Tineke is (eindelijk) sprakeloos

 

 

Elke verjaardag is het weer hetzelfde liedje. Hij ratelt maar door, en het gaat nergens over. Hij schept op, maar verder niks.

 

 

 

Laatst zat ie ook weer op zijn praatstoel. De praatstoel die hij altijd meeneemt, en zo centraal mogelijk in de kamer plaatst, opdat we hem allemaal kunnen zien, horen, ruiken en bewonderen.

 

‘Wil je iets drinken?’ vroeg de gastvrouw.

 

‘Nou, lekker mop,’ antwoordde hij, ‘ik lust wel een koffietje. Heb je een latte?’

 

Maar, nee, dat had ze niet. Ze zette nog zelf koffie met een druppelapparaat, wat waarschijnlijk binnenkort weer hip wordt, omdat niemand nog zo’n ding heeft. Maar in geval van nood kon ze wel even dat ellendige Senseoapparaat voor hem van zolder halen. Wilde hij dat?

 

Maar nee, dat hoefde niet. Senseo was te goedkoop. Het minste dat hij buitenshuis dronk was een Nespressootje, maar thuis maakte hij altijd heel bijzondere koffietjes. Hij had thuis zo’n duur apparaat waarmee hij…

 

‘Ja, ja,’ riep de gastvrouw die hem al wat langer kende. ‘Geen koffie dus. Thee dan maar? Of meteen maar een biertje?’

 

‘Biertje?’ riep hij beledigd. Waar zag ze hem voor aan? ‘Je weet toch dat ik dat nooit drink, schat! Nee, doe me dan maar een wijntje. Heb je iets wits? Iets zachts uit 1976, met een afdronk die je tong…’

 

‘Ja, ja,’ riep de gastvrouw toen weer. ‘Je krijgt een witte met een glaasje water erbij.’

 

‘Maar dan niet uit de kraan, hè?’ riep hij nog. ‘Ik heb thuis nu zo’n waterzuiveraar, en daaruit smaakt het water veel beter. En dat drink ik dan graag als ik de muziek luister die uit mijn Moon Opulences komt. Meer dan duizend euri per stuk, die boxen, maar dan heb je ook wat. Doet niet onder voor een Karma Grand Enigma, maar ze staan wel veel mooier bij de meubels die in mijn huiskamer staan. Hoe gaat het met je?’

 

En even was de gastvrouw toen in verwarring, maar hij bleek inmiddels al niet meer tegen haar te praten, maar tegen de man die naast hem zat. De gastvrouw liep dus naar de keuken en tapte een kraanwatertje en een belletje wijn. Of eigenlijk een bel. Houdt ie voorlopig even zijn waffel, dacht ze waarschijnlijk.

 

‘Met mij gaat het prima. Met jou ook?’ antwoordde zijn buurman snel. En daarna gaf hij meteen aan even naar toilet te moeten, en smeerde hem. We zagen de buurman daarna ook niet meer terug, en op elke verjaardag eindigt het dan zo dat ik uiteindelijk weer naast de opschepper zit. Hoe iedereen het doet, weet ik niet, maar ik moet dan altijd de met wijn aangelengde opschepverhalen weer aanhoren.

 

Dat ie een ehhhh, nieuwe dingus heeft gekocht, want ja die andere… Hij zei nog tegen die verkoper. Hij zei dat ie nooit meer zo’n andere wilde, want ja… Ja, nee, zei die verkoper toen. Hij zei, ja, zei die… U heeft natuurlijk hartstikke gelijk. Dus ja… Nou, en toen had ie dus… O! Wil ik nog wat drinken? Want dan roept hij de gastvrouw wel even voor me, hoor! Ja, die komt meteen als hij haar roept. Want ze is stapeldol op hem. En hij ook op haar, hoor. Want het is een schatje, toch? Zeg nou zelf! Ze lijkt zelfs een beetje op zijn eerste vriendinnetje. Was een beroemdheid. Ja, misschien ken ik haar niet, maar in de kringen waar mensen er écht toe doen was zij een hele verschijning. Ja, niet dat het wat geworden is, hoor. Hahaha. Want hij had toen een heel belangrijke baan en veel te weinig tijd voor haar. Had ie graag anders gezien, dat wel. Maar ja… Ja, toch?… Hij kan er ook niks aan doen… Toch?… Dus helaas… Dusssss.

 

En dan houdt hij altijd even in, zodat ik de tijd heb om hem bewonderend aan te kijken.
Maar ik zeg niks.

 

Wat moet ik zeggen?
En daarom denkt hij altijd dat ik sprakeloos naar hem zit te luisteren.

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke