gebeurde. Toen ik al lang en breed het huis uit was kreeg ze last van haar ‘handen’, zoals ze dat zelf noemde. De klachten werden zo erg dat ze op een gegeven moment niet meer met mes en vork kon eten, maar aan haar handen was niets te zien, reuma werd uitgesloten en artrose was iets waar de meeste vrouwen op leeftijd mee te maken kregen, dus ze moest er maar mee leren leven – zo luidde het commentaar van de artsen.
Klagen, waarmee ik bedoel klagen als in zeuren – deed ze nooit. In plaats daarvan benadrukte ze haar lijden metlichaamstaal. Als opstaan moeilijk of pijnlijk was ondersteunde ze met haar ene hand haar onderrug en trok ereen pijnlijk gezicht bij. Maar als er werd gevraagd wat er met haar aan de hand was luidde haar antwoord steevast dat we haar maar moesten laten omdat we toch niets voor haar konden betekenen. ‘Wat vanzelf komt gaat vanzelf ook weer over.’
Ik kan niet ontkennen dat die eigenschap van haar me heel erg ergerde. Ik verdacht haar ervan dat ze alleen maar om aandacht vroeg en dat er in werkelijkheid niets met haar aan de hand was. ik negeerde haar als het weer eens zo ver was en stelde geen vragen meer. Toen ze op een dag belde om te zeggen dat ze een knobbeltje in haar borst had ontdekt en bang was voor het ergste, zei ik alleen maar dat het wel mee zou vallen. En ik vroeg er niet meer na. Totdat ze belde om te zeggen dat het wel degelijk foute boel was. De tumor was kwaadaardig en er waren uitzaaiingen. Haar botten waren aangetast. Ze was niet meer te genezen. Het was einde oefening.
Naarmate de weken verstreken – zo snel ging het slechter met haar – werd de pijn heftiger. De huisarts vroeg al snel of ze morfine wilde. Eerste sloeg ze dat af, maar op een gegeven moment moest ze er wel aan omdat de pijn ondraaglijk werd. Klagen – als in zeuren – deed ze niet. Dat het bijna einde oefening was, was te lezen in haar ogen en te zien aan de manier waarop ze uit haar bed kroop en op haar benen probeerde te staan. Als we vroegen of we iets voor haar konden doen zei ze dat we haar maar moesten laten.
‘Ik weet dat je je ergert als ik dat zeg,’ zei ze vlak voor haar dood. ‘Maar ik ben er nooit in geslaagd om een andere manier te vinden om me te uiten. Behalve dat sommige klachten misschien psychosomatisch waren, heb ik me nooit aangesteld. De pijn was er altijd. Er zijn nu eenmaal wat dingen uit mijn jeugd die ik nooit heb op kunnen lossen. Die neem ik netjes mee mijn graf in zodat niemand er nog last van kan hebben, maar tijdens mijn leven heb ik er veel pijn van gehad – letterlijk.’
Pas jaren na haar dood kwam ik te weten dat ze als kind was mishandeld door haar stiefvader. Daarover heeft ze nooit iets los kunnen laten omdat haar moeder ook een kind met hem had en zij het nooit op haar geweten wilde hebben dat haar halfbroertje moest leven met het idee dat zijn vader losse handjes had.’
Kiki ’s naam is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.
Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen. Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.
Heb jij een moeder/dochter verhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.







