Het is ruim 25 graden, twaalf uur. De dag is op z’n heetst. Ik rij terug naar huis met de ramen open om nog wat wind te vangen, want de airco blaast, in plaats van koude, warme lucht in mijn verhitte gezicht.
Ze zijn er weer, tot mijn grote verbazing; de 50-Plussers die met snikhete temperaturen rondjes gaan rennen. De één soepel, met een prachtige loop, de ander sukkelig, zichzelf hardnekkig voort worstelend, met knalrode hoofden. En ik vraag me af; Waarom? Dit is toch niet gezond? Midden op de dag.
Godvergeten marathon
Deze vraag stelde ik onlangs ook aan mijn fysiotherapeut. “Je kunt er niet tegen praten”, was zijn conclusie. Momenteel begeleidt hij een club middelbaren (dames en heren), die in september perse de marathon van Berlijn willen lopen. Deze club traint hard en veel. Mijn fysiotherapeut maakt zich er hard voor, maar heeft er ook veel werk mee. Om ze -ondanks de blessures, gewrichtspijnen en krampen- klaar te stomen voor hét evenement. Dé uitdaging om die godvergeten 42.195 kilometer uit te rennen.
Uitputtingsslag van heb-ik-jou-daar
“Goed gek”, was mijn conclusie, terwijl ik hijgend, met een rode kop, de vijf kilometer op de loopband probeerde aan te tikken. In wandeltempo. Hij beaamde het. Sterker; hij noemde het passieve euthanasie. Omdat middelbare lijven niet meer zitten te wachten op een uitputtingsslag van heb-ik-jou-daar.
Club idioten
“Waarom begeleidt je deze club idioten dan? Als je er niet achter staat”, vroeg ik hem. Hij had A gezegd, dus ook B, maar wel met dien verstande dat hij een paar motitivatielingen sterk had afgeraden om toch af te zien van deze marathon. Hij begeleidt alleen de mensen, waarvan hij dénkt dat ze het mentaal en fysiek aankunnen. Hij had het kaf dus van het koren gescheiden.
Oom van 85 jaar
Verstandig. Want ze zijn er natuurlijk heus; mensen met een mega-sterk-gestel, ook al hebben ze de vijftig aangetikt. Neem mijn oom van 85 jaar jong. Met de nadruk op ‘jong’. Die begint de dag met tien kilometer snelwandelen. De halve marathon lopen doet hij sinds zijn tachtigste niet meer, omdat hij ook wel inzag dat dit inmiddels een aanslag was op zijn gestel.
Liever met een boek in de zon
“Toch moet je in beweging blijven Jo”, adviseerde hij me onlangs, toen ik krakend mijn rug rechtte na mijn maandelijkse kop koffie bij hem. Ik gaf hem met tegenzin gelijk en daarom blijf ik ook in beweging. Maar als ik kan kiezen tussen de loopband of een boek in de zon achter het huis, dan weet ik het wel.
Rondrennende strebers
In tegenstelling tot de hardnekkigen, met ook hun gebreken, die ondanks dat, toch niet onder willen doen voor degenen die niet kraken en krukken. Ik bewonder hun doorzettingsvermogen, maar ik zet bij het zien van de rondrennende strebers, terwijl de koperen ploert hoog aan de hemel staat, wel mijn vraagtekens. En vraag me af: Wat doen jullie jezelf aan?!








