Tien maanden eerder – Utrecht Centraal

Tien maanden eerder - Utrecht Centraal

Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schrijft hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.

Maarten van der Starre

Sterre is zo blij met haar studio. Voor het eerst woont ze echt op zichzelf. Geen kamertje in een GGZ-instelling. Nee, ze huurt haar eigen plek. In een oude school waarin van klaslokalen studio’s gemaakt zijn. Sterre ontpopt zich als professionele interieurstylist. Witte muren worden taupe. Saaie vloer krijgt een visgraadparketlook. Grote hoekligbank via Marktplaats. Piano van thuis en oude kast van opa en oma. Met een ongeëvenaard gevoel voor smaak maakt ze er een paleisje van. Paleisje voor haar en Wopper. De poes. Die gaat mee. Sterre is zo trots. Wij ook.

Maar na de eerste nacht is er al paniek. Er is een brom. Een constante, irritante brom. ‘Ik word helemaal gek. Zo kan ik hier niet wonen. Godver. Heb ik weer.’ Sterre hangt op de bank tegen haar moeder aan. Wanhopig. We hebben haar vaak zo gezien. Inmiddels weten we beter hoe we ermee om moeten gaan. Ze huilt. In stilte. Ze deed zo haar best en ziet haar droom in rook opgaan. Liesbeth kust haar zacht. Troostend. Sterres blik vindt de mijne. Haar ogen geven me een opdracht. Doe iets!

Ik loop het gebouw rond. Op de begane grond is het geluid iets zachter. Maar op de verdieping waar Sterre woont, bromt het overal even hard. Het is alsof er iets resoneert. Een apparaat dat ronddraait en aanloopt. Zoiets. En ja, het is echt bloedirritant. Op de gang tref ik de buurman. ‘Die brom? Klaag ik al twee jaar over. Maar ze doen er niks aan. Het went wel.’ Terug in haar studio trek ik het plafond open. Ster is er inmiddels helemaal klaar mee. ‘Wat een klotezooi. De koelkast is trouwens ook kapot. Heel fijn voor iemand met een eetstoornis.’ Ik haal boven het plafond de stekker uit de badkamerafzuiging. De brom blijft.

Sterres hoofd maakt overuren. Dat doet haar hoofd altijd trouwens. Sterre legde het ons eerder zo uit: ‘Mijn hoofd is als een megadruk treinstation. Chaos. Prikkels. Veel te veel prikkels. Overal eten. Drukte. Geuren. Alles in een gigantische versnelling. Ik weet niet waar ik vandaan kom. Weet niet waar ik heen moet. Zoveel mensen en toch eenzaam. Opgejaagd. Ik kan niet meer. Paniek. Lawaai. Nee, takkeherrie. Nog meer paniek. En een intercom die me hard uitkaffert.’ Het dreunt: ‘Je bent niet goed genoeg. Niemand houdt van je. Je kan niks.’ Uitgekafferd. Mijn hoofd is Utrecht Centraal. Chaos op de drukste dag van het jaar. Altijd. Nooit niet. Altijd Utrecht Centraal.’

Ik bel de verhuurder. De beheerder hoort me aan. Hij doet moeilijk. Vindt het gezeur. Hij zegt het niet zo, maar toch. Ik leg hem uit dat mijn dochters hoofd altijd Utrecht Centraal is. Dat die brom voor Ster klinkt als een galmende scheepshoorn. Hij blijft stil. ‘Bent u daar nog?’ vraag ik. ‘Als uw dochter in Utrecht is, dan is het toch niet dringend?’ De moed zakt in mijn schoenen. Diep zuchten, ademhalen en vervolgens boos worden helpt. De man belooft dat er snel iemand komt kijken. Dat snel duurt vijf dagen en nachten. Voor Ster een goede reden om van haar krappe budget toch maar die dure Apple AirPods Max 2 te kopen. Voor de perfecte noise cancelling. En dan, midden in de nacht, een berichtje in de papamama-app. Van Sterre. ‘OMG. Die fucking brom is weg. Ineens. Zomaar. WTF. Zo BLIJ!’ Liesbeth kijkt me aan. Ondanks het donker zie ik haar gezicht veranderen van moe in opluchting. Ook zij kan na vijf nachten weer proberen te slapen. ‘Trusten Ster’ app ik met drie hartjes en een sterretje. 

newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!