1. Rustig wakker worden is niet lui, maar slim
Mijn moeder stond altijd tien minuten eerder op dan nodig. Niet omdat ze zo graag op tijd was, maar omdat ze die minuten gebruikte om even te landen. Niet snoozen, maar gewoon zitten. Koffie. Stilte. Soms een krant. Geen stress, geen haast. En gek genoeg: daardoor vertrok ze bijna altijd op tijd.
2. Altijd iets zachts aan je lijf
Op maandag droeg mijn moeder nooit iets knellends. Haar “maan-outfit” was vaak comfortabel, warm en zacht. “Maandag is niet het moment voor nieuwe schoenen of strakke rokken,” zei ze. En ze had gelijk. Kleding kan echt een verschil maken voor je humeur.
3. De keuken ruikt naar koffie en havermout
De geur van de ochtend was belangrijker dan het eten zelf. Koffiebonen malen. Iets warms op het fornuis. Soms havermout met kaneel, soms alleen geroosterd brood. Die geuren maakten het huis wakker. En ons ook.
4. Zingen (echt waar)
Mijn moeder zong op maandagochtend. Niet uit vrolijkheid, zei ze altijd, maar “omdat ik anders chagrijnig blijf.” Soms was het vals, soms waren het oude kinderliedjes. Maar het werkte. De stemming veranderde. En dat is me altijd bijgebleven.
5. De eerste taak mag klein zijn
“Begin klein,” zei ze. De eerste taak op maandag mocht gerust iets simpels zijn: de afwasmachine uitruimen, een mail sturen, planten water geven. Iets wat meteen af is. Dat geeft een gevoel van controle, van ‘ik kan dit’.
Maandagen zullen nooit mijn lievelings worden. Maar door die kleine dingen die ik van mijn moeder heb meegekregen, zijn ze wel draaglijk. Soms zelfs best fijn. En dat is misschien wel de grootste les: hoe je je dag begint, bepaalt vaak hoe hij verder verloopt. Dus waarom zou je jezelf niet het beste gunnen op de lastigste dag van de week?








