Het is minstens vijfentwintig jaar geleden dat mijn huwelijk op het punt stond schipbreuk te lijden en ik ten einde raad een relatietherapeut op de kop tikte. Mijn toen nog echtgenoot zette eerst nog fors zijn hakken in het zand voordat hij – ik neem aan om van het gezeur af te zijn– overstag ging en ik een afspraak maakte. Ik zie ons daar nog met z’n tweeën op die bank zitten. Allebei ongemakkelijk, ik nerveus, hij geïrriteerd. Volgens mij kende ze haar pappenheimers wel, onze therapeut. En had ze al heel wat stellen zien komen en gaan. Want na een stilte die oneindig leek, kwam ze meteen ter zake met een:
‘Hebben jullie de intentie om jullie huwelijk te redden?’
Na een kort en bondig ‘nee’ van zijn kant maakte mevrouw duidelijk geen zin te hebben om aan een dood paard te gaan lopen trekken en haar tijd verder aan ons te verdoen, waardoor we na hooguit een kwartier onverrichter zaken weer buiten stonden en de echtscheiding in gang werd gezet.
Of ik de optie van een relatietherapeut weer zou overwegen als de nood nog ooit aan de man komt, vraag ik me na deze teleurstellende eerste keer af. Maar daarin loop ik waarschijnlijk een beetje achter. Want relatietherapie is booming business.
Per week komen er gemiddeld twee relatie- en gezinstherapeuten bij volgens cijfers van de Kamer van Koophandel. Even ter vergelijking: waren er in 2015 rond deze tijd van het jaar 878, nu zijn dat er 2070. De reden voor de groei is simpel: de vraag naar relatiehulp stijgt en in de praktijk zijn het vooral – veelal hoogopgeleide – jongeren die hun welzijn en hun relatie serieus genoeg nemen om daar aandacht aan te besteden. Een laatste strohalm is therapie voor deze groep in ieder geval al lang niet meer en een taboe rust er ook niet meer op. Want deze jonge mensen zijn zich er bewust van dat het in een relatie bij tijd en wijlen hard aanpoten geblazen is en dat een beetje professionele begeleiding daarbij geen kwaad kan. Ze komen dan ook voor wat ze noemen een ‘relatie-apk’.
Opmerkelijk genoeg zijn het juist vaak de oudere stellen die pas komen opdraven als het eigenlijk al te laat is en ze al zo ver uit elkaar zijn gegroeid dat de één het al niet meer ziet zitten – net als bij mij destijds. Het punt om er wél uit te komen ligt daar ver voor en juist om die reden is het zaak om die apk in te plannen als er nog maar weinig vuiltjes aan de lucht zijn. Of die kennis mij ooit, heel lang geleden, had kunnen redden?







