Wie goed doet, goed ontmoet
Maar voordat je het weet, heb je verkering in ons dorp.
Ik heb een nieuwe buurman: Tom. Tom is 48 jaar, gescheiden, behulpzaam en ook nog eens aardig. En omdat ik ook best aardig en behulpzaam ben, konden we het van meet af aan goed met elkaar vinden. Toen Tom zich settelde in zijn woning, hielp ik hem hier en daar wat mee. De woning werd een sfeervol onderkomen met een mannelijke touch, maar écht gezellig.
Samen op een bankje
En dus dronken Tom en ik, na gedane arbeid, samen een biertje op het bankje voor zijn huis om te proosten op zijn nieuwe stek. Ik gaf hem een knuffel toen hij vertelde oprecht blij te zijn dat hij – in deze tijd van schaarste op de huizenmarkt – zo snel een fijn thuis had gevonden. Een plek waarvan hij hoopte er nog lang te mogen wonen.
Snelle constatering
Toen we samen op dat bankje proostten op het – voor hem – nieuwe begin, fietsten er een aantal bekenden langs die ons hartelijk begroetten. Voor de beeldvorming: in het gehucht waar ik woon, fietsen er heel vaak bekenden langs. En wordt er ook veel in de gaten gehouden. Of gesignaleerd. En dikwijls ook geconstateerd. Dus: Jolanda (na de scheiding nog steeds alleenwonend) en Tom, een alleenstaande eind-veertiger, zo naast elkaar zittend op een bankje… Tel maar uit. Eén en één is al gauw twee in onze buurt. Hoorde ik achteraf. Ik kon daar alleen maar om lachen. Er wordt zoveel geluld of gevonden of aangenomen. Boeien.
De was
Tom had alles piekfijn voor elkaar, op één ding na: het ontbrak hem nog aan een wasmachine. En daarover krabde hij zich een beetje achter zijn oren, want hij had de ballen verstand van wassen. Daarentegen ontbreekt het mij aan een bladblazer. En ook aan de kracht om zo’n kreng te hanteren. Maar Tom bleek er wel een te hebben. En hij heeft spierballen. En hij vindt het fijn om zijn kop ’s avonds na het werk te verzetten. Zodoende maakten we een deal. Ik was eens per week zijn vuile goed in ruil voor een bladvrij gazon. Dat noemen ze in Twente ‘noaberhulp’.
Herensokken en boxers
Maar joeh, werd er al wat gevonden van een proostende nieuwe buurman en buurvrouw op een bankje… Onlangs kreeg ik onverwacht bezoek van een dorpsgenoot die herensokken en boxershorts signaleerde. Gedrapeerd over de luie stoel die in mijn keuken staat. Het was een regenachtige dag en een droger heb ik niet. Dus vandaar even praktisch over de keukenstoel waar het goed in een mum droog zou zijn.
Nieuwsgierig
De dorpsgenoot viel het – mannelijke – wasgoed duidelijk op, maar hij zei niets. Ik hielp hem uit zijn nieuwsgierigheid: “Boxers en sokken van Tom, de nieuwe buurman”, legde ik uit. “Omdat ik gek met hem ben en hij met mij, want hij blaast het blad om de deur. Wie goed doet, goed ontmoet.”
Blij voor mij
Dat vond de dorpsgenoot nu écht heel mooi voor me. Zei hij. En dat meende hij ook oprecht. Maar ondanks dat ik nog benadrukte dat ik gek mét Tom ben en niet gek op Tom, was het voor hem wel duidelijk toen hij wegfietste. Met een klapje op mijn schouder zei hij nogmaals écht blij voor me te zijn. Na jaren van shit.
Verkering maar niet heus
En nu? Nu hebben Tom en ik verkering. Maar niet heus. En dat gaat ook niet gebeuren. Wat een biertje op een bankje, zes paar sokken en een aantal boxershorts over een stoel toch zoal teweeg kunnen brengen.








