Vorig jaar verloor Maarten zijn dochter Sterre. Hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schrijft hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
‘Is dit een goede plek?’ Liesbeth legt Sterres geplastificeerde foto tussen de andere. Mirthe knikt. Ze heeft dezelfde foto in een lijstje. Eentje die zij van Sterre maakte. Voorzichtig schuift Mirthe wat foto’s opzij. Maakt ze een plekje voor Sterre in de luwte van een groot beeld. Mirthe pakt haar tas. ‘Ik heb drie kaarsjes meegenomen. Heb ik ooit van Sterre gehad.’ Ze branden mooi.

Sterre en Mirthe, ze kiezen voor elkaar. Mirthe is degene die als eerste aanhaakt en blijft. Op een maandag in augustus 2021 start Sterre met een klinische opname in Goes. Herstel voor haar eetstoornis. In de ochtend eerst online haar scriptie verdedigen en dan naar Zeeland is het plan. De scriptie is een succes. Afreizen naar Goes niet. Sterres zieke hoofd raakt in paniek. Vindt haar niet dun genoeg. Niet ziek genoeg. Twee dagen later gaat ze alsnog, haar broer Pepijn mag haar wegbrengen.
Mirthe wacht ondertussen in Goes op die nieuwe bewoner die Sterre heet. Ze mag haar rondleiden en het klikt meteen. Zo goed dat ze al snel besluiten te ontsnappen naar Antwerpen. In Sterres tweede weekend struinen ze, volledig tegen de regels in, de winkels aan de Antwerpse Meir af. Andere ontsnappers werden eerder zonder pardon uit de kliniek gezet, maar communicatiespecialist Sterre zet al haar skills in en weet de leiding te overtuigen. Zo begint een hechte vriendschap. Diep verbonden door het leven. Ook al duurt dat voor Sterre daarna nog maar vier jaar.

Vandaag, vijf jaar na dat weekendje Antwerpen, staat Mirthe samen met Liesbeth en mij in Katwijk. Bij het beeld Stille Strijd. Een kunstwerk van Saskia Stolz (SAZZA). Het vraagt aandacht voor depressie en zelfdoding onder jongeren en ook voor jongeren die door psychisch lijden op een andere manier zijn overleden. Het metergrote beeld van een jonge man, schuilend onder een fel gele jas met capuchon, maakt indruk. Die gele kleur van de jas schreeuwt om aandacht, maar de jonge man wil er het liefst onder verdwijnen met zijn hoofd rustend in zijn armen. Stille strijd tastbaar gemaakt.

Er liggen foto’s van mensen. Misschien wel honderd. Foto’s in verweerde lijstjes. De meeste verkleurd door de zon, gebobbeld door de regen en krom van de wind. Sommige nog glimmend omdat ze pas zijn neergelegd. Foto’s van jonge mensen. Van zonen, dochters, broers, zussen, vrienden en vriendinnen. Ik herken een enkeling. Las of hoorde hun verhaal. Ze kijken mij aan vanuit hun fotolijstjes. Ik zie in hun ogen de voortdurende strijd in hun hoofd. Foto’s als bewijs van liefde, neergelegd door mensen die hen missen. Ze vinden bescherming bij dat beeld van die jonge man onder zijn knalgele jas.
Sterre heeft het beeld ook zelf gezien. Zij en Mirthe spraken wel eens af in Katwijk. Lekker over het strand lopen met Mirthes hondjes, Youki en Daluh. Sterre was dol op ze. Vandaag zijn ze er ook bij. Sterre zou niet anders gewild hebben. Daluh begint te blaffen. Youki, oud en een tikkie doof, blaft twee tellen later vertraagd mee. Er komt een groep mensen aan. Ze zien ons. Ze zien al die foto’s. Ze lezen over het beeld. Alles in mij hoopt zo dat ze ons aanspreken. Vragen voor wie we hier zijn. Dat we mogen vertellen over onze mooie, lieve, dappere Sterre. Maar ze zwijgen. De groep loopt verder. Daluh kijkt ze na. Youki twee tellen later ook. Jammer. We hadden ze zielsgraag over Sterre verteld.





