Ring van Tiffany

esther goedegebuure

 

Terwijl ik me buk om het slot van mijn fiets open te maken, zie ik iets glinsteren tussen het zwerfvuil in de goot. 

 

 

 

Het is een ring. Een gladde, simpele ring, zo groot dat hij alleen om mijn wijsvinger blijft zitten als ik er een andere ring tegenaan schuif. Snel sjees ik naar mijn afspraak, maar als ik die middag thuis ben bestudeer ik de ring nog eens goed. Of liever, ik vraag mijn dochter of ze de inscriptie, die zelfs met een bril van plus anderhalf onleesbaar voor me is, kan ontcijferen. ‘Tiffany!’, roept ze opgetogen uit. She knows what’s good. Een trouwring dus, van iemand met smaak. Ik app de buurmannen die hun fiets meestal stallen aan hetzelfde ‘nietje’ (ik weet niet of dit de officiële naam is voor zo’n hekje waar je een fiets aan vastketent maar wij noemen dat thuis zo en als je het geval visualiseert snap je waarom).

 

Geen van de buren mist een trouwring.

 

Wie verliest er een trouwring? Een man die 20 kilo is afgevallen misschien? Of een newly wed, die er nog wat onwennig mee aan het spelen is?

 

Ik woon naast een basisschool, onze voordeur grenst aan het hek waar sinds de pandemie ouders afscheid moeten nemen van hun kind, iets wat dagelijks voor een zekere verstopping in de straat zorgt maar wat mij zelf een hele opluchting had geleken. Dat verplicht mee naar binnen gaan, terwijl je in de haast en de drukte als ouder een beetje stond te overleven in dat gonzende lokaal, vond ik altijd een onbegrepen nummer. Maar dat is een ander verhaal, terug naar de ring. Misschien dat ik via een mail aan de schooldirecteur de rechtmatige eigenaar kan vinden.

 

Nog geen 24 uur nadat ik melding heb gemaakt van de vondst, heb ik beet. De nieuwsbrief die meteen aan alle ouders gestuurd is heeft een reactie opgeleverd. Niet van de man die zijn ring is verloren maar van zijn echtgenote. Tuurlijk, vaders lezen geen nieuwsbrieven van school. Ik vraag de directeur of ze het codewoord (de inscriptie) wil checken en ja hoor, het glazen muiltje blijkt te passen. Nogal in mijn nopjes met mijn eerlijke-vinder-actie lever ik de ring in een envelop af bij de receptie van school. Ik doe er een persoonlijk kaartje bij met een grapje dat zijn vrouw vast ook erg blij zal zijn.

 

En dan krijg ik spijt. Niet van het opsporen van de eigenaar maar van het afgeven van de ring aan school. Want er gaat een week voorbij en ik hoor niks. Misschien is het kleinzielig en niet bepaald boeddhistisch van me maar ik had een kort bedankmailtje toch best aardig gevonden. Wie weet had hij zijn ring expres weggegooid, oppert een vriendin, ligt hij in scheiding, ging hij na het afzetten van zijn kind in een keer door naar zijn minnares. Aan die ring kleven ineens allerlei ongezellige associaties. Maar volgens de directeur, bij wie ik voor de zekerheid maar even check of die envelop überhaupt opgehaald is, was de vader toch behoorlijk blij met het gevonden voorwerp.

 

Twee dagen later wordt er aangebeld. Er staat een knappe vent met een stralende lach, een fles wijn en chocolade voor de deur. Goeie wijn, goeie chocolade. Logisch, he knows what’s good, want kocht ringen bij Tiffany. Een aantal jaar geleden alweer, in de beroemde winkel op Fifth Avenue, toen hij en zijn vrouw er woonden, vertelt hij vrolijk. De schaamte kauw ik diezelfde avond weg met het halve doosje chocolaatjes. Dat van die minnares neem ik terug.

 

Door: Esther Goedegebuure