Een tuin met een huis

 

Een paar jaar geleden verhuisden wij van een huis met een royale tuin naar een huis met een enorme tuin. Eigenlijk meer een tuin met een huis.

 

 

En het woord tuin dekt ook niet helemaal de lading, zeg maar gerust een park. We hadden tien jaar prettig gewoond in onze, in makelaarstermen ‘vrijstaande villa met een royale, onder architectuur aangelegde tuin’, maar we wilden toch iets meer groen om ons heen en iets meer privacy, en toen kochten we dus dat ‘park’. Vrienden en familie krabden zich achter de oren. ‘Is dat niet veel te eenzaam en stil en afgelegen?’ ‘Zo’n tuin is heel veel werk, daar hebben jullie toch helemaal geen tijd voor?’ Anderen redeneerden: ‘Als je zo’n tuin kan betalen, dan kun je ook een tuinman betalen.’ Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen dat dat een drogreden is. We schraapten al ons geld bij elkaar om hier te kunnen wonen, dus die tuin, die zouden we zelf doen. En ja!

 

We zijn nu een paar jaar verder, en het blijkt dat een parkachtige tuin van een hectare beter zelf te managen is dan een ‘onderhoudsarme’, onder architectuur aangelegde tuin van 400 vierkante meter in een jaren ’70-buurt. Een voorbeeld: in onze oude tuin moesten we bladruimen. Als de bomen daar in de herfst hun bladeren verloren, belandden die niet alleen in onze eigen tuin, maar ook in die van de buren en de overburen, en op de openbare weg. Laten liggen was geen optie. In onze huidige tuin blazen we de boel met een bladblazer aan de kant. Heeft niemand last van en het is gratis compost. Grasmaaien kost hier in warme en vochtige tijden twee keer per week anderhalf uur, maar omdat je bij grasmaaien niet hoeft na te denken, is dat twee keer per week anderhalf uur gratis mediteren. Eenzaam en afgelegen (mijn moeders grootste zorg) wonen we ook niet. We hebben leuke buren (met wie we de grasmaaier delen) en de vinexwijk waar we ‘naast’ wonen is inmiddels opgetrokken tot aan de overkant van de straat, inclusief winkels, openbaar vervoer en andere voorzieningen. Stil is het ook niet, integendeel: wat een drukte is het in deze tuin! In onze vorige tuin hingen we vogelhuisjes op in de hoop dat er een meesje of ander vogeltje in kwam. In onze huidige tuin is het een komen en gaan van hazen, fazanten, eenden, ganzen, spechten, merels, reigers, vlinders, libellen, noem maar op. We kijken onze ogen uit! Soms springt de buitenverlichting aan; scharrelt er een egeltje op het terras. We hebben de afgelopen weken een scholeksterjong groot zien worden, wat een feest. Een bevriende imker heeft bijenkasten geplaatst. Er scharrelt, tjilpt en fladdert zoveel in de tuin, dat we het nauwelijks nog ‘onze’ tuin durven te noemen. De tuin is van de dieren, en wij zijn de bevoorrechte en dankbare toeschouwers.

 

 

 

Toen we goed en wel een jaar in deze groene oase woonden, raakte ik zwanger. Onverwacht (op m’n vierenveertigste!), maar zooooo gewenst… Omdat we denken dat wonen in het groen ons goed heeft gedaan (om niet te zeggen: wonderen heeft verricht), hebben we onze dochter naar ons ‘park’ vernoemd en haar als tweede naam Parker gegeven. Inmiddels is ze zestien maanden, roept ze vol enthousiasme ‘eent!’ en ‘voog!’, en geniet ze net zoveel van de tuin als wij.

 

 

Door: Madeleen Driessen