7 do’s & dont’s

 

 

Monique: ‘Riso mantecato al profumo do timo con quaglia scomposta ed il suo ristretto.’ Geen idee wat ik had besteld. Nou ja, een beetje. Iets met rijst en tijm. Vervolgens was ik even in de hemel.

Dit was op een terras ergens in Italië. ‘s Middags was ik er toevallig langsgelopen en keek ik op de borden van de lunchgasten. Dat zag er goed uit! Meteen een tafeltje gereserveerd voor die avond. Als ik mijn ogen dichtdoe dan proef, ruik en beleef ik alles opnieuw.

 

 

 

 

Ook op toeristische bestemmingen kun je lekkere en authentieke restaurants vinden. Je moet er wel wat voor doen. En laten.

 

1.     Vermijd de ‘tourist traps’. Het lijkt misschien een aardige service, zo’n menukaart in drie talen, maar bij mij gaan de alarmbellen rinkelen. Elk goed restaurant (hoe eenvoudig ook) geeft graag uitleg bij de kaart, al is het met handen en voeten. Een te uitgebreide kaart waar geen einde aan lijkt te komen is ook een slecht teken. Dat riekt naar diepvries, magnetron en andere (opwarm)trucs. Hoe kan alles hier vers zijn? Hoe minder er op een kaart staat, hoe groter de kans is dat het eten goed is. En zo’n ‘propper’ bij de ingang die je naar binnen probeert te kletsen? Wegwezen! Daar trap je thuis toch ook niet in?

 

2.     Bereid je goed voor. Lang leve internet! Google je suf. Ook al die (food)bloggers gaan op vakantie en uit eten. Zelfs Tripadvisorkan handig zijn. Scan beoordelingen op de dingen die je belangrijk vindt zoals ‘veel locals’, ‘prettige bediening’, ‘fijn terras’, ‘geen Engelse kaart’. Bekijk de foto’s (stuk voor stuk ongecensureerd); ze vertellen een hoop! Koop of leen alle gidsen die je maar te pakken kunt krijgen. De 100% reisgidsen, Lonely Planet en Rough Guides besteden steeds meer aandacht aan goeie eetplekken. En je vraagt natuurlijk alle lekkerbekken onder je vrienden en vriendinnen naar hun favoriete eetplekken. Voorbereiden kost tijd, maar oefening baart kunst. Geloof me, je gaat het steeds leuker vinden. Maak voor je op reis gaat een lijstje met favorieten. Je hebt op vakantie niet altijd en overal wifi tot je beschikking.

 

3.     Laat je niet misleiden. Een leuke of mooie inrichting is nog geen garantie voor lekker en goed eten. Sterker nog, de lekkerste dingen eet ik vaak in krakkemikkige kleine eettentjes die zich niets aantrekken van de laatste interieurtrends. Loop altijd eerst even een restaurant binnen voordat je op het terras plaatsneemt. Zo krijg je snel een indruk van de sfeer onder het personeel en hoe de tent wordt gerund. Pas op voor advies van hotels. Zij hebben vaak financiële afspraken met restaurants uit de buurt.

 

4.     Volg je neus. Doe als Franska doet en ga gewoon je neus achterna. Sterker nog, als je helemaal niets lekkers ruikt dan is het meestal ook niks. En, volg je ogen. Kijk op de borden van de gasten voordat je om een tafel vraagt.

 

DE LEKKERSTE DINGEN EET IK IN KRAKKEMIKKIGE EETTENTJES DIE ZICH NIETS AANTREKKEN VAN DE LAATSTE INTERIEURTRENDS

 

5.     Durf te vragen. Logeer je in een leuke bed&breakfast of Airbnb? Vraag dan de eigenaars naar hun favoriete restaurants en buurten. Zij vertellen het je graag, ook over de straten en pleinen die je moet mijden. Zit je in een leuk café? Schroom niet om aan het personeel of een lokale gast te vragen waar hij of zij het liefst eet. Ik vraag het zelfs aan mensen op straat (mijn mensenkennis wordt steeds beter) of aan een boodschapper op de markt (die moet dan wel een mand vol lekkere aankopen hebben).

 

6.     Laat je verrassen. Daar zit je dan in dat leuke restaurantje te turen in de menukaart waar je geen touw aan vast kunt knopen. Geen nood, een glas wijn is zo besteld (dat moet in alle talen lukken ;-)). Het ijs is gebroken. Het personeel helpt je graag verder. Vraag naar de plaatselijke specialiteit. Of neem het menu van de dag. Laat niet alles tot achter de komma vertalen. Probeer iets wat je nog niet eerder hebt gegeten. Helemaal aan de kok overlaten kan ook nog. Spreek in dat geval wel eerst een prijs af.

 

7.     Reserveer. Als je niet tijdig reserveert, loop je de kans dat je toch nog in een ‘tourist trap’ belandt. Dat wil je niet. Soms wil ik zó graag bij een bepaald goedbezocht restaurant eten, dat ik dat zelfs voordat ik op reis ga reserveer. Maar meestal lukt het ter plekke. Vaak van mijn lijstje dat ik heb voorbereid. Soms door een toevallige ontdekking. Of via een advies van een ‘local’. Ten slotte: pas je aan aan het ritme van de lokale bevolking. In sommige landen gaan ze pas vanaf 9 uur aan tafel.

 

Eet lekker!

 

 

 

Monique, oorspronkelijk stilist (later hoofdredacteur van o.a. vtwonen), noemt zichzelf een ‘visual addict’. Ze heeft een hekel aan hypes en houdt van design èn van brocante. Ze vindt reizen net zo leuk als thuis zijn. Haar motto: investeer in herinneringen, kijk vooruit, geniet van vandaag.

Beeld: Paulia ar chlin

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Linda van Iperen. Haarstylist: Mandy Huijs.