Lekker uitslapen in het ziekenhuis?

 

Vergeet dat dus maar…. 

 

Hoe lang hebben wij al ziekenhuizen in dit deel van de wereld? Een jaartje of vijfhonderd? En nu –  ja, nu pas –  zijn ze er door onderzoek achter gekomen dat patiënten in ziekenhuizen niet genoeg rust krijgen. Daar moet dringend wat aan gebeuren, vinden de onderzoekers, want patiënten krijgen daar fysiek last van en raken gestrest.

 

Vertel mij wat. Die ene keer dat ik er lag (na mijn eerste bevalling), kon ik wel gillen van ellende. Man was nog in opleiding en had toen om de dag nachtdienst. Een weekje in het VU-ziekenhuis dus maar.  In alle vroegte komen ze je wassen. De deur naar de kamer, waar ik met nog iemand lag, bleef altijd open en op de gang was het een hels kabaal. Als eindelijk iedereen opgeduveld was en ik wat slaap wilde inhalen, stond er wéér iemand aan mijn bed. ‘Goedemorgen, ligt u lekker te doezelen?’ Dat was een opgewekte vrijwilligster die de bloemen terug kwam brengen. Tien minuten later de bibliotheekdame, of ik een boek wilde lezen. NEE! Lees het lekker zelf! De fysiotherapeut, de borstvoedingsdeskundige, iemand van de administratie. Het hield niet op. Ik ben uit pure frustratie gaan tellen: minstens 51 keer per dag kwam er iemand binnen.

 

Dan had ik ook nog een kamergenote met een ingetrokken tepel. Zij had een verschrikkelijke bevalling gehad, helemaal uitgescheurd. Als ik haar moest geloven van haar keel tot haar anus. Dat drama vertelde ze elke dag minstens vijf keer, met alle gore details. Ze had ook een vaste telefoon en ze belde de godganse dag met haar familie. ‘Jaha… gaat wel hoor, maar ik heb een ingetrokken tepel en Jolanda wil niet drinken en nu zit er ook een kloof in en die pust.’ Na de tepelkloof werd de scheur behandeld. Ook tot in de kleinste bijzonderheden. Ze snurkte ’s nachts verschrikkelijk en ze smakte met haar eten.

 

 

Op een ochtend kwam zuster X langs, die mij wel even zou leren hoe je een kind borstvoeding moest geven. Bleef ze er bij staan, handen in de zij: ‘ik wil dat ze ALLES opdrinkt!’ ‘Donder op!’ dacht ik. ‘Zuster, ik wil dit liever alleen doen’, zei ik. Beledigd. Toen wilde ze me ook niet meer leren hoe ik mijn baby in bad moest doen. Dat was de dag dat ik dacht: ‘Nu pak ik mijn dochter op en neem een taxi naar huis.’ Ik moet er niet aan denken ooit weer in een ziekenhuis te moeten slapen. Ik weet niet hoe je het daar zo moet organiseren dat patiënten aan hun broodnodige rust toekomen, maar om met Heer Bommel te spreken zeg ik: ‘Bedenk dan potdorie een list!’ 

 

 

Door: Wieke Biesheuvel

 

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.