Wat bezielt mensen om te ruziën waar iedereen bij is?

 

‘Dat moet jij nodig zeggen, imbeciel!’ Het is hard tegen hard en schijt aan de hele wereld, deze twee. 

 

‘Begin je nu alweer met je gezeik?!’ De man praat hard genoeg om de hele tent mee te laten genieten. Ik kijk naar haar. Als ik haar zou zijn zou ik van schaamte door mijn stoel zakken. 

 

‘Dat moet jij nodig zeggen, imbeciel!’ Maar zo kan het dus ook. Hard tegen hard en schijt aan de hele wereld, deze twee. Hij gaat door. Zij ook. De eigenaar van het restaurant loopt naar hen toe. Waarschijnlijk om te vragen of het zachter kan. Ze springen allebei op van tafel en stuiven richting de uitgang. Dan bedenkt hij zich, trekt zijn portemonnee uit zijn achterzak, loopt terug naar zijn tafel en smijt er een biljet op. Op straat gaat het gekrakeel verder. We kijken elkaar aan.

 

‘Gênant dit, zeg!’

 

Wat bezielt mensen om anderen deelgenoot te maken van hun geruzie? Kicken op aandacht? Hopen op bijval? 

 

Toen ik nog thuis woonde liep ik op een mooie zomeravond eens een rondje met de hond door de chique wijk van ons dorp. Bij een van de huizen stond de balkondeur, naar wat waarschijnlijk de master bedroom was, open. Je kon haar aan het begin van de straat al horen krijsen. Ze riep scheldwoorden waar ik het bestaan nog niet eens van wist. Natuurlijk bleef ik staan om te luisteren. Ik vroeg me af of ze morgen gewoon naar de buurtsuper zou gaan. Alsof er niets was gebeurd. Ja waarschijnlijk. En hoewel de tamtam dan al lang en breed was rondgegaan, zou niemand er iets van zeggen.

 

Is er zoiets als algemeen fatsoen? Of is dat individueel, maatschappelijk of cultureel bepaald? 

 

Een vriendin van vroeger ging na jaren scheiden omdat ze verliefd werd op een ander. Op een avond kwam ze haar nieuwe partner voorstellen. Na het derde glas wijn begon het gekibbel – het ging er ruig aan toe tussen die twee. Nadien hadden we het erover, mijn man en ik, of we dit moesten aankáárten of aanzíen. Ik begon erover toen ik later met haar alleen afsprak. Dat ik niet zo goed wist hoe dit te zeggen, maar of ze zich bewust was van hun gekissebis en wat dat had gedaan met die avond. Ik was niet de eerste die dat zei, beaamde ze. Ze moest binnenkort maar weer eens met deze relatie stoppen.

 

Niets van schaamte, en dat verbaasde me. Want ‘over geld praten’ dat vindt ze dus echt niet kunnen, want over geld praat je gewoon niet (bij ons thuis was dat juist heel gewoon), maar schreeuwen en schelden in het openbaar, dat vonden wij nou weer echt niet kunnen.

 

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Brigitte Bormans